You are here:
06 augustus 2021 / nieuws

Nu het water weg is, staat het ondernemers alsnog aan de lippen

Door hevige regenval en overstromingen werd Zuid-Limburg verrast en vooral hard getroffen door een ware watersnood. Dagenlang stonden de kranten en nieuwssites vol met artikelen over de watersnood. Ook enkele verzekeraars werd een podium geboden om aan te geven dat zij de schade van (veelal) particulieren zouden vergoeden. Inmiddels is de publiciteitsstorm gaan liggen en blijkt dat (vooral) ondernemers toch met een dekkingsafwijzing worden geconfronteerd. Voor hen zijn het onzekere tijden. De bedrijfsschade loopt verder op en compensatie van verzekeraars en de overheid blijft nog uit.

Nu het water weg is, staat het ondernemers alsnog aan de lippen

VAST 2021 / B-035

Achtergrond uitsluiting van overstromingsdekking

Schade door extreem weer komt steeds vaker voor in Nederland. De gevolgen van bijvoorbeeld overstroming waren echter lang onverzekerbaar. De risico’s om de kosten van overstromingen van (vooral) primaire waterkeringen te dragen waren voor verzekeraars te groot en konden vanwege het cumulatierisico hun bedrijfscontinuïteit schaden. Pas recent zijn enkele verzekeraars een vorm van overstromingsdekking gaan bieden. Sommige deden dat standaard in hun producten, maar soms wordt het alleen in de premiumproducten aangeboden. Daarbij komt dat het hier veelal ging om verzekeringen voor particulieren, met een enkele verzekeraar die dit ook voor zakelijke klanten (automatisch) aanbood. Geschat wordt dat daarmee iets meer dan een derde van alle inboedel- en opstalverzekeringen in Nederland is voorzien van een dekking voor overstroming door het falen van een niet-primaire waterkering. Daarmee is nog steeds een grote groep particulieren niet verzekerd voor het overstromingsrisico. Dit geldt waarschijnlijk in grotere mate ook voor ondernemers aangezien de assurantiebeursvoorwaarden standaard een uitsluiting voor overstroming kennen en ook de via Lloyd’s of London gesloten verzekeringen ‘horizontaal water’ (kennelijk) uitsluiten. 

Overstroming uitgesloten en mogelijk toch (deels) gedekt

Goed onderzoek naar het ontstaan van de schade kan van groot belang zijn voor het recht op een eventuele uitkering. Hoewel veel schade waarschijnlijk is ontstaan door overstromingen van rivieren als de Geul en de Gulp betekent dit niet direct dat alle schade daarmee is uitgesloten vanwege de overstromingsuitsluiting. 

In dat verband wijs ik erop dat er verzekeraars zijn die verzekeren op basis van polisvoorwaarden die wél schade door het overlopen van bijvoorbeeld kaden en dijken dekken, maar alleen het bezwijken daarvan uitsluiten onder de noemer ‘overstroming’. De relevante vraag is dan of er kaden en dijken zijn bezweken en, zo ja, of de schade is ontstaan door het bezwijken van die kaden en dijken. Vooral dit laatste is relevant omdat het zeer goed mogelijk is dat ook voorafgaand aan het bezwijken van een waterkering al waterschade kan zijn geleden, bijvoorbeeld doordat rivieren buiten hun oevers traden. 

Een soortgelijke gedachte kan worden geopperd voor de meer gebruikelijke dekking waarbij overstroming van waterkeringen (in de zin van overlopen én bezwijken) is uitgesloten, maar dekking bestaat voor regen die onvoorzien het gebouw is binnengekomen, mits niet binnengekomen door openstaande ramen, deuren of luiken. De neerslag in Zuid-Limburg was immers extreem. Hoewel door het KNMI nooit eerder meer dan 120 millimeter in 48 uur werd gemeten, viel er op het KNMI-station Ubachsberg 182 millimeter binnen 48 uur. Met dergelijke hoeveelheden regen is het mogelijk dat water gebouwen is binnengedrongen zonder dat sprake was van een overstroming, althans dat ook indien geen sprake zou zijn geweest van een overstroming van een waterkering de hoeveelheid regen op zichzelf (deels) tot dezelfde of soortgelijke schade zou kunnen hebben geleid. 

