Achtergrond
Op 1 april 2026 bracht de Raad van State advies uit over het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Richtlijn Loontransparantie 2023/970 (de Richtlijn). Het hoofddoel van de Richtlijn is het bevorderen van gelijke beloning tussen mannen en vrouwen, door het introduceren van concrete maatregelen ter vergroting van loontransparantie. Uiterlijk op 7 juni 2026 moet de Richtlijn door de EU-lidstaten in hun nationale wet- en regelgeving zijn geïmplementeerd. In Nederland zal deze nieuwe wetgeving naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treden. Wij publiceren regelmatig over de ontwikkelingen rondom de Nederlandse implementatie. Onze vorige publicatie kunt u hier lezen: Dutch Council of State issues advice on implementation of EU Pay Transparency Directive | Loyens & Loeff
Aangepast wetsvoorstel en het Nader Rapport
Na de advisering van de Raad van State is nu de volgende stap in het wetgevingsproces gezet: het wetsvoorstel is op een aantal punten aangepast en op 21 mei ingediend bij de Tweede Kamer. In het Nader Rapport dat daarbij tevens is ingediend, heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op het advies van de Raad van State gereageerd. Hieronder bespreken we drie belangrijke punten uit het aangepaste wetsvoorstel en de toelichting in het Nader Rapport.
Vervolgstappen
Het wetsvoorstel is ingediend bij de Tweede Kamer en zal daar de komende periode worden behandeld. Kamerleden hebben in beginsel de mogelijkheid om wijzigingen (amendementen) voor te stellen. Ingrijpende materiële wijzigingen liggen echter niet in de lijn der verwachting, nu het wetsvoorstel strekt tot implementatie van de Europese richtlijn, waarin de inhoud van de loontransparantieverplichtingen grotendeels is vastgelegd. Na behandeling door de Tweede Kamer, zal het wetsvoorstel nog worden behandeld door de Eerste Kamer.
Wij blijven de ontwikkelingen volgen en houden u op de hoogte van relevante stappen.
Contact
Indien u vragen heeft over bovenstaande informatie, kunt u gerust contact opnemen met de hieronder genoemde specialisten.