Achtergrond

De Hoge Raad heeft op 24 december 2021 in het ‘Kerstavondarrest’ geoordeeld dat de vermogensrendementsheffing van box 3, zoals die sinds 1 januari 2017 was vormgegeven, in strijd was met fundamentele rechten. De Hoge Raad bood rechtsherstel aan belastingplichtigen door uit te gaan van belastingheffing over het werkelijk behaalde rendement. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad op 6 juni 2024 dat ook het gerepareerde forfaitaire box 3-stelsel (de zogenoemde ‘forfaitaire spaarvariant’) in strijd is met fundamentele rechten. Met de oordelen van de Hoge Raad werd de druk op de politiek om een nieuw box-3-stelsel in te voeren vergroot.

Hoofdregel: vermogensaanwasbelasting

Het gepubliceerde wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ voorziet in de invoering van een nieuw box 3-stelsel waarin belasting wordt geheven op basis van het werkelijk behaalde rendement op box 3-vermogen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat alle vermogensbestanddelen die in het huidige box 3-stelsel vallen, ook in het nieuwe stelsel worden belast in box 3.

In het nieuwe box 3-stelsel geldt als hoofdregel een zogenoemde ‘vermogensaanwasbelasting’. Dit betekent dat naast reguliere voordelen zoals rente, huurinkomsten en dividenden (direct rendement) ook de jaarlijks gerealiseerde én ongerealiseerde waardeontwikkelingen van vermogensbestanddelen (indirect rendement) in de belastingheffing worden betrokken. Het nieuwe box 3-stelsel beoogt het totale (werkelijke) rendement van vermogen te belasten. Kosten die verband houden met behalen van box 3-inkomsten zullen daarom in beginsel aftrekbaar zijn. Als in een jaar sprake is van een verlies, dan zal dit verlies onder voorwaarden te verrekenen zijn met box 3-inkomen in volgende jaren (carry-forward).

De uitzondering: vermogenswinstbelasting

Andere belangrijke onderdelen

Vervolg

Het kabinet streeft ernaar om het wetsvoorstel per 1 januari 2028 in werking te laten treden. Het kabinet geeft aan dat dit onder randvoorwaarden IT-technisch realiseerbaar is. De belangrijkste randvoorwaarden daarbij zijn:

  • het wetsvoorstel wordt uiterlijk 15 maart 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Latere vaststelling leidt ertoe dat gegevensleveranciers (banken, verzekeraars) niet tijdig, juist en volledig hun gegevens aan de Belastingdienst kunnen aanleveren;
  • tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel wordt niet tot ingrijpende veranderingen besloten; en
  • toekomstige arresten van de Hoge Raad met betrekking tot box 3 leiden niet of nauwelijks tot aanvullende herstelwerkzaamheden.

Aangezien de invoering van werkelijk rendement in box 3 een structureel ingrijpende aanpassing vormt voor burgers en de Belastingdienst, zal tijdens de parlementaire behandeling moeten blijken in hoeverre de definitieve wetgeving zal afwijken van het huidige wetsvoorstel en in hoeverre de beoogde invoeringsdatum per 1 januari 2028 daadwerkelijk (IT-technisch) haalbaar is.

Contact

Heeft u na het lezen van dit nieuwsbericht behoefte aan een nadere toelichting op een of meer onderwerpen? Of heeft u interesse in een vrijblijvend kennismakingsgesprek? Neem dan contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur of met een van onze adviseurs van het team Family Owned Business & Private Wealth. Wij helpen u graag verder.