You are here:
09 april 2019 / news

Ook voor bestuurders gelden onder de WWZ strenge eisen

Lees hieronder de kritische noot van Klaas Wiersma bij de uitspraak van Rechtbank Den Haag van 14 november 2018.

new eu mandatory disclosure rules for intermediaries

Of klik hier voor de uitspraak inclusief annotatie, gepubliceerd in de JAR (JAR 2019/66) van uitgever Sdu.

Noot

Het ontslaggrondenstelsel van art. 7:669 BW kent geen specifieke uitzondering voor de bestuurder. Vanwege het primaat van het vennootschapsrecht staat het ontbreken van een redelijke grond een geldig ontslag niet in de weg, maar dat ontbreken leidt in de regel wel tot betaling van een billijke vergoeding door de werkgever (art. 7:682 lid 3 BW). De wetgever beschermt de bestuurder, net als de gewone werknemer, tegen onredelijk handelen van de werkgever door het ontslaggrondenstelsel onverkort op de bestuurder van toepassing te laten zijn. Daarom is naar mijn mening de uitspraak van de Rechtbank Den Haag onjuist, waarin wordt gesteld dat minder zware eisen zouden gelden bij het toetsen van de redelijke gronden in geval van het ontslag van een bestuurder.

De bestuurder neemt een bijzondere positie in binnen de onderneming en er zijn situaties te bedenken die flexibiliteit vergen ten aanzien van het moment waarop/de omstandigheden waaronder van een bestuurder afscheid kan worden genomen zonder dat dit tot verschuldigdheid van een billijke vergoeding leidt. Die flexibiliteit biedt de h-grond van art. 7:669 BW, welke grond de wetgever voldragen acht bij ‘de manager met wie verschil van inzicht bestaat over het te voeren beleid’ (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 7, p. 130). Zoals ik in mijn noot bij Rechtbank Oost-Brabant 9 september 2017, «JAR» 2017/266, opmerkte, biedt deze passage in de praktijk ruimere mogelijkheden. Zo kunnen ook tegenvallende resultaten onder het bewind van de bestuurder of een verschil van inzicht tussen aandeelhouder en bestuurder over andere zaken – bijvoorbeeld de leiderschapsstijl van de bestuurder – ertoe leiden dat van de werkgever (aandeelhouder) niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst langer in stand te houden. Wel moet worden bedacht dat de h-grond niet aangewend kan worden ter reparatie van andere onvoldragen ontslaggronden (o.a. Kamerstukken II 2013/14, 33818, 7, p. 131). De h-grond moet zelfstandig een voldragen ontslaggrond bieden (met de voorgenomen introductie van de cumulatiegrond zal dit anders worden). Ook voor de h-grond geldt overigens dat de redelijkheid van het ontslag geen gegeven is. Zo dient de bestuurder geconfronteerd te worden met uiteenlopende visies en dient concreet aangegeven te worden welke veranderingen de aandeelhouder nodig vindt (zie de viertrapsraket in mijn noot bij «JAR» 2017/266). De ontslagcriteria die zijn opgenomen in art. 7:669 BW zijn ontleend aan het (toen geldende) Ontslagbesluit en de daarop gebaseerde Beleidsregels Ontslagtaak UWV. Door de criteria in de wet op te nemen heeft de wetgever de rechter willen verplichten deze criteria toe te passen bij de beoordeling of van een redelijke ontslaggrond sprake is (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 7, p. 131). Als gezegd geldt als uitgangspunt dat het grondenstelsel onverkort van toepassing is op de bestuurder. Voor een (algemene) matiging van de eisen die gesteld worden aan een redelijke grond in het geval van het ontslag van een bestuurder biedt de parlementaire geschiedenis geen basis. Die lijn wordt ook doorgaans in de rechtspraak gevolgd. Zo overweegt het Hof Arnhem-Leeuwarden (3 februari 2016, «JAR» 2016/74) bijvoorbeeld dat de beoordeling of sprake is van disfunctioneren van een schooldirecteur plaatsvindt aan de hand van voornoemde Beleidsregels. Gelet op de feedback die de directeur had ontvangen, het feit dat met coaching was geprobeerd het functioneren te verbeteren en de directeur voldoende tijd had gekregen om zich te verbeteren, komt het hof tot de conclusie dat van een voldragen d-grond sprake is. In een recentere uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden (22 juni 2018, «JAR» 2018/269), kwam het hof juist tot de conclusie dat van een voldragen d-grond geen sprake was. Formele functioneringsgesprekken, waarvan een verslag is gemaakt, waren niet gevoerd en de bestuurder was niet duidelijk gemaakt op welke concrete punten hij zou moeten verbeteren en binnen welke periode. Het hof toetste vervolgens integraal of van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding sprake was, hetgeen niet het geval bleek. Ook de h-grond ging niet op omdat de omstandigheden die daarvoor werden aangevoerd feitelijk zagen op het functioneren van de bestuurder (de d-grond). Gelet op de strikte uitleg van het grondenstelsel in de parlementaire geschiedenis en het beeld dat uit genoemde uitspraken volgt, kan niet de conclusie worden getrokken dat andere/minder zware eisen gelden bij het toetsen van redelijke gronden in geval van het ontslag van een bestuurder. Rechtsoverweging 5.6 van Rechtbank Den Haag, waarin wordt gesteld dat, ongeacht de ontslaggrond, bij het ontslag van een bestuurder een minder zware toets moet worden gehanteerd bij de vraag of sprake is van een redelijke ontslaggrond is dan ook niet juist. Het lijkt erop dat de Rechtbank Den Haag terugvalt op de jurisprudentie van vóór de WWZ, waarin regelmatig werd geoordeeld dat een hoge boom nu eenmaal veel wind vangt en dat met het afbreukrisico van een ontslag van een bestuurder in het algemeen rekening wordt gehouden bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden (zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 24 januari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV1944). Ofschoon die redenering best te volgen is, is die niet in lijn met de wijze waarop de wetgever het ontslaggrondenstelsel heeft ingericht. De algemene vergadering van aandeelhouders (of raad van commissarissen) heeft de mogelijkheid om van de ene op de andere dag te besluiten om afscheid te nemen van de bestuurder – dat geeft beleidsvrijheid – maar die bestuurder wordt wel door het ontslaggrondenstelsel beschermd. Dat betekent dat als het gaat om het functioneren van de bestuurder (de d-grond) of een vermeende vertrouwensbreuk met de bestuurder (de g-grond), de werkgever/aandeelhouder moet onderbouwen dat er (kort gezegd) functioneringsgesprekken hebben plaatsgevonden en verbetering achterwege is gebleven respectievelijk dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam is verstoord. Aan de andere kant geldt ook niet, zoals de Rechtbank Rotterdam eerder overwoog (Rb. Rotterdam 24 oktober 2017, «JAR» 2017/284), dat gezien de beperkte ontslagbescherming van een bestuurder vanwege het ontbreken van de preventieve toets aan het vereiste van een redelijke grond in het geval van een bestuurder juist zware eisen dienen te worden gesteld.

