Een (buitenlandse) personenvennootschap kwalificeert als een FGR indien wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  1. Het betreft een fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden voor ‘gemene rekening’;
  2. door het beleggen of anderszins aanwenden van gelden (het ‘beleggingscriterium’);
  3. mits dit fonds wordt aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wet financieel toezicht; en
  4. de deelgerechtigdheid in het fonds blijkt uit verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid.

In de praktijk bestaat onduidelijkheid over de invulling van deze vereisten en zijn diverse knelpunten gesignaleerd. Uit een brief van de Staatssecretaris van Financiën (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) naar aanleiding van een internetconsultatie volgen met name de volgende aandachtspunten:

  1. de kwalificatie van (buitenlandse) personenvennootschappen als een FGR;
  2. de doorwerking van het financieel toezichtrecht als gevolg van de verwijzing naar begrippen in de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft); en
  3. de rechtsonzekerheid omtrent het beleggingscriterium.

Tegen deze achtergrond heeft de wetgever een nieuw consultatiewetsvoorstel gepubliceerd met verdere wijzigingen aan de FGR-definitie. Centraal daarin staat een zogenoemde afmeldregeling, op grond waarvan fondsen – onder voorwaarden – kunnen opteren om niet als FGR te worden aangemerkt (en derhalve fiscaal transparant te zijn). De regeling in het consultatiewetsvoorstel is beperkt tot fondsen met maximaal twintig participanten en gaat gepaard met omvangrijke informatieverplichtingen. In de praktijk wordt deze mogelijkheid als te restrictief en moeilijk uitvoerbaar ervaren, met name in internationale en gestapelde fondsstructuren. In het artikel worden verschillende oplossingsrichtingen besproken.

Daarnaast speelt het overgangsrecht een belangrijke rol. Omdat veel fondsen zich niet tijdig konden aanpassen en nog aanzienlijke onduidelijkheid bestaat, is tijdelijk overgangsrecht geïntroduceerd om ongewenste, kortstondige belastingplicht te voorkomen. Deze maatregelen bieden fondsen de mogelijkheid om voorlopig transparant te blijven in afwachting van nadere wetgeving, die naar verwachting op zijn vroegst per 2027 in werking zal treden.

Al met al kan worden geconcludeerd dat de huidige FGR-definitie onvoldoende aansluit bij de praktijk. Ondanks de voorgestelde aanpassingen blijven wezenlijke knelpunten bestaan, in het bijzonder ten aanzien van het beleggingscriterium en de uitvoerbaarheid van de afmeldregeling. Verdere wetswijzigingen lijken dan ook noodzakelijk om te komen tot een robuust en werkbaar systeem.

Contact

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur of met een van de onderstaande contactpersonen.  

Het volledige artikel is te raadplegen via FED Wolters Kluwer Fiscaal Tijdschrift FED, Het fonds voor gemene rekening na 1 januari 2025: De finish eindelijk in zicht? | InView, waarvoor toegang met een persoonlijke login vereist is.