De Wkb – gevolgklassen en kwaliteitsborging

De Wkb stelt strengere eisen aan het ontwerpen, bouwen en opleveren van bouwwerken. Om te bepalen welke eisen voor welke bouwactiviteiten gelden, hanteert de Wkb een systematiek van ‘gevolgklassen’. Gevolgklassen zijn – kort gezegd – klassen waarin bouwwerken kunnen worden ingedeeld op basis van de omvang van de mogelijke risico’s die kunnen ontstaan als het bouwwerk niet aan de vereiste kwaliteitsnormen voldoet. Hoe lager de gevolgklasse, hoe kleiner de te verwachten gevolgen bij bouwtechnische gebreken. Het stelsel van kwaliteitsborging zal voor de komende vijf jaar enkel gelden voor bouwwerken in gevolgklasse 1. Hoe de inwerkingtreding van de Wkb voor de andere gevolgklassen zal verlopen is nog onduidelijk.

Gevolgklasse 1 omvat een reeks bouwactiviteiten zoals gedefinieerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierbij kan gedacht worden aan grondgebonden eengezinswoningen, woonboten, vakantiehuisjes en kleine bedrijfspanden zoals opslaghallen of werkplaatsen.

Voor bouwwerken in gevolgklasse 1 is voor een (technische) bouwactiviteit op grond van de Wkb geen omgevingsvergunning “meer” vereist. In plaats daarvan moet vier weken vóór de start van de bouwwerkzaamheden een bouwmelding worden gedaan bij het college van burgemeester en wethouders.

Hiernaast introduceert de Wkb een systeem van kwaliteitsborging. Dit instrument verplicht degene die het bouwwerk bouwt ertoe om een bouwplan op te stellen en om dit plan tijdens de bouw uit te voeren. Hiertoe moet een onafhankelijke kwaliteitsborger worden ingeschakeld die toezicht houdt op de bouwkwaliteit en de geleverde prestaties beoordeelt. Pas wanneer de kwaliteitsborger het bouwwerk goedkeurt, mag het worden opgeleverd.

De bouwmelding en kwaliteitsborging tijdens de bouw

Naast het systeem van kwaliteitsborging, introduceert de Wkb een nieuwe procedure voor het starten van bouwprojecten, namelijk de bouwmelding.

Volgens artikel 2.18 Bbl moet ten minste vier weken vóór aanvang van de bouw bij het college van burgemeester en wethouders een bouwmelding worden gedaan. Deze melding is ingevoerd teneinde het bevoegd gezag (meestal B&W van de gemeente) de gelegenheid te geven om, indien nodig, handhavend op te treden. Als de bouwactiviteiten niet binnen een jaar na de melding aanvangen, moet de bouwmelding opnieuw worden gedaan.

De bouwmelding moet – onder meer – de volgende informatie bevatten:

  1. identificatie van de gekozen (private) kwaliteitsborger;
  2. de methode van kwaliteitsborging die de kwaliteitsborger zal gebruiken;

  3. een risicobeoordeling, die de bouwtechnische risico’s identificeert; en

  4. een borgingsplan, waarin wordt beschreven hoe de kwaliteitsborger met deze risico’s omgaat.

De bouwmelding leidt ertoe dat degene die het bouwwerk bouwt ruim voor de geplande start van de bouwwerkzaamheden een kwaliteitsborger zal moeten aanstellen om het bouwplan te beoordelen en een risicobeoordeling te maken. De risicobeoordeling wordt gebruikt bij het opstellen van een borgingsplan.

Tijdens de bouw is de kwaliteitsborger bovendien verantwoordelijk voor uitvoering van het borgingsplan en toezicht op de bouw en het bouwplan. Als er inconsistenties zijn tussen het bouwplan en de uitvoering, moet de kwaliteitsborger dit melden aan de betrokken partijen (waaronder de aannemer) en de opdrachtgever. Eventuele problemen die niet tijdens de bouw kunnen worden opgelost, moeten ook bij het bevoegd gezag worden gemeld. In ernstige gevallen kan het bevoegd gezag besluiten om de bouw stil te leggen tot het probleem is verholpen.

