You are here:
11 juli 2019 / nieuws

Online platform Helpling mag als bemiddelaar geen commissie rekenen aan schoonmakers

De kantonrechter Amsterdam heeft recent een uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2019:4546) gedaan over de rol die het platformbedrijf Helpling inneemt ten opzichte van haar gebruikers.

Nationwide Strike : How to ensure your business can continue to run?

(ECLI:NL:RBAMS:2019:4546)

Van een arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers die via Helpling klussen krijgen aangeboden van (potentiƫle) klanten is geen sprake. Daarmee is ook gegeven dat geen uitzendovereenkomst bestaat tussen beiden en dat Helpling de schoonmakers niet ter beschikking stelt aan de klanten. Wel is volgens de kantonrechter sprake van arbeidsbemiddeling door Helpling tussen de schoonmakers en klanten.

Waar ging het geschil over?

Helpling biedt een online platform waarop schoonmakers en personen die schoonmaakwerk willen uitbesteden elkaar kunnen vinden. De klant kan op basis van zijn voorkeuren en de profielen van verschillende schoonmakers een klus aan een enkele of meerdere schoonmakers aanbieden. De schoonmaker kan deze klus vervolgens accepteren of weigeren. Helpling brengt voor haar rol hierin een commissie in rekening bij de schoonmaker. Tussen de vakbond FNV en Helpling is in geschil hoe de relatie tussen Helpling en de schoonmaker dient te worden gekwalificeerd. Daarbij is met name van belang of sprake is van een gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker. Hiervoor dient te worden bezien of Helpling de bevoegdheid heeft om de schoonmaker instructies en aanwijzingen te geven bij de uitvoering van de werkzaamheden.

Geen sprake van een arbeidsovereenkomst

Van een dergelijke gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker is volgens de kantonrechter geen sprake. Helpling geeft dan wel tips over hoe de schoonmaakwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, maar dit maakt nog niet dat sprake is van gezag. Ditzelfde geldt voor het gegeven dat Helpling faciliteiten biedt om facturen te sturen, de agenda te beheren, contact te hebben met de klant en dat zij een account onder omstandigheden kan blokkeren. De schoonmaker kan de werkzaamheden immers naar eigen inzicht invullen op een zelf te bepalen moment, stelt op het platform zelf in welke vergoeding hij daarvoor wenst te ontvangen en dient instructies van de klant waar hij werkzaam is op te volgen. Niet is gebleken dat de schoonmaker ten opzichte van Helpling andere verplichtingen heeft dan zich te houden aan de algemene voorwaarden voor het gebruik van de faciliteiten van het platform. Verder staat het een schoonmaker vrij een aanbod van een klant al dan niet te accepteren of met de klant af te spreken dat de werkzaamheden op een ander moment worden uitgevoerd. Aangezien geen sprake is van een gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker kan tussen beide geen arbeidsovereenkomst bestaan. Verder hoeft de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf vanwege het niet bestaan van een arbeidsovereenkomst niet te worden toegepast door Helpling.

Ook geen uitzendovereenkomst en terbeschikkingstelling

Verder is door FNV aangedragen dat sprake zou zijn van een uitzendovereenkomst. De vaststelling dat de verhouding tussen betrokkenen niet kwalificeert als een arbeidsovereenkomst brengt echter met zich dat ook geen sprake is van een uitzendovereenkomst. Het bestaan van een arbeidsovereenkomst is namelijk een voorwaarde voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Ten aanzien van terbeschikkingstelling als bedoeld in de Waadi geldt verder dat, wil hiervan sprake zijn, geen arbeidsovereenkomst tussen de schoonmaker en de klant mag bestaan. Tussen de schoonmaker en de klant is volgens de kantonrechter echter wel sprake van een arbeidsovereenkomst, zodat de dienstverrichting van Helpling niet kan worden aangemerkt als terbeschikkingstelling.

Wel sprake van arbeidsbemiddeling

De kantonrechter is van oordeel dat Helpling wel actief bemiddelt tussen de schoonmakers en klanten om een arbeidsovereenkomst tussen hen tot stand te brengen. Op grond van de Waadi is het Helpling niet toegestaan daarvoor een tegenprestatie van de schoonmaker te bedingen. De door Helpling aan de schoonmakers in rekening gebrachte commissie is dan ook in strijd met de wet. Helpling hoeft de in het verleden in rekening gebrachte commissies niet terug te betalen, maar dient wel haar systeem binnen een maand na de uitspraak aan te passen.

Conclusie

De kantonrechter heeft in deze uitspraak meer duidelijkheid gegeven omtrent de kwalificatie van de verhouding tussen het platform Helpling en de dienstverlenende gebruiker. Van een arbeidsovereenkomst met Helpling is, voor deze specifieke schoonmaker althans, geen sprake. Wel is duidelijk dat bij dergelijke platformconstructies het betaalverbod uit de Waadi in acht moet worden genomen aangezien het platformbedrijf een bemiddelende rol vervult. Dit lijkt te kunnen worden ondervangen door de commissie niet in rekening te brengen aan de schoonmakers maar aan de klant van betreffende schoonmakers.