Achtergrond

Op 19 januari 2026 heeft de demissionaire minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel tot implementatie van de Europese Richtlijn Loontransparantie 2023/970 (de Richtlijn) ter advies voorgelegd aan de Raad van State. De Raad van State heeft op 1 april 2026 advies uitgebracht over het wetsvoorstel, dat op 7 april 2026 op de website van de Raad van State is gepubliceerd. 

Voor meer achtergrondinformatie over de Richtlijn en eerdere ontwikkelingen met betrekking tot het Nederlandse implementatievoorstel verwijzen wij naar onze eerdere nieuwsblogs: Pay Transparency Directive adopted by the European Union (alleen beschikbaar in Engels), Nederlands wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Richtlijn LoontransparantieUpdate over Nederlandse implementatie van de Richtlijn Loontransparantie en Nederlands implementatiewetsvoorstel EU-Richtlijn Loontransparantie gewijzigd.

Advies van de Raad van State

Binnen het Nederlandse wetgevingsproces heeft de Raad van State een adviserende rol. Hij brengt advies uit over wetsvoorstellen, waarbij hij zich onder meer richt op de juridische grondslag en de praktische uitvoerbaarheid van de voorgestelde wetgeving. Zijn advies is niet bindend voor de regering of het parlement.

In zijn advies over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn signaleert de Raad van State een aantal zaken die naar zijn mening aanleiding geven tot wijzigingen in het wetsvoorstel of tot nadere toelichting in de memorie van toelichting. Hieronder bespreken we vier belangrijke punten die in het advies van de Raad van State naar voren zijn gekomen.

(i) Administratieve lasten

De Raad van State merkt op dat de voorgestelde maatregelen ter vermindering van de loonkloof tussen mannen en vrouwen aanzienlijke gevolgen zullen hebben voor werkgevers. De administratieve lasten en de regeldruk nemen toe. Het blijft onduidelijk hoe zal worden vastgesteld of de beoogde resultaten van de maatregelen zijn bereikt. De Raad van State benadrukt dat het belangrijk is hier aandacht aan te besteden, waarbij een realistische uiteenzetting in de memorie van toelichting over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Nederlandse uitvoering van de maatregelen wenselijk is.

In dit verband wijst de Raad van State er ook op dat het toezicht van de Arbeidsinspectie voornamelijk administratief van aard zal zijn, aangezien de Arbeidsinspectie alleen kan controleren of de verplichte loonrapportages van de werkgever aanwezig zijn, en niet of deze juist zijn. De Richtlijn voorziet in de mogelijkheid om het overgrote deel van de loonrapportages van werkgevers door een nationale overheidsdienst te laten opstellen. Volgens de Raad van State zou deze mogelijkheid de administratieve lasten voor werkgevers kunnen verminderen en de vergelijkbaarheid van de gegevens kunnen vergroten. De Raad van State beveelt aan om in de memorie van toelichting duidelijker uit te leggen waarom van deze mogelijkheid geen gebruik wordt gemaakt. Hij adviseert tevens te onderzoeken er mogelijkheden zijn om de lastendruk voor werkgevers te beperken, mogelijk op de lange termijn.

(ii) Uitvoeringstermijn en eerste datum voor loonrapportage

De Raad van State wijst erop dat de implementatietermijn van de Richtlijn niet zal worden gehaald. In de memorie van toelichting wordt onvoldoende ingegaan op de mogelijke gevolgen van het overschrijden van de implementatietermijn en de mogelijke risico’s voor de Staat en de betrokken partijen.

Daarnaast wijst de Raad van State erop dat in de memorie van toelichting is bepaald dat werkgevers met 150 of meer werknemers, in afwijking van de Richtlijn, hun eerste loonrapportage uiterlijk op 7 juni 2028 moeten indienen. Aangezien de Richtlijn geen ruimte laat voor afwijking van de termijn, beveelt de Raad van State aan de termijn voor het eerste loonrapportage in overeenstemming te brengen met de datum die in de Richtlijn is opgenomen (namelijk 7 juni 2027).

(iii) Registratie van geslacht

De Raad van State gaat in op de registratie van het geslacht. In de memorie van toelichting staat dat werkgevers, om te voldoen aan de verplichtingen uit het wetsvoorstel, het geslacht van werknemers (man of vrouw) moeten registreren, maar niet hoeven te rapporteren over non-binaire personen. De Raad van State wijst erop dat hieruit niet duidelijk blijkt of werkgevers de beloning van non-binaire personen volledig buiten beschouwing mogen laten bij het berekenen van gemiddelde loonniveaus en het opstellen van loonrapportages, of dat de beloning van non-binaire personen op een andere manier moet worden meegenomen. De Raad van State adviseert daarom om hierop in de memorie van toelichting nader in te gaan.

(iv) Persoonsgegevens

De Raad van State wijst op de spanning tussen de bescherming van persoonsgegevens en het streven naar transparantie met betrekking tot beloningsverschillen. Een zekere mate van openheid over beloning is onvermijdelijk om het doel van de Richtlijn te bereiken, maar deze openheid moet zo beperkt mogelijk worden gehouden. Wanneer loongegevens tot individuen kunnen worden herleid, mogen dergelijke gegevens daarom alleen worden verwerkt binnen het kader dat door de Richtlijn is toegestaan.

Aangezien geen gebruik is gemaakt van de in de Richtlijn geboden mogelijkheid om toegang tot herleidbare beloningsgegevens uitsluitend te verlenen aan werknemersvertegenwoordigers of de Arbeidsinspectie, acht de Raad van State het van belang dat in de toelichting nader wordt ingegaan op de wijze waarop werkgevers het gebruik van dergelijke informatie door ontvangers effectief kunnen beperken tot de uitoefening van het recht op gelijke beloning.

Volgende stappen

Het advies van de Raad van State verandert niets aan de materiële verplichtingen die voortvloeien uit het wetsvoorstel. Dit was ook in lijn met de verwachtingen, aangezien het wetsvoorstel is gebaseerd op de Richtlijn, die slechts zeer beperkte afwijkingen toestaat.

De volgende stap in het wetgevingsproces is het opstellen van een Nader Rapport door de minister, waarin het advies van de Raad van State wordt behandeld en eventuele wijzigingen in het voorstel worden uiteengezet. Vervolgens wordt het wetsvoorstel, samen met het advies en het Nader Rapport, ingediend bij de Tweede Kamer. Het daaropvolgende parlementaire proces kan leiden tot verdere wijzigingen, waaronder amendementen op het wetsvoorstel tijdens het wetgevingsdebat. Wij blijven de ontwikkelingen nauwlettend volgen en zullen u op de hoogte houden zodra er meer informatie beschikbaar is.

In de tussentijd wordt werkgevers aangeraden om zich voor te bereiden op de komende verplichtingen ten aanzien van loontransparantie. In dit verband willen we erop wijzen dat de Europese Commissie, in samenwerking met het Europees Instituut voor gendergelijkheid, onlangs richtsnoeren heeft gepubliceerd over genderneutrale functie-evaluatie en-classificatie, inclusief een toolkit die tot doel heeft begeleiding, aanbevelingen en voorbeelden te bieden ter ondersteuning van de naleving van de Richtlijn (zie EU-wide guidelines on gender-neutral job evaluation and classification: Step-by-step toolkit).

Contact

Mocht u vragen hebben, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

Dit nieuwsartikel gaat alleen over de stand van zaken van het Nederlandse implementatieproces. Voor informatie over de stand van zaken van de implementatie van de Richtlijn in België en Luxemburg kunt u contact opnemen met onze collega's van Employment & Benefits in die landen.