You are here:
17 november 2020 / nieuws

Reactie op pensioen pro (fd) artikel d.d. 16 november 2020; ‘Koolmees: Uitspraak Europees Hof geen belemmering voor stelselwijziging'

Interessant is de reactie van Minister Koolmees d.d. 12 november 2020 inzake de Europeesrechtelijke aandachtspunten betreffende de voorziene stelselwijziging. Hij schat in dat het Europees recht geen belemmering vormt voor invaren. Onduidelijk blijft waar dat dan op gebaseerd is, meer in het bijzonder waarom invaren noodzakelijk en met name evenredig is. De uitkomst van die toets is immers beslissend.

De recente uitspraak van het Europees Hof d.d. 24 september jl. leert ons (opnieuw) dat pensioen een beschermd eigendomsrecht is. Dat betekent per definitie dat dit een belemmering kan vormen voor het beoogde invaren. Dat betekent dat het pensioenrecht (eigendomsrecht) alleen terzijde kan worden gesteld indien dat evenredig en noodzakelijk is om doelstellingen van algemeen belang te waarborgen. De nadere invulling van die toets ontbreekt.

Het verbaast dus dat die uitgangspositie (nog) niet concreter wordt besproken waardoor het erop lijkt dat die toetsingsmaatstaf wordt onderschat. Zo valt bijvoorbeeld in de hoofdlijnennotitie niet te lezen waarom invaren noodzakelijk en evenredig is. De nadruk ligt te veel op het (grote) algemeen belang. Maar dat is niet voldoende om te concluderen dat aan invaren slechts ‘zeer beperkte risico’s’ zijn verbonden. Opvallend is ook dat hoogleraar Erik Lutjens in het debat met zijn collega hoogleraar Van Meerten (dat is gepubliceerd in pensioen pro) lijkt te verdedigen dat niet aan de evenredigheidstoets wordt toegekomen. Een absoluut recht op pensioenbedragen is niet beschermd, althans bij invaren is (nog) geen sprake zijn van een aantasting (bijvoorbeeld pensioenkorting). Een premieregeling met kans op korting zou niet wezenlijk verschillen met de uitkeringsregeling met kans op korting. 

Die benadering sluit niet aan bij het arrest van het Europees Hof. Deels ging de casus namelijk over het mislopen van verhogingen (niet over kortingen). Interessant is daarom rechtsoverweging 92 waarbij is beslist dat de nationale rechter noodzakelijkheid en evenredigheid moet toetsen. Dat geen recht bestaat op pensioenbedragen is dus niet beslissend. Niet valt in te zien dat het geheel voorwaardelijk maken van de pensioenen door de beleggingsrisico’s bij het individu te leggen, geen inbreuk zou vormen die getoetst kan worden. Overigens is een premieregeling volgens de Nederlandse wetgever iets anders dan een uitkeringsregeling. Vandaar dat ook gekozen is voor het pensioenakkoord. Dat moet de huidige problemen van de uitkeringsregeling oplossen. Bovendien valt niet uit te sluiten dat verlagingen in het nieuwe contract volgen. 

Het kan heel goed zijn dat invaren noodzakelijk en evenredig is indien de huidige kortingsdreiging en het verlies van indexatieperspectief worden opgelost. Daar lijkt het nieuwe pensioencontract in te voorzien met ‘afschaffing’ van de rekenrentesystematiek met behoud van collectieve risicodeling en prudente beleggingsregels. Niet alleen blijft de relevante vraag bestaan of minder ingrijpende maatregelen volstaan om de doelstelling te behalen. Minstens zo belangrijk is dat de doelstelling van algemeen belang niet achterhaald wordt doordat het probleem zich (grotendeels) voltrekt in de transitieperiode. Indien de pensioenfondsen moeten overgaan tot pensioenkortingen bijvoorbeeld. Invaren voor een reeds gesneuveld legitiem doel is niet goed denkbaar. Verbetering van het pensioenperspectief weegt dan mogelijk niet zwaar genoeg. Tegelijkertijd is dan niet genoeg kapitaal beschikbaar om evenwichtig (compensatie-)recht te doen aan de belangen van jongeren, jonge ouderen en ouderen. 

(Voorzichtig) positief is dat Minister Koolmees in zijn brief van 28 september 2020 aan de Tweede Kamer aangeeft dat in onderling overleg met de stakeholders wordt gewerkt aan een aangepast, wettelijk vastgelegd toetsingskader voor de transitieperiode van 2022 tot 2026. Die versoepeling van lagere wetgeving (het ftk) zou tamelijk eenvoudig in het huidige wettelijke systeem kunnen worden opgenomen. Zoals eerder geschreven bestaat speelruimte om de rekenregels te versoepelen op grond van de Europese pensioenrichtlijn. Het haakje voor uitzonderingen is ook te vinden in de pensioenwet zelf. Daar wordt al jaren gebruik van gemaakt door de Ministers. Naar mijn bescheiden mening zijn de nog te kiezen uitgangspunten mede, zo niet beslissend, voor de uitkomst van de rechtvaardiging van de inbreuk op het eigendomsrecht door invaren.



De hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord

De hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord is veelbelovend. Op de juiste wijze invaren is echter een voorwaarde voor succes. Voor de conclusie ”invaren... lees meer
Belgian Constitutional Court decides on Fairness Tax

Employment & Benefits Update – Q3 2018

Employment & Benefits Update. lees meer