You are here:
20 maart 2019 / artikel

Collectieve actie met vordering tot schadevergoeding

Op 19 maart 2019 is het Wetsvoorstel afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) door de Eerste Kamer aangenomen.

going to work

Laatst gewijzigd 4 December 2019

Deze wet maakt eenvoudiger om massaschadegevallen collectief af te wikkelen via de Nederlandse rechter. Nederland loopt op het gebied van collectieve acties al sinds jaar en dag voorop in Europa. Sinds begin jaren ’90 kan een belangenorganisatie met een collectieve actie een verklaring voor recht vorderen. Op dit moment is een collectieve vordering tot schadevergoeding echter niet mogelijk. Na de inwerkingtreding van de WAMCA zal het collectief vorderen van schadevergoeding wel mogelijk zijn, een belangrijke ontwikkeling op het gebied van het collectief schadevergoedingsrecht in Europa.

Procedure collectieve actie: één regime

Een collectieve actie verloopt via de bevoegde civiele rechter. Er komt één regime voor collectieve acties, ongeacht of de belangenorganisatie wel of niet schadevergoeding vordert en ongeacht de grondslag waarop de belangenorganisatie schadevergoeding vordert. De uitspraak van de rechter in de collectieve actie is in beginsel bindend voor alle in Nederland woonachtige personen die vallen binnen de groep waarvoor de belangenorganisatie in rechte opkomt.

Aangescherpte ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie

Een belangenorganisatie is uitsluitend bevoegd een collectieve actie in te stellen indien zij de door haar behartigde belangen voldoende waarborgt. Voor een belangenorganisatie gelden onder de WAMCA ook specifieke aanvullende ontvankelijkheidseisen voor de governance, financiering en representativiteit. De belangenorganisatie moet (i) een toezichthoudend orgaan hebben, (ii) een passend mechanisme voor de besluitvorming van de personen wiens belangen zij behartigt, (iii) voldoende financiële middelen voor de kosten van de collectieve actie, en (iv) voldoende ervaring en deskundigheid voor de collectieve actie.

Voldoende nauwe band met Nederlandse rechtssfeer

Verder moet de collectieve vordering een voldoende nauwe band hebben met de Nederlandse rechtssfeer. Van een voldoende nauwe band is sprake indien (i) het merendeel van de belanghebbenden zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, (ii) de aangesproken partij in Nederland woonplaats heeft of (iii) de gebeurtenissen waarop de rechtsvordering ziet in Nederland hebben plaatsgevonden.

Exclusieve belangenbehartiger

De belangenorganisatie moet binnen twee dagen na het indienen van de collectieve vordering een aantekening maken in een centraal register. Daarmee raken eventuele andere belangenorganisaties formeel op de hoogte van een reeds ingediende collectieve vordering. De rechter houdt vervolgens de procedure drie maanden aan om andere belangenorganisaties gelegenheid te geven een collectieve vordering voor dezelfde gebeurtenis in te stellen. Melden zich meerdere belangenorganisaties, dan wijst de rechter uit hun midden een exclusieve belangenbehartiger aan die in de procedure optreedt voor de belangen van alle personen. Ten behoeve van de onderlinge afstemming zijn de andere belangenorganisaties ook partij bij de procedure. Het systeem met een exclusieve belangenbehartiger vertoont gelijkenis met het lead plaintiff-systeem in de Verenigde Staten.

Uitkomst bindend, behoudens opt out

De inzet van de procedure is de collectieve vordering van de hele groep personen voor wie de belangenorganisatie(s) opkomt. De uitspraak in de procedure bindt alle in Nederland woonachtige personen, behoudens degenen die kiezen voor een opt out. Voor personen in de groep die niet in Nederland wonen of verblijven, geldt in beginsel een opt in-regeling: zij kunnen na de uitspraak vrijwillig verklaren in te stemmen met de behartiging van hun belangen in de collectieve vordering. De rechter kan in de procedure bepalen dat voor een nauw omschreven groep personen die niet in Nederland wonen of verblijven toch de opt out-regeling geldt. Het is de vraag hoe de rechter hiermee in de praktijk zal omgaan.

Collectieve schikking blijft mogelijk

De in 2005 ingevoerde Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM) biedt de mogelijkheid om het gerechtshof Amsterdam een collectieve schikking algemeen verbindend te laten verklaren op een bepaalde groep gedupeerden. De voornaamste kritiek bij de WCAM is dat een stok achter de deur ontbreekt om de aangesproken partij te dwingen tot onderhandelen. De WAMCA beoogt in deze stok te voorzien, en tegelijkertijd ruimte te laten voor een ‘vrijwillige’ collectieve schikking. De rechter kan onder de WAMCA de exclusieve belangenbehartiger en de aangesproken partij bevelen beide een voorstel in te dienen voor een collectieve schadeafwikkeling. Aan de hand van dergelijke voorstellen kan de rechter een bindende collectieve schadeafwikkeling vaststellen.

Inwerkingtreding en overgangsrecht

De bepalingen van de WAMCA zijn van toepassing op collectieve acties ten aanzien van gebeurtenissen op of na 15 november 2016 die worden ingesteld na de inwerkingtreding van de WAMCA op 1 januari 2020.

Neem contact op

De WAMCA brengt grote veranderingen in het speelveld rondom collectieve acties. Ons team heeft veel ervaring met collectieve acties, WCAM-schikkingen en andere wijzen van afwikkeling van massaschade. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mijke Sinninghe Damsté of Huib Schrama.



Collectieve acties over inbreuken op de AVG

Sinds de inwerkingtreding van de AVG is er ruimschoots aandacht voor publiekrechtelijk handhaving en hoge boetes. Recente ontwikkelingen laten een toenemend... lees meer

Claims onder een W&I-verzekering

Merel van Asch en Rens Markus hebben een artikel gepubliceerd aangaande claims onder een warranty & indemnity (W&I) verzekering (M.M. van Asch & R.L. Markus,... lees meer

Klimaatprocedures: Urgenda wint cassatie van de Staat

Wat hebben klimaatverandering en collectieve actie met elkaar gemeen? Er is op beide fronten veel beweging in Nederland en rechters krijgen – of nemen? – vergaande... lees meer