Introductie
Op 3 juli 2026 kondigde het kabinet een koerswijziging aan ten aanzien van het wetsvoorstel Wibz: het huidige winstuitkeringsverbod (artikel 5 WTZi) verdwijnt uit de wet en maakt plaats voor een wettelijk maximumpercentage aan winstuitkering, onder strengere voorwaarden, dat voor alle zorgaanbieders gelijk is. Wij bespraken deze koerswijziging richting cap-and-conditions regime in onze eerdere blog 'Van winstverbod naar winstnormering in de zorg'.
Drie maanden later is dit uitgewerkt in een concrete ontwerptekst. De Nota van wijziging (inclusief toelichting) is op 1 oktober 2026 verzonden aan de Koning, sinds 6 oktober 2026 aanhangig bij de Afdeling advisering van de Raad van State en samen met de voordracht op 8 oktober 2026 als voorbereidende documenten gepubliceerd.
Een geconsolideerde vergelijking tussen de oorspronkelijke tekst van de Wibz en de recente Nota van wijziging vindt u hier, zodat in één document zichtbaar is wat de Nota van wijziging beoogt te veranderen. De Nota van wijziging is de meest concrete stap tot nu toe in een langer en niet-lineair beleidsdebat over winstuitkering, investeringen en integere bedrijfsvoering in de zorg.
De Wibz beoogt naast wijziging van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en intrekking van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) niet alleen wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), maar bevat vrijwel identieke bepalingen voor de Jeugdwet. Omdat de inhoudelijke keuzes in de Jeugdwet-bepalingen grotendeels een spiegelbeeld zijn van die in de Wmg, beperken wij deze blog tot de wijzigingen in de Wmg. Hieronder schetsen wij eerst de beleidsmatige achtergrond van dit wetgevingstraject, adresseren de belangrijkste Wmg-wijzigingen, en duiden per onderdeel waar deze vandaan komen.
Achtergrond
Al jaren bestaat de politieke en maatschappelijke wens wettelijke normen in te voeren tegen fraude en oneigenlijk gebruik van zorggeld, en is er discussie over het verbod op winstuitkering in de zorg. Over de inhoud van het initiële wetsvoorstel Wibz anno 2022 schreven wij eerder de blog 'Aanpak niet-integere zorgaanbieders en excessieve winstuitkering'.
Politieke druk als gevolg van incidenten in de sector (waaronder het faillissement van CoMed) zette de minister ertoe onderzoek te laten doen naar de omvang en effecten van private equity in de zorg (zie hierover onze eerdere blog 'Uitkomsten onderzoek naar omvang en effecten van private equity in de Nederlandse zorgsector'). Op basis van de beschikbare gegevens werden in dat onderzoek uit 2024 geen aantoonbare verschillen gevonden in kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid tussen zorgaanbieders met en zonder private-equitybetrokkenheid. De onderzoekers wezen daarbij wel op beperkingen in de beschikbare data. De uitkomst nam de politieke discussie niet weg: zomer 2024 nam de Tweede Kamer opnieuw moties aan over een verbod op private equity in de zorg en over verdere regels voor winstuitkering (zie onze eerdere blog 'Winstuitkering en private equity in de zorg – ontwikkelingen zomer 2024').
Vlak daarna volgde een kritisch advies van de Afdeling advisering van de Raad van State. In haar advies van 26 juni 2024 vroeg de Afdeling aandacht voor de noodzaak en proportionaliteit van het wetsvoorstel, en adviseerde zij onder meer de voorwaarden voor winstuitkering aan te passen. Naar aanleiding daarvan beperkte de minister het wetsvoorstel, nog vóór indiening, tot het gedrag waarover de meeste signalen van misbruik bestonden.
Tegen die achtergrond diende de minister het wetsvoorstel Wibz op 29 januari 2025 in bij de Tweede Kamer (zie onze eerdere blog 'Wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders ingediend: de belangrijkste wijzigingen'). Het bestaande winstuitkeringsverbod voor (samengevat) intramurale zorgaanbieders met uitzonderingen voor (samengevat) aanbieders van extramurale zorg wijzigde niet, maar introduceerde voor aanbieders die wel winst mochten uitkeren aanvullende voorwaarden: financiële ratio's, goedkeuring door de interne toezichthouder en een onafhankelijk cliëntenonderzoek. Na indiening kwam het wetsvoorstel opnieuw onder druk te staan. Vanuit de Tweede Kamer klonk kritiek dat het wetsvoorstel onvoldoende deed om aanbieders en investeerders met verkeerde intenties te weren, met name op het punt van winstuitkering en private equity. Fundamenteler was de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 oktober 2025 in de zaak Radiology Holland. De Afdeling oordeelde dat de minister het winstuitkeringsverbod in die zaak niet coherent en consistent had toegepast, in strijd met artikel 49 VWEU. De Afdeling oordeelde daarmee overigens niet dat ieder winstuitkeringsverbod als zodanig onverenigbaar is met het Unierecht.
