You are here:
12 maart 2021 / nieuws

Fiscaal beleid voor het familiebedrijf in de verkiezingsprogramma’s 2021

Het Nederlandse familiebedrijf heeft dit jaar tijdens de Tweede Kamerverkiezingen heel wat te kiezen. In totaal nemen niet minder dan 37 partijen deel aan de verkiezingen; ieder met zijn eigen standpunten. Voor uw gemak hebben wij een aantal fiscale standpunten met gevolgen voor het familiebedrijf en/of haar aandeelhouders op een rij gezet.

In deze uitgave ‘Fiscaal beleid voor het familiebedrijf in de verkiezingsprogramma’s 2021’ informeren wij u over een aantal fiscale standpunten van dertien zittende politieke partijen. Wij leggen daarbij de nadruk op fiscale standpunten die gevolgen hebben voor het Nederlandse familiebedrijf en/of haar aandeelhouders.

Download hieronder onze uitgave

Standpunten politieke partijen – enkele trends

Op de agenda van de politieke partijen staan belangrijke onderwerpen voor het familiebedrijf. Voor uw gemak hebben wij hierna een aantal fiscale thema’s op een rij gezet waarbij per thema op hoofdlijnen de politieke trends en ontwikkelingen zijn uitgewerkt.

Bedrijfsopvolging

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de inkomsten- en schenk- en erfbelasting heeft tot doel de continuïteit van het familiebedrijf te waarborgen. Met de BOR worden fiscale belemmeringen bij het overdragen van de onderneming aan de volgende generatie beperkt. Veel politieke partijen besteden aandacht aan deze fiscale regeling. De standpunten lopen daarbij uiteen van instandhouding van de regeling tot versobering en zelfs volledige afschaffing. Wijzigingen in de BOR kunnen ingrijpend zijn voor het familiebedrijf.

Aandeelhouders van het familiebedrijf

De politieke standpunten die gevolgen hebben voor de aandeelhouders van het familiebedrijf hebben wij in deze uitgave in vier fiscale thema’s uiteengezet, namelijk het box 1-tarief, het box 2-tarief, de heffing over vermogen in box 3 en de behandeling van schulden aan de eigen vennootschap (‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’).

Uit de verkiezingsprogramma’s kan worden afgeleid dat de meeste partijen een nieuw toptarief in box 1 voorzien. Voor sommige partijen is dit nieuwe toptarief een tijdelijke maatregel om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, voor andere partijen betreft het een structurele verhoging tot een toptarief van 60%. Ook inkomsten in box 2 (aanmerkelijk belang) zouden volgens de meeste partijen zwaarder moeten worden belast. Hierbij zou een grote wijziging de door sommige partijen geopperde invoering van een progressief tarief zijn. In de verkiezingsprogramma’s van de meeste partijen is oog voor de huidige problematiek van de belastingheffing over inkomsten uit vermogen (box 3). In veel verkiezingsprogramma’s wordt het huidige forfaitaire stelsel vervangen voor een heffing over daadwerkelijk rendement, al dan niet in combinatie met een hoger tarief. Met oog op het lenen van de eigen vennootschap verlagen meerdere partijen de schuldengrens van € 500.000 uit het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’.

Vastgoed

Gelet op de door de politieke partijen benoemde maatregelen is de kans aanzienlijk dat bij de aankoop van niet-eigenwoningen in de komende kabinetsperiode meer overdrachtsbelasting zal worden geheven.

Familiebedrijven - nationaal

Het Nederlandse familiebedrijf wordt in veel verkiezingsprogramma’s geroemd vanwege haar maatschappelijke positie, haar gerichtheid op de lange termijn en duurzame groei. Desondanks worden familiebedrijven onder de meeste verkiezingsprogramma’s geconfronteerd met een hoger vennootschapsbelastingtarief en een versobering of volledige afschaffing van de innovatiebox. Ook maatregelen gericht op internationale belastingontwijking kunnen gevolgen hebben voor het familiebedrijf. Zo stellen de meeste partijen voor om de mogelijkheden tot het aftrekken van rente te beperken.

Familiebedrijven - internationaal

Het Nederlandse fiscale stelsel wordt in steeds grotere mate beïnvloed door internationale fiscale ontwikkelingen. Nederland heeft der afgelopen jaren werk gemaakt van de implementatie van fiscale anti- ontwijkingsmaatregelen. Enkele van deze maatregelen, zoals een belastingheffing over de resultaten van laag belaste buitenlandse vennootschappen, worden door vrijwel alle partijen aangescherpt.

Contact

Heeft u na het lezen van deze uitgave behoefte aan een nadere toelichting op een of meer onderwerpen? Of heeft u interesse in een vrijblijvend kennismakingsgesprek? Neem dan contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur of met een van onze adviseurs van het team Family Owned Business & Private Wealth.

Disclaimer

Hoewel deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld, aanvaarden Loyens & Loeff N.V. en alle andere entiteiten, samenwerkingsverbanden, personen en praktijken die handelen onder de naam ‘Loyens & Loeff’, geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit deze uitgave zonder hun medewerking. De aangeboden informatie is bedoeld ter algemene informatie en kan niet worden beschouwd als advies.

Download hier het pdf-bestand

 



Is toepassing van gerichte vrijstellingen werkkostenregeling (zoals de 30%-regeling) zonder aanwijzing als eindheffingsbestanddeel mogelijk?

Toepassing gerichte vrijstelling onder werkkostenregeling

Om vrijstellingen toe te passen onder de Werkkostenregeling is vereist dat de werkgever de betreffende vergoedingen aanwijst als eindheffingsloon. lees meer

Hoge Raad oordeelt opnieuw over box 3

Ditmaal gaat het over box 3 zoals deze sinds 1 januari 2017 is vormgegeven. lees meer
Hoge Raad oordeelt over toepassing fiscale bedrijfsopvolgingsregeling bij vastgoedexploitatie

Hoge Raad oordeelt over toepassing bedrijfsopvolgingsregeling

De Hoge Raad bevestigt dat eerst moet worden beoordeeld of de verhuuractiviteiten tezamen met andere activiteiten één onderneming vormen lees meer