De Kamerbrief van 3 juli 2026 markeert een koerswijziging in het dossier van de Wibz. Waar het op 29 januari 2025 ingediende wetsvoorstel het bestaande winstuitkeringsverbod voor bepaalde categorieën aanbieders in stand liet en nadere voorwaarden voor winstuitkering introduceerde, kiest het kabinet nu voor een meer uniform stelsel waarin winstuitkering voor alle aanbieders van zorg en jeugdhulp is toegestaan, maar uitsluitend als het “bescheiden” winst betreft op basis van een nog vast te stellen maximumpercentage “van het geïnvesteerd vermogen” en onder strikte voorwaarden; een nieuw ‘cap-and-conditions’ regime. Ook scherpt de brief de geïntroduceerde normen voor de financiële bedrijfsvoering van zorg- en jeugdhulpaanbieders aan.
Achtergrond
Op dit moment kent de wet een winstuitkeringsverbod voor aanbieders van verzekerde zorg, maar dat systeem is in de praktijk gefragmenteerd. Er zijn namelijk wettelijke uitzonderingen: extramurale aanbieders (zorg die samengevat wordt verleend buiten de muren van een instelling waar mensen verblijven, zoals huisartsen, tandartsen en paramedici) mogen winst uitkeren, terwijl intramurale aanbieders (zoals ziekenhuizen en instellingen voor langdurige zorg met verblijf) niet zijn uitgezonderd van het winstuitkeringsverbod.
Dat onderscheid is historisch gezien verklaarbaar, maar sluit al lang niet meer aan op de praktijk. Zorg wordt anders gefinancierd en georganiseerd dan twintig jaar geleden, en in de praktijk kan in veel gevallen tóch rechtmatig winst worden uitgekeerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde najaar 2025 in de Radiology Holland-uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:5089) dat het verbod door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) niet coherent en consistent wordt toegepast. Dit is in strijd met Europees recht.
Na deze uitspraak maar ook onder politieke druk vanuit de Tweede Kamer in de vorm van allerlei moties, kondigde de minister van VWS in december 2025 aan het wetsvoorstel Wibz uit januari 2025 aan te scherpen. Er lagen grofweg drie opties op tafel:
- Sectoraal onderscheid: winstuitkering differentiëren per (sub)sector;
- Gereguleerde winstuitkering: opheffing van het huidige winstuitkeringsverbod in combinatie met maatregelen die excessen tegengaan; of
- Totaalverbod.
Afgelopen vrijdag 3 juli 2026, vlak voor het zomerreces, koos het kabinet per brief aan de Tweede Kamer duidelijk voor optie 2: het kabinet wil het huidige winstuitkeringsverbod afschaffen en introduceert een cap-and-conditions regime; winstuitkering mag, maar onder strikte voorwaarden en tot een nog vast te stellen maximum. Ook kondigt de kamerbrief aanscherping van de bedrijfsvoeringsnormen aan.
Aanvullende voorwaarden winstuitkering
Het wetsvoorstel uit januari 2025 bevatte al diverse voorwaarden voor zorgaanbieders die winst mogen uitkeren: denk aan eisen rond kwaliteit, financiële gezondheid, expliciete goedkeuring door de interne toezichthouder en een recent onafhankelijk cliëntenonderzoek. Daarnaast bevatte het voorstel normen over onverantwoorde risico’s, normale marktvoorwaarden bij transacties met verbonden partijen, modernisering van het vastgoedtoezicht en aanvullende weigerings- en intrekkingsgronden voor de Wtza-vergunning. Daar komen nu dus voorwaarden ten aanzien van de hoogte van de winstuitkering en het voldoen aan de jaarverantwoordingsplicht bij.
Strengere normen bedrijfsvoering
De al in het wetsvoorstel opgenomen normen over normale marktvoorwaarden bij van betekenis zijnde transacties met verbonden partijen en het verbod op onverantwoorde risico’s bij het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen worden aangescherpt én gekoppeld aan de voorwaarden voor winstuitkering.