Naar aanleiding van de diverse moties uit de Kamer en de Radiology Holland-uitspraak, kondigde de minister op 11 december 2025 een herbezinning op de Wibz aan, met drie denkrichtingen: (i) een per zorg- of leveringsvorm gedifferentieerd winstuitkeringsverbod, (ii) opheffing van het verbod in combinatie met een maximumpercentage en strengere voorwaarden, of (iii) een algeheel winstuitkeringsverbod voor de hele zorgsector. Op 3 juli 2026 koos het kabinet in een Kamerbrief voor optie (ii): het winstuitkeringsverbod verdwijnt en maakt plaats voor één uniform regime met een maximumpercentage en strengere voorwaarden, dat voor alle aanbieders gelijk is. Die beleidskeuze vormt het uitgangspunt van de Nota van wijziging.
De wijzigingen artikelsgewijs
Hieronder volgen de belangrijkste wijzigingen uit de Nota van wijziging, in de volgorde van de relevante artikelen uit de Wibz.
Stand van zaken
De Nota van wijziging is op 1 oktober 2026 aan de Koning verzonden, vervolgens op 6 oktober 2026 voor advies aanhangig gemaakt bij de Afdeling advisering van de Raad van State en op 8 oktober 2026 als voorbereidend document gepubliceerd, en dus nog niet als Nota van wijziging bij de Tweede Kamer ingediend. Dit is nog geen geldend recht. Na het advies van de Afdeling advisering kan het kabinet de Nota aanpassen en formeel aan de Tweede Kamer zenden. Daarna volgt de verdere behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamer. Aan de toelichting liggen een advies van de ATR en uitvoeringstoetsen van de NZa, de IGJ en het CIBG ten grondslag.
- De ATR adviseerde op 13 augustus 2026 de Nota van wijziging niet in te dienen. Volgens de ATR ontbraken onder meer een toereikende probleemanalyse, een onderbouwing van proportionaliteit en effectiviteit en een voldoende beoordeling van minder belastende alternatieven, in het bijzonder voor kleinere aanbieders.
- De NZa bracht op 19 augustus 2026 een uitvoeringstoets uit en achtte de aanscherping in algemene zin uitvoerbaar en handhaafbaar, mits de lagere regelgeving juist wordt uitgewerkt en voldoende toezichtscapaciteit beschikbaar komt. De suggestie om de cap te koppelen aan het eigen vermogen in plaats van het geïnvesteerde vermogen is in de wettekst overgenomen op verzoek van de NZa. Andere aandachtspunten, waaronder de EBITDA(R)-ratio, het vastgoedtoezicht, gegevensdeling en toezichtscapaciteit, worden volgens de toelichting in de Nota van Wijziging in de verdere uitwerking betrokken.
- De IGJ bracht op 13 juli 2026 een uitvoeringstoets uit en zag vanuit toezicht, handhaafbaarheid en uitvoering geen noodzaak tot aanpassing. Zij vroeg wel aandacht voor de verbreding van de Wtza-vergunningplicht in een afzonderlijk wetgevingstraject.
- Het CIBG bracht op 18 augustus 2026 een uitvoeringstoets uit. Het CIBG onderschreef de koers, maar vroeg om concretere lagere regelgeving, voldoende implementatietijd en capaciteit, goede afspraken over gegevensuitwisseling en aandacht voor overgangsrecht.
De inhoudelijke uitwerking van het wetsvoorstel is nog niet afgerond. Het percentage van de cap, de nadere invulling van de begrippen 'verbonden partij' en 'van betekenis zijnde transactie' in artikel 40c Wmg, eventuele regels voor financieringsconstructies onder artikel 40d Wmg en de ontheffingscriteria van artikel 40f Wmg moeten nog in lagere regelgeving worden bepaald. Voor de cap en de mogelijke regulering van overnamefinanciering loopt volgens de toelichting nader onderzoek. Een officieel tijdpad voor de afronding van dat onderzoek en de vaststelling van de lagere regelgeving is niet gepubliceerd, maar uit de debatten en uit het veld blijkt dat deze onderzoeken eind dit jaar zouden moeten worden afgerond.
