Kabinetsvoorstellen 29 september 2026
Op 29 september 2026 heeft het kabinet belangrijke wijzigingen in het Belastingpakket aangekondigd. Deze wijzigingen zijn bedoeld om de oppositie tegemoet te komen en zo een meerderheid voor de begroting in beide Kamers te overtuigen. De belangrijkste fiscale punten van de plannen zijn:
- De ‘Wet werkelijk rendement box 3’ wordt aangepast. Het nieuwe box 3-stelsel moet nog steeds ingaan op 1 januari 2028, maar kent dan ook voor alle financiële instrumenten (zoals aandelen en obligaties) een vermogenswinstbelasting. Het kabinet stapt dus af van een vermogensaanwasbelasting voor deze bezittingen en wil winsten pas belasten als deze zijn gerealiseerd. Naast financiële instrumenten werd in het eerdere wetsvoorstel ook onroerend goed in de vermogenswinstbelasting belast.
- Per 2030 een volledige vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen.
- Verlaging van het reguliere tarief in box 2 (nu: 31%) naar 29,2% voor een periode van 4 jaar vanaf 1 januari 2027. Hiermee hoopt het kabinet te bereiken dat aanmerkelijkbelanghouders eerder vermogen uitkeren aan privé.
- De drempel voor ‘excessief lenen’ (nu: € 500.000) wordt in 5 jaar vanaf 1 januari 2027 in stappen van € 80.000 afgebouwd naar € 100.000. Dit betekent bijvoorbeeld dat de drempel op 31 december 2027 nog € 420.000 zal zijn. Eigenwoningschulden blijven vooralsnog toegestaan.
- Per 1 januari 2027 wordt het forfaitaire rendement in box 3 voor overige bezittingen verhoogd met 1,5%. Dat betekent een fictief rendement voor die bezittingen (zoals vastgoed, aandelen en vorderingen) van 7,87% in 2027. In de eindejaarsplanning van 2026 is dit vanwege de peildatum 1 januari al een belangrijke ontwikkeling om rekening mee te houden.
- Verlaging van het heffingsvrije vermogen per 1 januari 2027 naar € 30.846 (per persoon). Dat is in 2026 nog € 59.357.
De eerdere Prinsjesdagvoorstellen in één oogopslag
- De box 1-tarieven en schijfgrenzen wijzigen beperkt.
- De tarieven in box 2, box 3 en de vennootschapsbelasting blijven ongewijzigd.
- Het algemene overdrachtsbelastingtarief voor woningen (niet-eigen woningen) daalt van 8% naar 7%.
- Bij bedrijfsfusies en splitsingen vervalt het wettelijke onzakelijkheidsvermoeden.
- De energie-investeringsaftrek stijgt van 40% naar 45,5%.
- Het maximum van de forfaitaire innovatiebox stijgt van € 25.000 naar € 100.000.
- Er zijn geen nieuwe wijzigingen voor de BOR of de doorschuifregeling aangekondigd.
- Het kabinet neemt nog geen besluit over box 3 en schuift dat door naar 2027. Voor de dekking van aanpassingen wordt niet alleen gekeken naar box 3 zelf, maar ook naar maatregelen zoals aanscherping van excessief lenen bij de eigen vennootschap, schenkingen tegen schuldigerkenning en afschaffing van het 19%-tarief in de vennootschapsbelasting.
- Woningcorporaties worden uitgezonderd van de earningsstrippingmaatregel.
- Er komt een regeling voor aandelenopties van werknemers van start-ups en scale-ups. Die opties worden gedeeltelijk belast (voor 65%), in beginsel pas bij verkoop.
1. Tarieven
2. (Familie)bedrijven - nationale ontwikkelingen
3. Bedrijfsopvolging
4. Beleggingen
5. Vastgoed
6. Werknemers
Contact
Heeft u na het lezen van dit nieuwsbericht behoefte aan een nadere toelichting op een of meer onderwerpen? Of heeft u interesse in een vrijblijvend kennismakingsgesprek? Neem dan contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur of met een van onze adviseurs van het team Family Owned Business & Private Wealth. Wij helpen u graag verder.