You are here:
16 oktober 2019 / nieuws

Energie Update nr. 8/9 2019 Rechtspraak – NL

(periode augustus en september 2019)

De Energie Update is een uitgave van het Energy Team van Loyens & Loeff. Deze digitale update bevat een korte signalering van de voor de energiesector relevante nationale en Europese rechtspraak, besluiten en wet- en regelgeving die in de hierboven aangegeven periode zijn gepubliceerd. De signaleringen bevatten tevens een hyperlink naar het brondocument.

A closer look at the commissions proposal for a recast renewable energy directive

Rechtspraak – NL

Rechtbank Den Haag  6 augustus 2019, zaak 7226278 RL EXPL 18-21478, ECLI:NL:RBDHA:2019:9017
Kabels en leidingen. Waterleiding beschadigd door graafwerkzaamheden. Kantonrechter baseert oordeel op toenmalige wet- en regelgeving nu de betreffende waterleiding in november 2017 is beschadigd, vóór de inwerkingtreding van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) en het daaruit voortvloeiende Besluit informatie-uitwisseling bovengrondse netten en netwerken (Bibon)

Vóór 31 maart 2018 golden: de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (‘Wion’), het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten (‘Bion’) en de ‘Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase (publicatie 500)’, ook wel CROW 500 genoemd. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 25 mei 2018 geoordeeld dat bij gebrek aan een concrete wettelijke normering voor ‘zorgvuldig graven’ groot gewicht aan de Richtlijn moet worden toegekend.

Kantonrechter oordeelt dat, op basis van de Richtlijn, de grondroerder vóór aanvang van de graafwerkzaamheden alle leidingen die in het zoekgebied rond het graafprofiel liggen, dient te lokaliseren. Dit moet al in de ontwerpfase gebeuren en niet, zoals in dit geval is gebeurd, stapsgewijs bij de uitvoering van het project. Vordering drinkwaterbedrijf toegewezen.

 

Rechtbank Gelderland 7 augustus 2019, zaak 7097456 \ CV EXPL 18-7972 \ 602, ECLI:NL:RBGEL:2019:4399
Kosten opnieuw  aansluiten op gas- en elektriciteitsnet na schade door brand (blikseminslag) niet voor rekening netbeheerder. Geen sprake van onverschuldigde betaling, noch van ongerechtvaardigde verrijking netbeheerder. Netbeheerder verwijst naar besluit van de Autoriteit Consument & Markt van 20 december 2018 (zaak ACM/18/033263), waarin ACM stelt dat de hernieuwde aansluitkosten na brand op grond van de wet- en regelgeving voor rekening van de klant van de netbeheerder komen.

Ten aanzien van de kosten voor vervanging van de gasleiding wegens ouderdom, heeft de netbeheerder ter zitting erkend dat die in beginsel voor rekening van netbeheerder zouden zijn gekomen, indien er geen brand was geweest. Daarbij is namens de netbeheerder verklaard dat gasleidingen wel honderd jaar kunnen meegaan en dat niet duidelijk is wanneer deze zouden zijn vervangen, als er geen brand was geweest. Kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de netbeheerder ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van de erflater. Vorderingen van de erven van de erflater afgewezen.

 

Rechtbank Noord-Nederland 8 augustus 2019, zaak AWB - 18_2966, ECLI:NL:RBNNE:2019:3472
BTW op zonnepanelen schoollocaties. Rechtbank: contractsverhouding is van doorslaggevend belang. In tegenstelling tot (het Hof van Justitie EU-arrest) Fuchs (waarin eerst alle elektriciteit aan het net werd geleverd tegen een marktconforme vergoeding) wordt in de onderhavige leveringsovereenkomst tussen eiseres en de energiemaatschappij alleen uitgegaan van het saldo over en weer (in de zin van een ‘tekort’ of een ‘overschot’). Eiseres verzorgt Protestants-Christelijk basisonderwijs voor leerplichtigen. De betreffende schoollocaties waar de zonnestroominstallaties zijn aangebracht zijn in eigendom van eiseres. De primaire activiteiten van eiseres, zijnde het in stand houden en verzorgen van basisonderwijs in de betreffende gemeente, worden niet verricht in ruil voor een (rechtstreekse) vergoeding. Deze activiteiten kwalificeren in verband daarmee in het kader van de omzetbelasting als niet-economische activiteiten. Eiseres voldoet ter zake van deze activiteiten geen omzetbelasting op aangifte.