Gereedmelding

Als de bouwwerkzaamheden zijn voltooid, is het aan degene die het bouwwerk bouwt om een gereedmelding (inclusief verklaring van de kwaliteitsborger) te doen. Deze melding vormt de kern van het nieuwe systeem. Het proces van gereedmelding begint met de verklaring van de kwaliteitsborger. Deze verklaring bevestigt dat het gerealiseerde bouwwerk voldoet aan de technische voorschriften zoals vastgesteld in het Bbl Zonder een gereedmelding mag het bouwwerk wettelijk niet in gebruik worden genomen (niet te verwarren met de gebruiksmelding die ook op grond van het Bbl gedaan moet worden).

De gereedmelding moet ten minste twee weken vóór de feitelijke ingebruikname van het bouwwerk bij bevoegd gezag worden ingediend. De melding moet – onder meer – de volgende informatie bevatten:

  1. de identiteit van degene die de bouwmelding heeft gedaan;

  2. een beschrijving van de bouwactiviteit;

  3. de verklaring van de kwaliteitsborger; en

  4. gedetailleerde gegevens en bescheiden die aantonen dat het bouwwerk voldoet aan de relevante technische bouwvoorschriften.

Het bevoegd gezag kan beoordelen of de gereedmelding volledig en correct is. Verwacht mag worden dat het bevoegd gezag de indiener informeert over een eventuele onvolledige melding; immers, het bouwwerk kan dan niet in gebruik worden genomen. Het bouwwerk kan pas in gebruik worden genomen twee weken nadat de volledige en correcte informatie bij het bevoegd gezag is ingediend. Deze nieuwe procedure verschuift de verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke toetsing aan bouwtechnische voorschriften naar de private kwaliteitsborgers. Binnen het nieuwe systeem is de rol van het bevoegd gezag dus beperkt tot het beoordelen van de gereedmelding: de kwaliteitsborger is verantwoordelijk voor het waarborgen dat het bouwwerk aan de technische eisen voldoet.

Wat gaat de Wkb betekenen voor aannemers?

Onder het regime van de Wkb kunnen aannemers verantwoordelijk zijn voor het naleven van bouwvoorschriften gedurende het gehele bouwproces. Aannemers zullen nauw moeten samenwerken met de kwaliteitsborgers, waarbij aannemers moeten aantonen dat het bouwwerk voldoet aan de eisen van het Bbl. Ook zullen aannemers zorg moeten dragen voor het tijdig aanleveren van alle relevante documentatie en bewijsstukken gedurende het bouwproces.

De Wkb brengt verder een grotere mate van bescherming van de opdrachtgever mee. Zo blijft de aannemer na oplevering van het bouwwerk in beginsel aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering ontdekt hadden kunnen worden, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Dit vereist een zorgvuldige documentatie en monitoring van het bouwproces, wat zou moeten resulteren in een grotere mate van transparantie en hogere kwaliteit van bouwwerken. Hierbij is wel relevant om op te merken dat de Wkb regels van semi-dwingend recht bevat. Zodoende kan niet ten nadele van bouwconsumenten (lees: niet-professionele opdrachtgevers) worden afgeweken, maar kunnen professionele partijen wel afwijkingen overeenkomen in hun aannemingsovereenkomst.

Tot slot

De Wkb brengt een grote verandering in de Nederlandse bouwsector. Het nieuwe systeem verschuift de verantwoordelijkheid voor het toezicht op bouwen gedeeltelijk van publiekrechtelijke instanties naar privaatrechtelijke partijen. Belangrijk is de introductie van de bouwmelding en het gereedmeldingsproces, en de samenwerking tussen aannemers en kwaliteitsborgers om aan te tonen dat aan alle bouwvoorschriften is voldaan.

Contact

Wilt u meer informatie of een gesprek over dit onderwerp? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.