Op 14 oktober 2026 debatteerde de Kamer over fraudebestrijding in de zorg, en dat debat leverde moties op die raken aan de Nota van wijziging. Van Brenk en Claassen constateren dat de gewijzigde Wibz zal bepalen dat zorgaanbieders ‘een bescheiden maar voldoende aantrekkelijk rendement’ moeten kunnen realiseren, vinden die formulering te subjectief, en hebben een motie ingediend die de regering verzoekt de hoogte van het maximale rendement in het wetsvoorstel duidelijk te concretiseren: precies het AMvB-vraagstuk dat hierboven al naar voren kwam, terwijl de ontwerptekst juist voor vaststelling bij AMvB kiest. Dobbe ging een stap verder en heeft een motie ingediend die de regering verzoekt, in plaats van een cap, een volledig winstverbod in de zorg vorm te geven, en diende in een separate motie het verzoek in om het bestaande winstverbod juist niet af te schaffen. Een stemmingsuitslag over deze moties is nog niet bekend. Ookna publicatie van de Nota van wijziging blijft de koerswijziging van 3 juli 2026 politiek omstreden, en wil een deel van de Kamer per saldo helemaal geen cap, maar een verbod. De Minister blijft kritisch op dergelijke moties gelet op dit wetgevingstraject en de koers van het kabinet.
Visie Loyens & Loeff
De Nota van wijziging maakt de koerswijziging van 3 juli 2026 juridisch concreet. Het huidige naar zorgvorm gedifferentieerde winstuitkeringsverbod wordt vervangen door één cumulatief stelsel van een cap, financiële voorwaarden, kwaliteitseisen en bedrijfsvoeringsnormen. Die keuze vermindert de bestaande verschillen tussen categorieën aanbieders en leveringsvormen. Daarmee is echter nog niet gegeven dat ieder onderdeel van het nieuwe stelsel, afzonderlijk en in samenhang, noodzakelijk, proportioneel en uitvoerbaar is.
De toelichting erkent op pagina 27 van de Nota van wijziging expliciet dat informatie over de omvang van de vermeende problematiek die aanleiding is voor het wetsvoorstel (hoofdstuk 2.2. toelichting) momenteel niet beschikbaar is. De onderbouwing berust daardoor voor een belangrijk deel op mogelijke risicomechanismen en signalen, niet op aangetoonde schade in alle zorg- en jeugdhulpsectoren. Dat onderscheid is relevant, omdat hetzelfde regime zal gelden voor aanbieders die sterk verschillen in omvang, kapitaalbehoefte, risicoprofiel en bedrijfsmodel.
Daarnaast moet de proportionaliteit in onze optiek bij voorkeur (ook) worden beoordeeld aan de hand van het cumulatieve effect van de maatregelen. De cap komt boven op de financiële ratio’s, het cliëntenonderzoek, de goedkeuringsvereisten, de continuïteitstoets en mogelijke toekomstige beperkingen van financieringsconstructies. Bij die beoordeling behoren ook de bestaande waarborgen uit het ondernemingsrecht, de Wtza, de Wkkgz, de Wmg, intern toezicht en zelfregulering te worden betrokken. De Afdeling advisering wees in 2024 al op het belang van een duidelijke probleemanalyse en een dragende motivering waarom aanvullende regulering nodig is naast bestaande regels en governancecodes.
Tegelijk erkent het kabinet uitdrukkelijk dat externe investeringen kunnen bijdragen aan innovatie, beschikbaarheid en toekomstbestendigheid van zorg, en dat investeerders een redelijk rendement mogen verwachten. De uiteindelijke hoogte en berekeningswijze van de cap en de eventuele beperkingen voor overnamefinanciering moeten daarom niet alleen excessen voorkomen, maar ook voorkomen dat noodzakelijke financiering en investeringsbereidheid onevenredig worden geraakt. De Nota van wijziging maakt inmiddels duidelijk welke wettelijke systematiek het kabinet voor ogen heeft. Hoe het stelsel in de praktijk uitwerkt, kan echter pas goed worden beoordeeld wanneer het advies van de Afdeling advisering, het marktonderzoek, de AMvB’s, de berekeningsregels en eventuele overgangsbepalingen bekend zijn.
Contact
Heeft u vragen over de inhoud van deze blog, de op 8 oktober 2026 gepubliceerde Nota van wijziging of de mogelijke gevolgen daarvan voor uw organisatie? Neem dan gerust contact op met ons Life Sciences & Healthcare Team of met ondergetekenden.