In geschil is de vraag of de hoogte van de vastgestelde teruggaaf omzetbelasting in het onderhavige tijdvak juist is vastgesteld. Meer specifiek gaat het erom in hoeverre de zonnepanelen voor btw-belaste handelingen worden gebruikt. Eiseres is van mening dat zij 100% recht heeft op vooraftrek; het standpunt van verweerder is dat er enerzijds sprake van eigen gebruik en in dat geval sprake is van een niet-economische activiteit en dus van niet btw-belast gebruik. Anderzijds wordt er teruggeleverd aan de energiemaatschappij, dit vormt btw-belast gebruik. De verhouding vooraftrek zou dan 70% btw-belaste handelingen zijn en 30% anders dan voor btw-belaste handelingen (‘gemengd gebruik’ in de zin van art. 15, lid 6, Wet OB).   

Bij beantwoording dient gekeken te worden naar de vraag of daarbij de contractsverhouding tussen partijen doorslaggevend is (het standpunt van verweerder) of juist het technische aspect van de (terug)levering van de elektriciteit aan het net (het standpunt van eiseres)? In de overeenkomst tussen eiseres en de energiemaatschappij wordt alleen uitgegaan van het saldo over en weer (als sprake is van een “tekort” of een “overschot”). Dit is volgens de rechtbank een wezenlijk verschil in vergelijking met het arrest Fuchs waarin eerst alle elektriciteit aan het net werd geleverd tegen een vergoeding.  

Subsidiair is door eiseres nog aangevoerd dat de salderingsregeling zoals opgenomen in art. 31c van de E-wet 1998 in strijd zou zijn met het EU-recht.

De rechtbank overweegt dat zij in art. 31c E-wet 1998 niet, zoals eiseres, een verbod leest om op een bepaalde manier over de levering als zodanig te contracteren. Het artikel bevat alleen bepalingen over de berekening van het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten. De salderingsregeling ziet op de manier van in rekening brengen en bevat een soort gedwongen verrekeningssysteem. Daaruit volgt echter niet dat het partijen verboden zou zijn af te spreken enerzijds eerst alle opgewekte elektriciteit tegen betaling te leveren aan het net en anderzijds het volledige aantal kWh dat verbruikt wordt tegen betaling af te nemen.

Naar het oordeel van de rechtbank vormt de salderingsregeling uit de E-wet 1998 dus geen belemmering voor contractspartijen om anders overeen te komen dan de bepalingen zoals deze nu in de leveringsovereenkomst staan. Beroep ongegrond.

 

Rechtbank Rotterdam 12 augustus 2019, zaak C/10/564411 / HA ZA 18-1203, ECLI:NL:RBROT:2019:7304
Aanvang aansluittermijn (art. 23, lid 3, E-wet 1998) bij acceptatie offerte netbeheerder. De rechtbank is van oordeel dat de termijn genoemd in art. 23, derde lid, van de E-wet 1998 aanvangt zodra de door de netbeheerder uitgebrachte offerte wordt geaccepteerd. Pas dan komt een overeenkomst tot stand en is sprake van een verzoek om een aansluiting als bedoeld in art. 23, derde lid, van de E-wet 1998. Pas dan kan van de netbeheerder worden gevergd dat zij zich inspant om tijdig aan te sluiten. De rechtbank verwijst naar het ACM-besluit van 7 augustus 2014 (zaak 14.0506.12 (Rokade / Stedin)).

 

Rechtbank Gelderland 14 augustus 2019, zaak 7836695 CV EXPL 19-2687, ECLI:NL:RBGEL:2019:3921
Kosten verwijdering gasaansluiting. Uitspraak Geschillencommissie Energie van 28 november 2018 waarin netbeheerder wordt verplicht om aan afnemers die verwijdering van hun gasaansluiting wensen, de keuze aan te bieden tussen het verwijderen van de ongebruikte gasaansluiting en het veilig afgedopt in de grond achterlaten daarvan, heeft tot gevolg dat de netbeheerder wordt verplicht om te handelen in strijd met een dwingendrechtelijk verbod in de Wet milieubeheer (Wm). Daarmee is vast komen te staan dat gebondenheid aan de beslissing van 28 november 2018 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De gevorderde vernietiging van de beslissing van 28 november 2018 zal dan ook op grond van art. 7:904 BW worden toegewezen.

