Voorjaarsnota 2023
Als gevolg van budgettaire tegenvallers moet het kabinet Rutte IV haar eerdere plannen tussentijds herzien. De Voorjaarsnota bevat plannen die het kabinet zou willen uitvoeren om de begroting op orde te brengen. Een aantal van die plannen raakt familiebedrijven en hun aandeelhouders. Hierna zetten wij de belangrijkste fiscale plannen op een rij.
Aanpassingen bedrijfsopvolgingsregeling
De Tweede Kamer wordt eind juni 2023 nader geïnformeerd over de uitkomsten van het vervolgonderzoek naar de bedrijfsopvolgingsregelingen in de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting (samen: de BOR). Op basis hiervan worden vervolgens definitieve maatregelen voorgesteld. Uit de Voorjaarsnota 2023 volgt dat op dit moment de volgende aanpassingen op tafel liggen:
Het kabinet zal de hiervoor genoemde maatregelen in juni 2023 uitgebreider toelichten. Wilt u meer weten over de recente politieke ontwikkelingen rondom de BOR? Lees dan ook onze nieuwsbrieven van 10 juni 2022 en 12 december 2022.
Wacht niet langer, kom in actie
Uit de Voorjaarsnota 2023 blijkt dat de BOR binnen afzienbare tijd daadwerkelijk versoberd zal worden. Overweegt u uw familiebedrijf in de (nabije) toekomst over te dragen aan de volgende generatie? Wacht dan niet langer. De komende periode is hét moment om (versneld) naar bedrijfsopvolging te kijken.
Meer weten over bedrijfsopvolging?
In onze Tackling podcast ‘Bedrijfsopvolging, hoe een goede voorbereiding het verschil kan maken’, bespreken gastvrouw Eline Ronner en gasten van netwerkorganisatie Familiebedrijven Nederland (FBNed) en Loyens & Loeff op welke wijze een bedrijfsopvolging binnen het familiebedrijf het beste kan worden voorbereid.
Aanscherping earningsstrippingmaatregel voor vastgoedvennootschappen
Het kabinet stelt voor om met ingang van 1 januari 2025 de drempel (van 1 miljoen euro) van de generieke renteaftrekbeperking, bekend als de ‘earningsstrippingmaatregel’, voor vastgoedlichamen met (aan derden) verhuurd vastgoed buiten toepassing te laten. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat vennootschappen worden opgeknipt om vervolgens meerdere keren gebruik te maken van de drempel (van 1 miljoen euro).
Verdere vormgeving van box 3
Het kabinet Rutte IV zoekt naar mogelijkheden om de belastingheffing in box 3 in de komende jaren zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij het werkelijke rendement. Dit, vooruitlopend op een box 3-heffing naar het werkelijke rendement vanaf 2027. Wilt u meer weten over de box 3-systematiek tijdens de overbruggingsperiode? Lees dan onze nieuwsbrief van 20 september 2022.
Het kabinet voorziet twee soorten maatregelen. Enerzijds maatregelen die met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 inwerking zullen treden; en anderzijds maatregelen die per 1 januari 2024 (of later) inwerking kunnen treden. De belangrijkste maatregelen lichten wij hierna toe.
Verder kondigt de Staatssecretaris van Financiën aan om in het derde kwartaal van 2023 een conceptwetsvoorstel voor een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ter internetconsultatie aan te bieden.
Maatregelen per 1 januari 2023
Maatregelen per 1 januari 2024 (of later)
Onroerend goed belasten in een stelsel van heffing op basis van werkelijk rendement
Separaat wordt onderzocht hoe (inkomen uit) onroerend goed het beste kan worden belast in een stelsel met belastingheffing op basis van werkelijk rendement. Voor het belasten van (inkomen uit) onroerend goed wordt gekeken naar een combinatie van een aantal varianten. Het gaat om de volgende combinatie:
- Werkelijke inkomsten uit verhuur en (erf)pacht worden direct belast, terwijl kosten gerelateerd aan de verhuur of (erf)pacht forfaitair aftrekbaar zijn;
- De waardeontwikkeling wordt forfaitair bepaald, waarbij voor woningen wordt uitgegaan van de WOZ-waarde en voor niet-woningen wordt uitgegaan van de waarde in het economische verkeer;
- In de forfaits voor de waardeontwikkeling wordt een onderscheid tussen woningen en niet-woningen, waarbij een verder onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende soorten onroerende goederen bij niet-woningen; en
- Onderzoek naar het belasten van het eigen gebruik van onroerend goed in box 3.
Onderzocht wordt of onroerende zaken (of vanaf een bepaald aantal) kunnen worden belast in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden in plaats van in box 3, ongeacht of de onroerende zaken al dan niet worden verhuurd.
N.B.: De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het zogenoemde Kerstavondarrest dat de vermogensrendementsheffing van box 3 sinds 1 januari 2017 in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Deze strijdigheid heeft als belangrijkste oorzaak dat sinds 2017 voor de belastingheffing in box 3 wordt uitgegaan van een fictief rendement over een fictieve samenstelling van het vermogen (vermogensmix), waardoor de belastingheffing volgens de Hoge Raad te ver af is komen te staan van een heffing over het werkelijke inkomen. Wilt u meer weten over het Kerstavondarrest? Lees dan ook onze nieuwsbrief van 24 december 2021.
Contact
Heeft u vragen over de plannen die zijn opgenomen in de Voorjaarsnota 2023, box 3 en/of de andere relevante ontwikkelingen? En vraagt u zich af wat hiervan de eventuele gevolgen zijn voor uw situatie? Of heeft u interesse in een vrijblijvend kennismakingsgesprek? Neem dan contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur of met een van onze adviseurs van het team Family Owned Business & Private Wealth. Wij helpen u graag verder.
Disclaimer
Hoewel deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld, aanvaarden Loyens & Loeff N.V. en alle andere entiteiten, samenwerkingsverbanden, personen en praktijken die handelen onder de naam ‘Loyens & Loeff’, geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit deze uitgave zonder hun medewerking. De aangeboden informatie is bedoeld ter algemene informatie en kan niet worden beschouwd als advies.