You are here:
25 juli 2019 / artikel

Wetsvoorstel om ontwijking WNT in de zorg tegen te gaan

Reeds in het voorjaar van 2016 heeft minister Plasterk met het ontwerp wetsvoorstel-Evaluatiewet WNT geprobeerd om enkele door hem gesignaleerde lacunes in de Wet Normering Topinkomens (WNT) op te heffen. Op advies van de Raad van State heeft de minister destijds echter de maatregelen die waren gericht tegen ontwijking van de WNT in de zorgsector uit het wetsvoorstel geschrapt. Bij brief van 22 februari 2018 hebben minister Ollongren en minister Bruins aangekondigd dat zij dit besluit hebben heroverwogen, en met enige vertraging is onlangs het wetsvoorstel Wet tegengaan ontwijking WNT (het Wetsvoorstel) gepubliceerd ter consultatie.

New distribution rules for medical devices in Belgium
Read the English version here

Met het wetsvoorstel willen de ministers onder meer de reikwijdte van de WNT verbreedden door de koppeling aan de WTZi-toelating los te laten en de definitie van “gelieerde rechtspersoon” te verruimen.

Loslaten koppeling WTZi-toelating

Onder de huidige wetgeving is de WNT in de zorg –kort gezegd- alleen van toepassing op instellingen die zijn toegelaten op grond van de Wet toegelaten zorginstellingen (WTZi). De ministers willen deze koppeling aan de WTZi-toelating loslaten omdat (i) het niet altijd duidelijk is voor ondernemingen of zij een toelating hebben omdat deze ook van rechtswege kan worden verkregen, (ii) in september 2017 de wetsvoorstellen “Wet toetreding zorgaanbieders” en “Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders” zijn ingediend, als gevolg waarvan de WTZi-toelating zal worden vervangen door een stelsel van toelatingsvergunningen, en met name omdat (iii) er sprake is van een lacune omdat “onderaannemers” die de zorg in opdracht van een WTZi-instelling uitvoeren onder de huidige regelgeving niet onder de WNT vallen. Een topfunctionaris van een onderaannemer kan daarom een salaris verdienen dat boven het bezoldigingsmaximum van de WNT ligt. De ministers zijn van mening dat dit ongewenste ontwijking van de WNT via vennootschapsrechtelijke constructies in de hand werkt.

Op grond van het Wetsvoorstel wordt de WNT van toepassing op een zorginstelling die kort gezegd aan de volgende drie voorwaarden voldoet:

  1. de instelling behoort tot de categorie van instellingen zoals genoemd in Bijlage 1 bij de WNT zoals genoemd in het Wetsvoorstel (dit zijn de categorieën die op dit moment ook in het Uitvoeringsbesluit WTZi worden genoemd);
  2. de instelling verleent verzekerde zorg; en
  3. bij de instelling zijn ten minste twee personen werkzaam, van wie er ten minste één als zorgverlener werkzaam is.

Met deze maatregel is het niet de bedoeling om de reikwijdte van de WNT qua type zorginstellingen te wijzigen, maar om de WNT ook van toepassing te laten zijn op onderaannemers.

Uitbreiding definitie “gelieerde rechtspersoon”

Als een topfunctionaris (in de zin van de WNT) naast zijn bezoldiging bij een WNT-entiteit, ook nog bezoldiging ontvangt van andere niet WNT-entiteiten, dan wordt deze bezoldiging niet meegeteld bij de toetsing of aan het bezoldigingsmaximum wordt voldaan, tenzij deze bezoldiging wordt verkregen van een gelieerde rechtspersoon (zoals gedefinieerd in de WNT). De som van de bezoldiging die de topfunctionaris ontvangt van de WNT-entiteit en de gelieerde rechtspersoon mag niet meer zijn dan het voor die WNT-instelling van toepassing zijnde bezoldigingsmaximum.

Het begrip gelieerde rechtspersoon heeft thans alleen een werking naar “beneden”: de dochtermaatschappijen van een WNT-instelling worden als gelieerde rechtspersoon aangemerkt. De ministers willen het begrip verruimen zodat het ook naar “boven” gaat werken en de moederorganisatie van een WNT-instelling ook onder de WNT gaat vallen. Op deze manier zal het niet langer mogelijk zijn om de WNT te “ontwijken” door een topfunctionaris van een WNT-entiteit geheel of gedeeltelijk in dienst te laten nemen door de moederorganisatie.

Ketenbepaling interimmers-regeling

Een andere lacune die de ministers in dit wetsvoorstel willen dichten ziet op het oneigenlijke gebruik van de interimmers-regeling. Voor interim-topfunctionarissen geldt een hoger bezoldigingsmaximum gedurende de eerste 12 maanden dat zij anders dan op grond van een dienstbetrekking werk vervullen voor een WNT-entiteit. Dit is opgenomen in de wet omdat interim-topfunctionarissen in de regel hogere kosten maken dan topfunctionarissen met een dienstbetrekking. In de huidige wet is niet expliciet opgenomen dat een dergelijke regeling niet geldt voor een persoon die daaraan voorafgaand al als topfunctionaris middels een arbeidsovereenkomst werk heeft vervuld voor deze WNT-entiteit. De wetswijziging beoogt een dergelijk oneigenlijk gebruik van de interimmers-regeling op te lossen door in de wet op te nemen dat iemand die in de voorgaande 12 maanden op enig moment topfunctionaris van een WNT-instelling is geweest geen gebruik kan maken van de interimmers-regeling maar direct onder de normale WNT-regels valt.

Overgangsrecht

Door de voorgestelde wijzigingen neemt het aantal rechtspersonen dat onder de WNT valt toe. Voor topfunctionarissen van instellingen die als gevolg van de wetswijziging onder de WNT komen te vallen geldt het overgangsrecht dat reeds in de WNT is opgenomen: een bezoldiging die meer bedraagt dan het WNT-bezoldigingsmaximum is voor ten hoogste vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet toegestaan. Na deze periode van vier jaar wordt de bezoldiging in een periode van drie jaar teruggebracht tot het voor de instelling geldende maximum.

Voor topfunctionarissen wiens bezoldiging voor een groter deel of helemaal onder de WNT komt te vallen als gevolg van de wijziging van het begrip “gelieerde rechtspersoon”, geldt hetzelfde overgangsrecht.

Voor de invoering van de ketenbepaling bij de interimmers-regeling zal geen overgangsrecht gelden, deze zal directe werking hebben.

Evenals ten tijde van de ontwerp wetsvoorstel Evaluatiewet WNT 2016 zijn er ook nu tijdens de internetconsultaties weer diverse kritische reacties geweest op het Wetsvoorstel. Het is nu afwachten hoe het uiteindelijke wetsvoorstel eruit zal komen te zien. Wij zullen u hierover informeren zodra hier meer nieuws over is.



De hoofdlijnen van het nieuwe pensioenstelsel

Het kabinet en de sociale partners hebben in juni 2019 een principeakkoord bereikt over een nieuw pensioenstelsel. Op 22 juni jl. heeft minister Koolmees de... lees meer

Q&A Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid

Op 25 juni 2020 is de NOW 2.0 in de Staatscourant gepubliceerd. Werkgevers met een omzetdaling van ten minste 20% kunnen op grond van de NOW 2.0 in aanmerking... lees meer
per-1-juli-eindigt-coulanceregime-voor-toepassing-lage-ww-premie

Per 1 juli eindigt coulanceregime lage WW-premie

De coulance termijn van de arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd van vóór 1 januari 2020 loopt op 1 juli af. lees meer