Achtergrond van het geschil
Sinds 2015 hanteert Stichting Pensioenfonds Notariaat (SPN) – en haar rechtsvoorgangers – een gedempte kostendekkende premie, gebaseerd op het verwachte reële fondsrendement. Gepensioneerden in het notariaat, verenigd in de Vereniging Pensioengerechtigden Notariaat (VPN), stelden dat hierdoor jarenlang te weinig premie is geïnd door het fonds. Volgens hen heeft dit geleid tot een lager fondsvermogen en het uitblijven van indexatie, waardoor hun pensioenrechten feitelijk zijn uitgehold.
Het conflict kreeg extra lading door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). In het in december 2024 vastgestelde transitieplan is een compensatieregeling voor actieve deelnemers opgenomen wegens de afschaffing van de doorsneesystematiek. Die compensatie wordt gefinancierd uit het fondsvermogen. Gepensioneerden achtten dit onaanvaardbaar, maar ook onrechtmatig, omdat zij van mening waren dat zij zodoende meebetaalden aan een regeling waarvan uitsluitend de actieve deelnemers (de huidige (kandidaat-)notarissen en medewerkers in het notariaat) profiteren. Het ‘deel van het fondsvermogen’ dat aan de gepensioneerde notarissen zou toebehoren, zou hen daarmee feitelijk worden ontnomen.
De vorderingen
De eisers vorderden – kort weergegeven – verklaringen voor recht dat:
- Het gebruik en het handhaven van de gedempte premie onrechtmatig is;
- Sprake is van misbruik van bevoegdheid, schending van zorgplicht en onevenwichtige belangenbehartiging;
- Hun eigendomsrechten (art. 1 EP EVRM) zijn geschonden; en
- Actieve deelnemers ongerechtvaardigd zijn verrijkt en gepensioneerden zijn gediscrimineerd.
Daarnaast vroegen zij de rechtbank om SPN te verbieden uitvoering te geven aan het transitie‑ en implementatieplan zolang daarin geen compensatie voor gepensioneerden is opgenomen.
Oordeel van de rechtbank
Gedempte premie is wettelijk toegestaan
De rechtbank stelde voorop dat de Pensioenwet (oud) uitdrukkelijk toestaat dat pensioenfondsen de premie dempen, onder meer door uit te gaan van het verwachte rendement in plaats van de risicovrije marktrente. Dit voorkomt volatiliteit in de bij werkgevers en werknemers te innen premies, hetgeen de wetgever onwenselijk acht. Het gros van de pensioenfondsen in Nederland dempt dan ook de premies, zoals SPN dat heeft gedaan. SPN heeft daarbij steeds gehandeld binnen de (strikte) wettelijke parameters voor premiedemping en onder toezicht van DNB. Het gedempte premiebeleid heeft bovendien niet onevenredig nadelig uitgepakt voor bepaalde groepen deelnemers, zoals gepensioneerden.
Van misbruik van bevoegdheid is volgens de rechtbank (daarom) geen sprake.
Geen onrechtmatige daad of zorgplichtschending
De rechtbank benadrukte verder dat voor aansprakelijkheid niet alleen een onrechtmatige gedraging vereist is, maar ook concrete schade en causaal verband. Die ontbreken hier. Eisers hebben niet inzichtelijk gemaakt dat hun individuele pensioenuitkering is aangetast door de premiedemping.
Maar zelfs als dat wel het geval zou zijn, volgt daaruit nog niet dat eisers ook individueel schade hebben geleden. Eisers hebben uit hoofde van hun pensioenregeling namelijk enkel een aanspraak op pensioen (artikel 1 Pensioenwet), maar niet (ook) op SPN ter zake van het fondsvermogen. Dat vermogen behoort in eigendom toe aan SPN en niet (voor een deel) aan eisers als pensioengerechtigden.
Geen onevenredige belangenvertegenwoordiging
Er is ook geen sprake van schending van artikel 105 lid 2 Pensioenwet, dat de evenwichtige belangenvertegenwoordiging van alle belanghebbenden regelt, zo oordeelde de rechtbank. SPN heeft namelijk gemotiveerd weersproken dat zij bij het vaststellen van de gedempte premie de belangen van alle verschillende groepen heeft afgewogen.
Geen schending van eigendomsrecht
De rechtbank verduidelijkte tevens dat voorwaardelijke indexatie niet kwalificeert als eigendom. Het uitblijven van indexatie in eerdere jaren levert daarom geen inbreuk op van artikel 1 EP EVRM. Ook het feit dat fondsvermogen is aangewend voor andere doelen dan indexatie betekent niet dat gepensioneerden in hun eigendomsrecht zijn aangetast.
Enkel bestaande pensioenrechten kwalificeren als eigendomsrecht (in de zin van het EVRM):
“Een voorwaardelijk recht op toeslag is afhankelijk van een toekomstige onzekere gebeurtenis. Zolang die gebeurtenis niet heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden, is de voorwaardelijke toeslag niet aan te merken als een pensioenaanspraak of pensioenrecht en ook geen vermogensrecht. Een dergelijk onzeker uitzicht op waardevermeerdering is (in tegenstelling tot een onvoorwaardelijke indexatierecht) geen eigendomsrecht.”
