Achtergrond en doel

Richtlijn (EU) 2009/138/EG (Solvabiliteit II) vormt sinds 2016 het prudentiële kader voor verzekeraars binnen de Europese Unie en is opgebouwd uit drie pijlers (zoals hieronder nader toegelicht). Naar aanleiding van de verplichte evaluatie in 2020 heeft de Europese Commissie diverse onderdelen geïdentificeerd waarin het raamwerk versterkt of geactualiseerd moest worden. Dit heeft geleid tot de Wijzigingsrichtlijn. De Wijzigingsrichtlijn beoogt de samenwerking en veerkracht van de Europese verzekeringsmarkt te versterken, de bescherming van polishouders te verbeteren en de transparantie te vergroten, terwijl wordt gewaarborgd dat verzekeraars ook in een stressscenario financieel robuust blijven. Daarnaast worden langetermijninvesteringen gestimuleerd en worden klimaat‑ en macroprudentiële risico’s beter geïntegreerd, ter ondersteuning van de groene, digitale en economische doelstellingen van de EU. Het ontwerp van de Implementatiewet stelt wijzigingen voor in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de relevante lagere regelgeving.

Belangrijkste onderwerpen

Samengevat worden de volgende wijzigingen voorgesteld:

  • Introductie van een proportionalieteitsregime voor verzekeraars en een nieuwe categorie kleine en niet‑complexe verzekeraars;
  • Wijzigingen in de berekening van technische voorzieningen en het solvabiliteitskapitaalvereiste;
  • Invoering van macroprudentiële instrumenten om te kunnen ingrijpen bij systeemrisico’s en sectorbrede schokken, alsmede aanpassingen in het groepstoezicht; en
  • Aanscherping van het governancekader, waaronder de integratie van ESG‑risico’s in de interne governance en het risicobeheer van verzekeraars.

Toepassingsbereik en evenredigheid

De Implementatiewet verhoogt de drempelwaarden die bepalen of verzekeraars onder Solvabiliteit II vallen: van EUR 5,4 miljoen naar EUR 15 miljoen aan jaarlijkse bruto premie‑inkomsten en van EUR 26,6 miljoen naar EUR 50 miljoen aan technische voorzieningen. Verzekeraars onder deze drempels vallen in beginsel onder het zogeheten nationale ‘Solvency II basicregime’.

Een kernwijziging is de introductie van een nieuw proportionaliteitsregime voor kleine en niet‑complexe verzekeraars, opgenomen in de nieuwe afdeling 3.5.1b Wft, bestaande uit drie artikelen:

  • Artikel 3:131ba Wft (nieuw): bevat de criteria en procedure voor indeling als kleine en niet‑complexe verzekeraar.
  • Artikel 3:131bb Wft (nieuw): bevat de proportionaliteitsmaatregelen die voor deze categorie beschikbaar zijn, zoals vereenvoudigde governance‑, rapportage‑ en waarderingsvereisten.
  • Artikel 3:131bc Wft (nieuw): biedt verzekeraars die niet aan de criteria voldoen de mogelijkheid om bij De Nederlandsche Bank (DNB) goedkeuring te vragen om gebruik te mogen maken van bepaalde proportionaliteitsmaatregelen.

Binnen deze systematiek bestaat onder meer de mogelijkheid sleutelfuncties te combineren (onder voorwaarden) en de eigen risico‑ en solvabiliteitsbeoordeling (ORSA) minder frequent uit te voeren.

Kwantitatieve vereisten (Pijler 1)

De Wijzigingsrichtlijn herziet meerdere kwantitatieve financiële vereisten uit Solvabiliteit II. De wijzigingen omvatten onder meer:

  • Een nieuwe methode voor extrapolatie van de risicovrije rentetermijnstructuur, met een overgangsperiode tot 2032;
  • Een herijkte volatiliteitsaanpassing, die slechts mag worden toegepast na voorafgaande goedkeuring door DNB;
  • Een verlaging van de cost‑of‑capital (CoC) percentage van 6% naar 4,75% en wijziging in de berekening van de risicomarge; en
  • Aanpassingen in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste, waaronder aanpassingen voor negatieve rentes, een verruiming van de symmetrische aandelenaanpassing van 10% naar 13%, en het faciliteren van langetermijnbeleggingen in aandelen.

Het toezicht op deze onderdelen vindt plaats op basis van bestaande Wft‑bepalingen (zoals artikelen 3:57 en 3:63 Wft), met nadere technische uitwerking in het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr).

