You are here:
26 november 2020 / artikel

Wetsvoorstel transparantie maatschappelijke organisaties ingediend

Op 20 november 2020 is het wetsvoorstel “Wet transparantie maatschappelijke organisaties” (het Wetsvoorstel) ingediend bij de Tweede Kamer.

Read here the English version.

Het Wetsvoorstel is een vervolg op het eerder ter consultatie aangeboden conceptwetsvoorstel van 21 december 2018 en zal van toepassing zijn op stichtingen, verenigingen, kerkelijke organisaties en hiermee vergelijkbare organisaties die naar buitenlands recht zijn opgericht maar duurzaam activiteiten in Nederland uitoefenen (tezamen: Maatschappelijke organisaties). Het Wetsvoorstel bestaat uit twee onderdelen: 1. een informatieplicht die gaat gelden voor alle Maatschappelijke organisaties, en 2. een deponeringsplicht voor stichtingen. Beide onderdelen lichten wij hierna toe.

1. Informatieplicht

Op basis van het Wetsvoorstel zijn burgemeesters en enkele bij wet bepaalde overheidsinstellingen (waaronder het openbaar ministerie, maar bijvoorbeeld ook de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank) bevoegd informatie op te vragen over de geografische herkomst, doel en omvang van donaties (waaronder worden begrepen erfstellingen en legaten) die (direct of indirect) zijn ontvangen uit landen buiten een lidstaat van de EU of EER. Achtergrond van deze informatieplicht is het tegengaan van onwenselijke buitenlandse beïnvloeding van Maatschappelijke organisaties als gevolg van ontvangen donaties.

Maatschappelijke organisaties hoeven schenkingen niet meer verplicht te registreren en openbaar te maken. De informatieplicht uit het Wetsvoorstel betreft dan ook geen generieke verplichting en lijkt geen additionele administratieplicht met zich te brengen voor Maatschappelijke organisaties. Wel worden zij verplicht de gevraagde inlichtingen op verzoek te verschaffen. Het niet meewerken aan de informatieplicht is een economisch delict. Bestuurders die niet meewerken aan het informatieverzoek riskeren een bestuursverbod.

Als blijkt van “substantiële donaties” kunnen persoonsgegevens van de schenker worden opgevraagd bij de Maatschappelijke organisatie, maar enkel wanneer dit noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde (al dan niet in preventieve zin) of in het kader van uitvoering van wettelijke taken. Er is geen duidelijk kader gegeven wanneer sprake is van substantiële donaties. In de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel is aangegeven dat gekeken kan worden naar zowel de absolute als de relatieve componenten van donaties. Opgemerkt wordt dat burgemeesters en instanties zich mede kunnen laten ‘inspireren’ door de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) waar bedragen van € 15.000 of meer als indicatie van een zogenoemde “ongebruikelijke transactie” worden gezien.

2. Deponeringsplicht

Nederlandse stichtingen zijn momenteel verplicht jaarlijks (binnen zes maanden na het einde van het boekjaar) een balans en een staat van baten en lasten op te stellen. In het geval het een niet-commerciële stichting betreft, hoeven deze financiële gegevens niet te worden gedeponeerd bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. In het kader van het bestrijden van misbruik (zoals belasting- of faillissementsfraude, terrorismefinanciering of witwassen) bevat het Wetsvoorstel de verplichting dat stichtingen (die niet reeds verplicht zijn een financiële verantwoording te publiceren) een balans en een staat van baten en lasten moeten deponeren bij het handelsregister. Voor de volledigheid benadrukken wij dat het Wetsvoorstel ziet op álle stichtingen die nu nog niet verplicht zijn financiële gegevens te deponeren (waaronder bijvoorbeeld stichtingen administratiekantoor (StAK) of algemeen nut beogende instellingen (ANBI)). Het Wetsvoorstel stelt geen additionele voorwaarden aan de te deponeren balans en staat van baten en lasten.

Na deponering zijn de financiële gegevens van stichtingen enkel inzichtelijk voor specifiek bepaalde overheidsinstanties (waaronder bijvoorbeeld de Minister van Justitie, het openbaar ministerie, politie en rijksrecherche, de Belastingdienst, de FIOD en de AIVD).

De deponeringsplicht gaat gelden voor boekjaren die aanvangen na inwerkingtreding van het Wetsvoorstel.

Vervolg

Het voorgaande is gebaseerd op het Wetsvoorstel en de daarbij behorende memorie van toelichting. Of het Wetsvoorstel wordt aangenomen, in welke vorm en wanneer is nog niet duidelijk.

Contact

Heeft u vragen over dit nieuwsbericht? Of heeft u interesse in een vrijblijvend kennismakingsgesprek? Neem dan contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur of met een van onze adviseurs van het team Family Owned Business & Private Wealth. Wij zijn u graag van dienst bij het in kaart brengen van de gevolgen van het Wetsvoorstel in uw situatie.

Disclaimer

Hoewel deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld, aanvaarden Loyens & Loeff N.V. en alle andere entiteiten, samenwerkingsverbanden, personen en praktijken die handelen onder de naam ‘Loyens & Loeff’, geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit deze uitgave zonder hun medewerking. De aangeboden informatie is bedoeld ter algemene informatie en kan niet worden beschouwd als advies.

Download hier de pdf-versie.



Grote ondernemingen kunnen Tegemoetkoming Vaste Lasten aanvragen

Grote ondernemingen kunnen Tegemoetkoming Vaste Lasten aanvragen

Op vrijdag 7 mei 2021 is de regeling tot openstelling van de Tegemoetkoming Vaste Lasten voor grote ondernemingen gepubliceerd in de Staatscourant. lees meer
Beleid over btw-positie commissarissen en andere toezichthouders verduidelijkt

Beleid over btw-positie verduidelijkt

Bent u lid van een raad van commissarissen, raad van toezicht of commissie? Dan bent u in de meeste gevallen geen btw-ondernemer. lees meer
FOBPW Nieuwsbrief 7 mei 2021

Hoge Raad: beperkte gemeenschap is geen schenking

De Hoge Raad heeft op 7 mei 2021 uitspraak gedaan in een voor de estateplanningspraktijk belangrijke zaak. lees meer