Uit de uitspraak van de Rechtbank Den Haag valt verder op dat ook het lange dienstverband van de bestuurder door de rechtbank wordt genoemd als een omstandigheid die bijdraagt aan een voldragen ontslaggrond. Een opmerkelijke overweging; ik zie niet hoe de lengte van een dienstverband bijdraagt aan de conclusie dat ‘voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet langer van de werkgever gevergd kan worden’.

Al met al gelden er geen lichtere of zwaardere eisen voor het ontslag van de bestuurder. Van de bestuurder kan altijd afscheid genomen worden (opzegverboden daargelaten), maar het ontslaggrondenstelsel van art. 7:669 BW geldt onverkort voor de bestuurder, met dien verstande dat (i) ontslag mogelijk is zonder (voldragen) ontslaggrond, maar dat wordt dan gecompenseerd met een billijke vergoeding en (ii) er zich omstandigheden kunnen voordoen die zodanig verband houden met de unieke positie van de bestuurder dat deze zelfstandig een voldragen h-grond opleveren.



Reform of Belgian Data Protection Authority still not put into practice

Loyens & Loeff weer populairste advocatenkantoor

Amsterdam, 4 juli 2019 – Loyens & Loeff is opnieuw het meest aantrekkelijke advocatenkantoor om bij afstuderen voor te gaan werken. Dit blijkt uit de jaarlijkse... read more

Reusachtige foto van toproeisters op de Blaak

3 juli 2019, Rotterdam – Juridisch en fiscaal advieskantoor Loyens & Loeff is dit jaar de trotse sponsor van de World Rowing Cup. Dit internationale sportevenement... read more
EU General Court annuls State aid decision on Belgian excess profit rulings

Wet- en regelgeving energie in Nederland en België

Op de hoogte blijven? In dit overzicht zijn de voor de Nederlandse en Belgische energiesector relevante wet- en regelgeving opgenomen. U kunt steeds door op... read more