De maximale energiecapaciteit van het elektriciteitsnet is vaak sneller bereikt dan gedacht, mede door de toenemende elektriciteitsvraag en de toenemende belasting van het net door groene stroom. Dit heeft potentieel grote gevolgen voor onder meer (nieuwe) bedrijventerreinen, datacenters, laadstations en nieuwbouwprojecten. Wat is nu het probleem van het elektriciteitsnet, wat zijn de gevolgen hiervan en wat zijn de mogelijke (creatieve en duurzame) oplossingen?

Het energiecapaciteitsprobleem op het elektriciteitsnet

In steeds meer regio’s in Nederland is de capaciteit op het elektriciteitsnet vergeven en is transport van elektriciteit niet onbeperkt mogelijk, althans niet op korte termijn. Transportcapaciteit wordt aangeboden op basis van first come, first served. De netbeheerders zijn op grond van de Elektriciteitswet 1998 verplicht om transport van elektriciteit aan te bieden, tenzij dit redelijkerwijs niet van hen kan worden verwacht. In sommige gevallen is het probleem inmiddels zo groot dat een conventionele elektriciteitsvoorziening op korte termijn, bijvoorbeeld voor een nieuw project, niet mogelijk is.

Waarom leggen de netbeheerders dan niet meer netten aan? Die intentie is er wel, maar door de lange (vergunnings)procedures, de beperkte beschikbaarheid van technisch geschoolde mensen in de elektrotechniek en de schaarste in materialen, zal dit pas op de middellange termijn uitkomst bieden. De aanleg van een nieuw nettracé duurt gemiddeld namelijk 7 tot 10 jaar.

De mogelijke oplossingen

Oplossingen voor de capaciteitsproblematiek zijn er wel (vooral op lokaal niveau) en worden steeds vaker onderzocht en aangewend om tegemoet te komen aan deze congestieproblematiek.

Voor wat betreft de lange termijn: op dit moment wordt in Den Haag gewerkt aan een nieuwe Energiewet, ter vervanging van de huidige Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Het zou goed zijn als de Energiewet zal voorzien in meer mogelijkheden om de transportcapaciteit op de bestaande netten te optimaliseren. Op dit moment is in de Elektriciteitswet 1998 de mogelijkheid opgenomen voor ontwikkelaars van zon- en windparken om een aansluiting te delen (cable pooling). Daarmee wordt de capaciteit van het net optimaal gebruikt tijdens winduren (meestal ’s nachts) en zonne-uren (overdag), door proportionele verspreiding van de intensiteit van het elektriciteitstransport over de gehele dag. De wet staat dit nog niet toe bij andere installaties dan zon- en windparken.

Het zou goed zijn als cable-pooling ook mogelijk zou worden bij verbruiksinstallaties. Op die manier kunnen bijvoorbeeld distributiecentra en zonneparken hun aansluiting delen; de door het distributiecentrum verbruikte en door het zonnepark geproduceerde elektriciteit hoeft dan niet meer via het overvolle elektriciteitsnet te lopen. Dit, omdat het transport van de elektriciteit en het gebruik plaatsvinden achter de gedeelde aansluiting op het elektriciteitsnet en daar dus geen capaciteitsruimte inneemt.

Op korte(re) termijn lijkt effectiever gebruik van de beschikbare energiecapaciteit uitkomst te bieden. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die de piek in hun energiegebruik verschuiven van overdag naar ’s-nachts. Als tijdelijke oplossing wordt daarnaast gebruik gemaakt van de inzet van gas- en dieselgeneratoren, met als nadeel dat de stikstofproblematiek hier de kop opsteekt, net als de vraag of aan eventuele duurzaamheidseisen kan worden voldaan. Ook is in de praktijk sprake van opslag van elektriciteit voor (eigen) gebruik in batterijen.

Een meer duurzame oplossing zou kunnen zijn het aanbieden van flexibele tarieven als financiële prikkel om tot efficiënter gebruik te komen van de huidige capaciteit en het eerder genoemde cable pooling. Met die oplossingen lijkt de eindgebruiker toch in diens energiebehoefte te kunnen worden voorzien. Ook de bouw- en vastgoedsector kan dan creatief omgaan met de congestieproblematiek. Complex blijft het echter wel.

Creatieve tijdelijke oplossingen

De bottom line is dat er voor het huidige capaciteitsprobleem nog geen concrete oplossing voorhanden is: het kost veel tijd, geld en (technische) mankracht om de capaciteit van het elektriciteitsnet te vergroten. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de bouw- en vastgoedsector omdat op steeds meer plekken in Nederland door initiatiefnemers van bouwprojecten naar alternatieven moet worden gezocht om in de energiebehoefte te kunnen voorzien. Maatwerk lijkt van geval tot geval mogelijk, maar de (beperkte) mogelijkheden lijken in de nabije toekomst steeds minder uitkomst te (kunnen) bieden.

Partijen in de bouw- en vastgoedsector doen er dus goed aan om in hun contracten duidelijke afspraken te maken over de energieproblematiek, de risico’s vooraf te identificeren en het tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet op creatieve wijze op te lossen totdat het elektriciteitsnet zal zijn uitgebreid.

Dit artikel is geschreven door Sjoerd Pennink, Hiske Sjollema en Timo Huisman en is eerder gepubliceerd in De Jurist.