You are here:
25 januari 2019 / artikel

Verwerkingen van persoonsgegevens waaruit ras of etniciteit blijkt: slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan

Paris Saint-Germain beboet wegens etnisch profileren.

Op 22 januari 2019 maakte de Franse voetbalbond bekend dat zij voetbalclub Paris Saint-Germain een boete van honderdduizend euro heeft opgelegd voor het etnisch profileren van jeugdspelers, zo berichtte NRC.

De voetbalclub heeft tijdens het scouten tussen 2013 en 2018 de etnische afkomst van jeugdvoetballers geregistreerd. Scouts zouden de etniciteit van jeugdspelers op de beoordelingsformulieren hebben ingevuld, waarbij onderscheid werd gemaakt naar ‘Frans’, ‘Maghrebijns’ (Noord-Afrikaans), ‘Antilliaans’ en ‘Zwart-Afrikaans’. Naar verluidt was het doel om tot een ‘evenwicht in de gemengdheid’ van de selectie te komen. De club heeft beloofd het selectieproces te reorganiseren.

Gegevens over ras of etniciteit op grond van de AVG

Ook in Nederland is het verwerken van persoonsgegevens waaruit iemands ras of etnische afkomst blijkt in beginsel verboden.

Persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijkt, kwalificeren als bijzondere persoonsgegevens onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens gelden striktere regels dan voor ‘gewone’ persoonsgegevens. Het uitgangspunt is dat bijzondere persoonsgegevens niet mogen worden verwerkt, tenzij een specifieke uitzondering van toepassing is.

Een van de uitzonderingen die de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, waaronder gegevens over iemands ras of etniciteit, legitimeert, is de uitdrukkelijke toestemming van een betrokkene (degene om wiens persoonsgegevens het gaat). In dit verband is vereist dat de betrokkene helder wordt geïnformeerd waarvoor (voor welke doeleinden) hij/zij toestemming verleent, dat de betrokkene dient vrij is in het (al dan niet) verlenen van zijn/haar toestemming en dat de toestemming ondubbelzinnig is (verleend door middel van een actieve handeling, dat wil zeggen geen stilzwijgende instemming, vooraf aangevinkte vakjes of opt-outs). Daarnaast moet de betrokkene de mogelijkheid worden geboden om zijn/haar toestemming op elk gewenst moment in te trekken (hetgeen net zo makkelijk moet zijn als het verlenen van toestemming). Bovendien moet (achteraf) kunnen worden aangetoond dat rechtsgeldige toestemming is verkregen.

Daarnaast bevat de AVG een specifieke uitzondering voor het verwerken van persoonsgegevens waaruit iemands ras of etniciteit blijkt, voor redenen van zwaarwegend algemeen belang, welke uitzondering voor Nederland nader is uitgewerkt in de Uitvoeringswet van de AVG (UAVG). Op grond van deze uitzondering is het toegestaan gegevens over iemands ras of etniciteit te verwerken voor identificatiedoeleinden, voor zover de verwerking voor dat doel onvermijdelijk is. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een pasfoto van een werknemer op een toegangspas.

Daarnaast voorziet de UAVG in een uitzondering op het verbod op het verwerken van persoonsgegevens waaruit iemands ras of etniciteit blijkt in het kader van een voorkeursbeleid ten aanzien van bepaalde minderheidsgroepen. Op grond van deze uitzondering is het (onder bepaalde additionele voorwaarden) toegestaan gegevens over iemand ras of etniciteit te verwerken met als doel personen van een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen, om feitelijke nadelen die verband houden met ras of etnische afkomst, op te heffen of te verminderen. Hieronder valt bijvoorbeeld de verwerking door scholen van gegevens met het oog op het verkrijgen van extra financiële middelen om onderwijsachterstanden van onder andere allochtone leerlingen in te lopen.

In Nederland werd de gemeente Rotterdam in 2012 door de rechtbank op de vingers getikt voor het registreren van de etniciteit van ‘risicojongeren’ in een databank. Wanneer reguliere hulpverlening bij jongeren niet werkte, werd hun afkomst in een database vastgelegd. Aan de hand daarvan kon de gemeente besluiten een hulpverlener met dezelfde achtergrond aan een jongere te koppelen. Het doel hiervan was het verminderen/opheffen van de achterstand van de betreffende jongeren. De rechtbank oordeelde hierover, kort gezegd, dat het niet noodzakelijk was de etniciteit te registreren voor de verwezenlijking van het voorkeursbeleid en dat de gemeente wellicht met minder (voor de privacy van de jongeren) bezwarende maatregelen hetzelfde doel had kunnen bereiken.