Kwalitatieve vereisten en toezicht (Pijler 2)

Verder worden in de Implementatiewet wijzigingen aangebracht in het governance‑ en risicobeheerkader. De artikelen 3:8 en 3:9 Wft worden aangepast, waarbij de nationale aanvullende eis ten aanzien van leidinggevenden die onder de beleidsbepalers vallen - het zogeheten in Nederland gehanteerde ‘tweede‑echelonbegrip’ - voor verzekeraars komt te vervallen, omdat deze eis geen grondslag heeft in de richtlijn Solvabiliteit II. Tegelijkertijd wordt artikel 3:9c Wft (nieuw) ingevoerd, op basis waarvan geschiktheids‑ en betrouwbaarheidseisen worden gesteld aan de sleutelfuncties risicobeheer, actuariële functie, compliance en interne audit.

Daarnaast wordt artikel 3:18ac Wft (nieuw) ingevoerd, dat DNB verplicht periodiek de liquiditeitspositie van verzekeraars te beoordelen. Indien materiële liquiditeitsrisico’s worden geconstateerd, moet de verzekeraar toelichten welke mitigerende maatregelen worden getroffen. Tevens moeten verzekeraars cyberrisico’s, duurzaamheidsrisico’s en - indien materieel - langetermijnscenario’s voor klimaatverandering integreren in hun risicobeheer. De ORSA moet macroprudentiële elementen omvatten, tenzij evenredigheidsmaatregelen van toepassing zijn. Deze vereisten worden nader uitgewerkt in aanpassingen van het Bpr.

Rapportage en transparantie (Pijler 3)

Het Solvency and Financial Condition Report (SFCR) wordt opgesplitst in een algemeen toegankelijk gedeelte en een gedetailleerder gedeelte voor marktprofessionals. Alleen de balans behoeft een audit. De Nederlandse wetgever maakt geen gebruik van de lidstaatopties om de auditplicht uit te breiden, waardoor geen aanvullende auditverplichtingen gelden voor andere onderdelen van de SFCR of voor kleine en niet‑complexe verzekeraars.

Macroprudentieel toezicht en groepstoezicht

De Implementatiewet introduceert een nieuw macroprudentieel toezichtkader in de Wft. De artikelen 3:111a.2 tot en met 3:111a.6 Wft geven DNB onder meer bevoegdheden om dividend‑ en beloningsuitkeringen te beperken, liquiditeitsversterkende maatregelen te verlangen en verzekeraars te verplichten hun voorbereidend crisisplan te actualiseren.

Daarnaast worden verschillende bepalingen inzake groepstoezicht aangepast of ingevoerd, waaronder:

  • Artikel 3:270 Wft (gewijzigd): actualiseert de criteria voor afbakening van ondernemingen die onder groepstoezicht vallen.
  • Artikelen 3:285.0 en 3:285.1 Wft: versterken de bevoegdheden van DNB om governance‑ en structuurbelemmeringen binnen groepen aan te pakken.
  • Artikelen 3:288h tot en met 3:288hc Wft (gewijzigd/nieuw): breiden de verplichtingen op het gebied van governance, risicobeheer en rapportage op groepsniveau uit.
  • Artikel 3:288.0 Wft (gewijzigd): actualiseert de regels voor het identificeren van groepen onder centrale leiding.

Deze wijzigingen versterken het toezicht op grensoverschrijdende groepen, inclusief groepen met moederondernemingen buiten de EU.

Nederlandse implementatiekeuzes

De memorie van toelichting benadrukt dat bij de omzetting is gekozen voor een lastenluwe implementatie. In dat kader wordt geen gebruik gemaakt van de lidstaatopties om de auditplicht voor het SFCR uit te breiden. Daarnaast wordt het bestaande Nederlandse beleid gecontinueerd dat interne modellen rekening mogen houden met kredietspreadbewegingen op de volatiliteitsaanpassing. Ook wordt het Solvency II basic-regime aangepast zodat dit niet zwaarder is dan het nieuwe proportionaliteitsregime voor kleine en niet‑complexe verzekeraars. Tot slot worden overgangsbepalingen geïntroduceerd waardoor verzekeraars die reeds proportionaliteitsmaatregelen toepassen, deze werkwijze gedurende maximaal vier boekjaren na inwerkingtreding kunnen voortzetten.

Inwerkingtreding

De gewijzigde Solvabiliteit II‑richtlijn moet uiterlijk op 29 januari 2027 zijn omgezet, waarna de nieuwe regels op 30 januari 2027 in werking treden. Het ontwerp van de Implementatiewet is geconsulteerd met 9 februari 2026 als sluitingsdatum. Een gedelegeerde verordening waarin de regels verder worden uitgewerkt, volgt op een later moment.

Contact

Wij helpen graag bij het identificeren van voor uw organisatie relevante wijzigingen. Heeft u vragen over Solvabiliteit II of andere onderwerpen binnen het financiële toezicht? Neem dan contact op met ons Financial Regulatory Team.