You are here:
02 februari 2021 / nieuws

Internationale verantwoordelijkheid van moedermaatschappijen: Shell en de olielekkages in Nigeria

Het Nederlandse Gerechtshof in Den Haag heeft bepaald dat de Nigeriaanse dochteronderneming van Royal Dutch Shell verantwoordelijk is voor het lekken van oliepijpleidingen in de Niger Delta en heeft de onderneming veroordeeld tot het betalen van een niet nader gespecificeerde schadevergoeding aan boeren.

energiebesparings- en informatieplicht

Inleiding

Shell is in Europa al geruime tijd verwikkeld in rechtszaken wegens olielekkages in Nigeria. In 2008 startten vier boeren en Milieudefensie bij de Nederlandse rechter procedures om schadevergoeding te krijgen voor de gederfde inkomsten en schade als gevolg van deze olielekkages. Op 29 januari 2021 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan, nadat het Hof zich eerder bevoegd had verklaard om van de vorderingen kennis te nemen. Het Hof heeft in een reeks gelijktijdig gewezen arresten, Shell Nigeria veroordeelt tot het vergoeden van schade en het moederbedrijf Royal Dutch Shell de verplichting opgelegd om de opsporing van lekkages te verbeteren.

Achtergrond van de zaak

Vier Nigeriaanse boeren en Milieudefensie eisten van zowel Shell Nigeria als haar moedermaatschappij Royal Dutch Shell vergoeding van de schade als gevolg van olielekkages in de Nigerdelta. Het gaat om lekkages van oliepijpleidingen bij de Nigeriaanse dorpen Oruma en Goi en een olieputlekkage bij het dorp Ikot Ada Udo in de periode van 2004 tot 2007.

Shell ontkende elke verantwoordelijkheid. Volgens Shell is de lekkage veroorzaakt door sabotage en is Shell daarom op grond van Nigeriaanse recht niet aansprakelijk.

In 2013 oordeelde de rechtbank Den Haag dat Shell Nigeria aansprakelijk is voor de olielekkages bij het dorp Ikot Ada Udo en daarom een schadevergoeding moet betalen aan een van de vier boeren. Ten aanzien van de andere drie boeren nam de rechtbank geen aansprakelijkheid van Shell Nigeria aan. Bovendien oordeelde de rechtbank dat Royal Dutch Shell niet aansprakelijk kan worden gesteld als moedervennootschap voor de activiteiten van haar dochtervennootschap Shell Nigeria. Beide partijen gingen tegen de uitspraak in hoger beroep.

In 2015 bevestigde het Hof dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is in deze zaak en dat de vorderingen dienen te worden beoordeeld naar het Nigeriaanse recht (common law), waarin de Oil Pipeline Act een belangrijke rol speelt. NB: in 2017 verklaarde het Engelse High Court in een vergelijkbare zaak dat zij geen jurisdictie had (UK High Cour 26 January 2017, Okpabi v. Shell).

Aansprakelijkheid voor schade in de dorpen Oruma en Goi

Op 29 januari 2021 heeft het Hof in hoger beroep geoordeeld dat Shell Nigeria aansprakelijk is voor de geleden schade in de dorpen Oruma en Goi. Volgens het Hof heeft Shell niet "beyond reasonable doubt" aangetoond dat de schade is veroorzaakt door sabotage. Over de hoogte van de schadevergoeding wordt verder geprocedeerd in een vervolgprocedure (schadestaatprocedure). Royal Dutch Shell wordt niet aansprakelijk geacht, omdat haar dochter Shell Nigeria niet nalatig of onredelijk heeft gehandeld zodat niet kan worden aangenomen dat Royal Dutch Shell haar zorgplicht heeft geschonden. Bij gebrek aan een duidelijk precedent voor aansprakelijkheid van een moedermaatschappij voor een dochtermaatschappij naar Nigeriaans recht, ontleent het Hof inzichten uit jurisprudentie naar Engels recht (UK Supreme Court 10 april 2019, Vedanta v Lungowe).

Lekdetectiesysteem

Daarnaast heeft het Hof geoordeeld dat Shell een beter lekdetectiesysteem bij de Oruma-pijpleiding moet installeren, waardoor toekomstige lekkages sneller worden opgemerkt. Deze verplichting wordt opgelegd aan zowel Shell Nigeria als aan haar moedermaatschappij Royal Dutch Shell. Het Hof oordeelde dat Royal Dutch Shell een zorgplicht heeft om ervoor te zorgen dat een lekdetectiesysteem wordt geïnstalleerd.

Sabotage bij de olieput in Ikot Ada Udo

Tot slot heeft het Hof een tussenarrest gewezen met betrekking tot de lekkage bij de olieput in Ikot Ada Udo. Het Hof stelde dat vaststaat dat de lekkages die zich hier hebben voorgedaan te wijten zijn aan sabotage. Het Hof heeft echter niet beslist of Shell aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die hier is ontstaan. In deze zaak zal nog een eindarrest worden gewezen.

Deze uitspraak van het Hof past in een bredere trend van internationale verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van moedermaatschappijen. Ons team heeft ruime ervaring met internationale procedures en (concern)aansprakelijkheidskwesties. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mijke Sinninghe Damsté, Huib Schrama of Bastiaan Kemp.



Bastiaan Kemp lid van Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht

Deze commissie volgt de ontwikkelingen in wet- en regelgeving omtrent vennootschaps- en ondernemingsrecht en financieel recht. lees meer
F1-in-Nederland

Formule-1 in Nederland

Formule-1 in Nederland: bestuursrechtelijke stuurmanskunst, of een voorzieningenrechter uit de bocht? lees meer
Cable-pooling, MLOEA of toch een net?

Cable-pooling, MLOEA of toch een net?

Een uitdaging is een aansluiting op het elektriciteitsnet die wordt gedeeld met een andere gebruiker. lees meer