Het niet-indexeren door SPN van de pensioenen van eisers in die periode heeft dan ook niet tot aantasting van hun pensioenrecht en daarmee hun eigendomsrecht geleid.
Geen ongerechtvaardigde verrijking en/of schending discriminatieverbod
De rechtbank concludeerde verder dat de stelling dat de actieve deelnemers vanaf 2015 ongerechtvaardigd zouden zijn verrijkt ten opzichte van de gepensioneerde notarissen, onterecht is.
Deze stelling neemt als uitgangspunt dat actieve deelnemers voor hun pensioenopbouw minder premie hebben betaald dan de gepensioneerde notarissen. Uit hetgeen de rechtbank eerder in deze uitspraak oordeelde, volgt echter dat het gedempte premiebeleid een prudent beleid is (geweest) en dat de geïnde premie niet te laag is (geweest). Bovendien geldt dat het fondsvermogen een collectief karakter heeft. Het behoort niet voor bepaalde delen toe aan afzonderlijke groepen, maar wordt juist gebruikt om mee- en tegenvallers gezamenlijk op te vangen. Tegen die achtergrond wordt niet ingezien hoe een op het reëel fondsrendement gebaseerde premie zou leiden tot verrijking van actieve deelnemers en een verarming van de gepensioneerde notarissen. Die hebben ook niet gesteld waar hun verarming concreet uit zou bestaan.
Indien het daadwerkelijk zo is dat actieve deelnemers enig voordeel is toegevallen als gevolg van de premiedemping, dan kwalificeert dit onder de uitkeringsregeling niet als ongerechtvaardigde verrijking ten opzichte van de gepensioneerden in de zin van de wet (het uitgangspunt van uitkeringsregelingen is namelijk ook de solidariteit die daarmee gepaard gaat). Evenmin kan in dit verband worden gesproken van discriminatie van de gepensioneerden ten opzichte van de hiervoor genoemde actieve deelnemers. Op dit punt kan een parallel worden getrokken met de indexaties van de pensioenen van de gepensioneerde notarissen die per 2023, per 2024 en per 2025 hebben plaatsgevonden en ook ten laste van het fondsvermogen zijn gekomen; ook die vormen geen verrijking van de gepensioneerden, evenmin een verarming van de actieve deelnemers.
Afspraak over compensatiereserve in transitieplan is niet onrechtmatig
Ten aanzien van het transitieplan overwoog de rechtbank dat de wetgever bij de Wtp expliciet heeft onderkend dat de afschaffing van de doorsneesystematiek nadelig kan uitpakken voor actieve deelnemers. Het is daarom dat de wet ruimte biedt om deze groep adequaat te compenseren, waarbij het fondsvermogen als financieringsbron mag worden gebruikt:
“Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever oog heeft gehad voor het feit dat actieve deelnemers hierdoor onevenredig nadeel kunnen ondervinden. Opgemerkt is dat een evenwichtige overstap vereist dat deze groep adequaat en kostenneutraal wordt gecompenseerd, waarbij sociale partners onderhandelingsvrijheid hebben bij het maken van de afspraken. Verder is daarbij uitdrukkelijk overwogen dat deze verandering alleen een compensatie rechtvaardigt voor actieve deelnemers alsmede dat het fondsvermogen kan en mag worden gebruikt om deze compensatie te financieren”
Om deze reden achtte de rechtbank het terecht dat de sociale partners in het notariaat het fondsvermogen als bron voor compensatie voor de actieve deelnemers hebben aangewezen.
Oordeel over compensatie behoort toe aan SPN, niet de rechter
Afsluitend stelde de rechtbank dat het transitieplan door SPN moet worden beoordeeld:
“Overigens moet het transitieplan nog door SPN worden beoordeeld. Indien SPN met de inhoud instemt, stelt zij een eigen implementatieplan op, dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan DNB, die als toezichthouder optreedt.”
“Het uiteindelijke besluit over de inzet van het fondsvermogen voor de compensatie van actieve deelnemers ligt bij SPN en wordt vastgelegd in het implementatieplan.”
Betekenis voor de praktijk
Deze uitspraak heeft bevestigd dat:
- Premiedemping binnen de wettelijke kaders een toelaatbaar instrument blijft voor pensioenfondsen;
- Het transitieplan ter beoordeling van het pensioenfonds is, waarbij het evenwichtige‑belangencriterium ruime beoordelingsvrijheid laat aan pensioenfondsbesturen;
- Een evenwichtige overstap naar het nieuwe pensioenstelsel vereist dat de actieve deelnemers die nadeel ondervinden van de afschaffing van doorsneesystematiek worden gecompenseerd, waarbij sociale partners onderhandelingsvrijheid hebben bij de invulling daarvan én fondsvermogen mag worden gebruikt om deze compensatie te financieren;
- Het eigendomsrecht niet de aangewezen route is voor gepensioneerden om invloed uit te oefenen op het transitieplan of gevoerd premiebeleid.
Na de uitspraak is het ingestelde hoger beroep ingetrokken, waarmee het geschil definitief is beëindigd en de weg is vrijgemaakt voor verdere implementatie van de nieuwe pensioenregeling in het notariaat.
Contact
Neem contact op met ondergenoemde collega’s voor vragen.