Via een verruimde delegatiegrondslag wil het kabinet deze open normen bovendien nader uitwerken in een AMvB, onder meer door begrippen als “verbonden partijen” en “van betekenis zijnde transacties” te verduidelijken, een meldplicht voor vastgoedtransacties met verbonden partijen te introduceren en extra voorwaarden te stellen aan financieringsconstructies.
Geen verbod op private equity
Er komt geen verbod op private equity-investeringen, geen centraal register, geen overname- en fusiestop, en geen nader onderzoek naar private equity in de zorg (een en ander zoals verwoord in diverse aangenomen moties van de Tweede Kamer).
Wel wil het kabinet meer mogelijkheden creëren om voorwaarden te stellen aan financieringsconstructies. De expliciete inzet op het beperken van acquisitieschuld die door de koper bij een overname wordt aangegaan en vervolgens op de balans van de zorg- of jeugdhulpaanbieder wordt afgewenteld (debt push down) springt in het oog; volgens het kabinet vergroten zulke structuren de kwetsbaarheid van aanbieders, kunnen zij productieprikkels of kostenbesparingen ten koste van kwaliteit uitlokken en raken zij daarmee direct aan de continuïteit van zorg en jeugdhulp.
Wetgevingstraject
Wij benadrukken dat de Kamerbrief van 3 juli 2026 een aankondiging van verdere aanscherping van het wetsvoorstel betreft. In die zin betreft het een politieke keuze, maar dit is nog geen wet. Voor zorgaanbieders en investeerders betekent dit dat zij de brief serieus kunnen nemen als signaal van waar het kabinet heen wil – mits juridisch haalbaar.
De aangekondigde keuzes moeten eerst worden omgezet in een nota van wijziging, vervolgens langs uitvoeringstoetsen en daarna opnieuw ter advisering naar de Afdeling advisering van de Raad van State (die in 2024 zeer kritisch was op een vorige versie van de Wibz). Of en in welke vorm de aangekondigde aanscherpingen daadwerkelijk in de wet worden opgenomen is nog onzeker.
Eerste visie Loyens & Loeff
Het kabinet verlaat het winstuitkeringsverbod voor intramurale zorgaanbieders en kiest, in lijn met een van de drie in de brief van 11 december 2025 geschetste opties, voor een stelsel van winstnormering met uniforme voorwaarden voor alle zorg- en jeugdhulpaanbieders. Die keuze, evenals de keuze voor gereguleerde winstuitkering, is op zichzelf gelet op de parlementaire geschiedenis en ontwikkelingen begrijpelijk. Maar wij plaatsen de nodige kanttekeningen bij de aanscherpingen van de Wibz.
Voor zorg- en jeugdhulpaanbieders betekent het beoogde cap-and-conditions regime een toename van compliance eisen (voor de impact op besluitvorming van het bestuur van instellingen verwijzen wij naar deze blog in Zorgvisie). Voor investeerders brengt het regime vooralsnog vooral meer onzekerheid over winstuitkering en financieringsstructuren. Voor de volledigheid merken wij daarnaast nog op goed te kunnen volgen dat een debt push down onverantwoord kan zijn in het kader van de publieke belangen die instellingen dienen, maar alhoewel dit in het verleden regelmatig voorkwam is een dergelijke financieringsconstructie in de praktijk inmiddels minder gangbaar dan voorheen.
Kortom, na de kamerbrief van 3 juli 2026 is de hamvraag niet langer of winstuitkering zal worden toegestaan en voor wie, maar of de voorgenomen (aangescherpte) voorwaarden voor winstuitkering en normen voor een integere bedrijfsvoering juridisch waterdicht te krijgen zijn.
Contact
Indien u vragen heeft over de inhoud van deze blog, de Kamerbrief van 3 juli 2026, het voorgestelde winstregime of de mogelijke gevolgen voor uw organisatie, neem dan gerust contact op met uw vaste aanspreekpunt binnen ons Life Sciences & Healthcare Team en/of met een van de onderstaande adviseurs.