Wat verandert er in de compensatieregeling transitievergoeding?

Het oorspronkelijke wetsvoorstel voorzag nog in een beperking van de compensatieregeling tot kleine werkgevers. In die versie van het wetsvoorstel zouden middelgrote en grote werkgevers geen compensatie meer ontvangen voor de transitievergoeding die zij betalen bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid. Met de nota van wijziging kiest het kabinet echter voor volledige afschaffing van de regeling. Volgens het kabinet leidt de afschaffing tot aanzienlijke besparingen. De afschaffing van de compensatieregeling verandert overigens niets aan het wettelijke recht van de werknemer op een transitievergoeding wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt.

Overgangsrecht: voor welke gevallen blijft compensatie mogelijk?

Hoewel de compensatieregeling wordt afgeschaft, blijft voor een aantal situaties overgangsrecht gelden. Voor gevallen van langdurige arbeidsongeschiktheid blijft compensatie mogelijk wanneer de dag na afloop van de wettelijke wachttijd van 104 weken ziekte vóór de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027 ligt. Een eventuele verlenging van de loondoorbetalingsverplichting wegens een loonsanctie wordt daarbij buiten beschouwing gelaten. Voor werkgevers betekent dit dat werknemers van wie de wachttijd van 104 weken ziekte uiterlijk op 31 december 2026 afloopt, in beginsel nog aanspraak kunnen maken op compensatie. Beslissend is dus niet wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt of wanneer de transitievergoeding daadwerkelijk wordt betaald, maar wanneer de wachttijd van 104 weken afloopt. De werkgever moet de compensatie binnen zes maanden na volledige betaling aanvragen. Ook bij bedrijfsbeëindiging blijft compensatie onder omstandigheden nog tijdelijk mogelijk. Daarvoor geldt als ijkpunt de datum waarop het eerste ontslag- of ontbindingsverzoek is ingediend. Ligt die datum vóór de inwerkingtreding van de wet, dan blijft het huidige regime van toepassing.

Waarom werd de compensatieregeling oorspronkelijk ingevoerd?

De compensatieregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid werd ingevoerd omdat werkgevers zich geconfronteerd zagen met aanzienlijke kosten. Naast twee jaar loondoorbetaling tijdens ziekte en re-integratieverplichtingen moest bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst een transitievergoeding worden betaald. Dat leidde in de praktijk tot het verschijnsel van het slapende dienstverband. Werkgevers hielden de arbeidsovereenkomst in stand na afloop van de loondoorbetalingsplicht, zodat geen transitievergoeding verschuldigd werd. De compensatieregeling moest deze financiële prikkel wegnemen. Het is opvallend dat het kabinet in de toelichting bij het wetsvoorstel en de nota van wijziging erkent dat afschaffing van de regeling het risico op een terugkeer van slapende dienstverbanden vergroot.

Wat betekent de afschaffing voor het Xella-arrest?  

Een belangrijke vraag is welke gevolgen de afschaffing heeft voor de rechtspraak over slapende dienstverbanden. In het bekende Xella-arrest oordeelde de Hoge Raad dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap in beginsel moet meewerken aan beëindiging van een slapend dienstverband, onder betaling van een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding. Bij die beslissing speelde mee dat werkgevers voor de betaalde transitievergoeding (deels) werden gecompenseerd door het UWV.  Het kabinet erkent dat het wegvallen van de compensatieregeling gevolgen kan hebben voor de werking en reikwijdte van deze rechtsregel. Tegelijkertijd laat het kabinet de beantwoording van die vraag nadrukkelijk over aan de rechter. Daardoor is niet uitgesloten dat in de komende jaren opnieuw wordt geprocedeerd over de vraag of en onder welke omstandigheden werkgevers nog moeten meewerken aan een verzoek van een werknemer tot beëindiging van een slapend dienstverband onder toekenning van de transitievergoeding.

Kritiek op de gekozen oplossing

De keuze van het kabinet om de compensatieregeling af te schaffen, is niet zonder kritiek. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geadviseerd om te onderzoeken of de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid niet volledig zou moeten vervallen. Daarbij speelt mee dat de werkgever voorafgaand aan het ontslag doorgaans al twee jaar loon heeft doorbetaald en aanzienlijke re-integratiekosten heeft gemaakt. Het kabinet heeft hiervoor echter niet gekozen. Volgens het kabinet dient de transitievergoeding een ander doel dan de loondoorbetalings- en re-integratieverplichtingen en kan afschaffing van de transitievergoeding voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers bovendien leiden tot een ongerechtvaardigd onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte.

Conclusie

Met de nota van wijziging is het wetsvoorstel ingrijpend gewijzigd. Waar het eerst ging om een beperking van de compensatieregeling, voorziet het wetsvoorstel nu in de volledige afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid en bedrijfsbeëindiging. Voor de langere termijn roept dit vragen op over de gevolgen voor slapende dienstverbanden, de toekomst van het Xella-arrest en de invulling van goed werkgeverschap.

Contact

De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel loopt nog. Wij blijven de ontwikkelingen volgen en informeren u over relevante vervolgstappen. Heeft u vragen over de gevolgen voor uw organisatie, neem dan gerust contact met ons op