Uit recente berichten volgt ook dat ondernemers die via Lloyd’s of London bij zogenoemde Lloyd’s-syndicaten verzekerd zijn worden geconfronteerd met een afwijzing. Op deze polissen zou ‘horizontaal water’ – anders dan neerslag of omhoogkomend rioolwater als ‘verticaal water’ – zijn uitgesloten. Zonder het exacte dekkingsstandpunt of de polisvoorwaarden in die gevallen te kennen geldt ook daar dat de betreffende ondernemer niet bij voorbaat geen recht heeft op verzekeringsuitkering. De bewoording van de polis blijft ook voor hen onverminderd van belang. Immers, is uitgesloten ‘horizontaal water’ onverschillig waardoor veroorzaakt of is die uitsluiting beperkter? En hoe luidt dan de dekking voor neerslag en opkomend rioolwater? En heeft opkomend rioolwater (of neerslag) niet eerst de houten vloer of vloerbekleding en inventaris aangetast (en dus schade veroorzaakt), voordat ‘horizontaal water’ over de drempel stroomde? 

Het voorgaande geldt overigens niet alleen voor de opstal- en inventarisverzekering, maar ook voor de bedrijfsschadeverzekering. Naast de materiële schade kan de bedrijfsschade immers ook enorm zijn. 

Kortom, de schade zoals geleden in Zuid-Limburg toont eens te meer aan dat het van groot belang kan zijn om goed te kijken naar (i) welke schade er op welk moment is geleden, (ii) de oorzaak van deze (verschillende) schades, (iii) de polisvoorwaarden en (iv) het causaal verband en het toepasselijke causaliteitscriterium. 

De overheid springt bij via de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts)

Indien dekking voor de schade ontbreekt of de verzekeraar zich tot op heden op een dekkingsuitsluiting (voor een deel van de schade) heeft beroepen, dan kan de Wts mogelijk soelaas bieden. Tegemoetkoming via de Wts is echter geen zekerheid voor volledige vergoeding van schade. 

De Wts is om te beginnen alleen van toepassing in geval van een ramp, maar het demissionaire kabinet heeft die horde voor de watersnood in Limburg snel genomen. Daarmee is de Wts toepasbaar. Dat betekent nog niet dat iedere gedupeerde in Limburg een tegemoetkoming kan krijgen. De schade zoals geleden mag immers niet verzekerd zijn, maar ook niet redelijkerwijs verzekerbaar. Van redelijkerwijs verzekerbaar is sprake indien de schade(oorzaak) in het algemeen (zonder dat daar een hoge premie tegenover staat) niet van dekking wordt uitgesloten op een verzekeringspolis. Hoewel, zoals hierboven benoemd, steeds meer verzekeraars overstromingsdekking bieden, acht ik de kans klein dat voor de schade in Limburg zal worden geoordeeld dat deze redelijkerwijs verzekerbaar was. 

De Wts somt vervolgens in artikel 4 de categorieën van schaden op die voor tegemoetkoming in aanmerking komen. Het betreft bijvoorbeeld schade aan woningen, bedrijfsgebouwen, inboedel, inventaris en bedrijfsschade (binnen een bij ministeriële regeling te bepalen periode). Wat de tegemoetkoming zal worden, dient nog te worden uitgewerkt in een ministeriële regeling. Daarbij kan niet worden uitgesloten dat wordt gewerkt met een percentage aan eigen risico of een maximumbedrag aan te ontvangen vergoeding. Er is immers sprake van een ‘tegemoetkoming’. Voorlopig blijft het dus wachten op de ministeriële regeling. 

Het is daarmee maar de vraag of niet verzekerde gedupeerden, in het bijzonder ondernemers, het hoofd nog lang boven het spreekwoordelijke water kunnen houden. Ook daarom blijft een kritische blik op de verzekeringsvoorwaarden van groot belang.