 

Rechtbank Noord-Nederland 16 augustus 2019, zaak C/17/167834 / KG ZA 19/191, ECLI:NL:RBNNE:2019:3596
Overeenkomstenrecht. Eenzijdig afbreken van onderhandelingen over verlenging derde reserveringsperiode in de reserveringsovereenkomsten tussen zonneparkontwikkelaar/-exploitant en exploitanten/eigenaren agrarische gronden.  

 

Gerechtshof Amsterdam 20 augustus 2019, zaak 200.261.734/01, ECLI:NL:GHAMS:2019:3085
Overeenkomstenrecht. Samenwerkingsovereenkomst zonneparkontwikkelaar/-exploitant en geïntimeerde om (via een projectvennootschap) op de daken van de gebouwen van geïntimeerde zonnepanelen te plaatsen. Beëindiging overeenkomst door intrekking SDE+-beschikkingen?

 

CBb 3 september 2019, appellante / Minister van EZK (zaak 18/2129, ECLI:NL:CBB:2019:377) en CBb 3 september 2019, Zuidbroek Energie B.V. / Minister van EZK (zaak 18/2531, ECLI:NL:CBB:2019:378) en CBb 3 september 2019, Eneco Solar, Bio & Hydro B.V. / Minister van EZK (zaak 18/2655, ECLI:NL:CBB:2019:379)
Afwijzing aanvraag SDE+ op grond van art. 59, eerste lid, onder c, onder 4 Besluit Stimulering Duurzame Energieproductie (Besluit SDE) en, onder meer, het wettelijk criterium “economisch haalbaar” ten aanzien van verleende omgevingsvergunning voor tien jaar in samenhang met de beoordeling van de economische haalbaarheid van een zonnepark binnen een periode van vijftien jaar.   

 

Gerechtshof Amsterdam 10 september 2019, zaak 200.236.031/01, ECLI:NL:GHAMS:2019:3348
Warmtewet. In rekening brengen van correctiefactoren (kosten ‘leidingafgifte’) door verhuurder (woningcorporatie) aan huurder is in de Warmtewet niet toegestaan. Hoewel in de Warmtewet zoals geldend in de in geding zijnde periode weliswaar geen expliciet verbod op het toepassen van correctiefactoren is opgenomen, volgt uit de systematiek en het (wel) bepaalde in de Warmtewet (onder andere: Kamerstukken II, 2016/17, 34 723, nr. 3 (de toelichting op art. 8a)) dat het gebruik van correctiefactoren in de in geding zijnde periode niet is toegestaan.

Het hof overweegt voorts dat het feit dat de Minister van Economische Zaken het toepassen van correctiefactoren als een knelpunt in de Warmtewet heeft aangemerkt, nog niet met zich brengt dat de toepassing van Warmtewet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en dat het toepassen van correctiefactoren, anders dan in de toepasselijke wetgeving bepaald, moet worden toegestaan. Het feit dat de Minister de ACM in zijn (betreffende) Kamerbrieven heeft voorgesteld het toepassen van correctiefactoren in publiekrechtelijke zin te gedogen, maakt dat niet anders. Hieruit volgt niet dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat geïntimeerde – als huurder – zich bij de uitvoering van de overeenkomst tussen partijen beroept op de nakoming door verhuurder van een uit de wet voortvloeiende jegens geïntimeerde geldende verplichting. Dat verhuurder door het niet mogen toepassen van de correctiefactoren voor onoverkomenlijke problemen zal worden gesteld, is voorts niet gebleken. Hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter rechtbank Noord-Holland.

 

Rechtbank Oost-Brabant 12 september 2019, zaak C/01/347505 / KG ZA 19-345, ECLI:NL:RBOBR:2019:5255
Voor de aansluit- en transportplicht van de netbeheerder (art. 23 E-wet 1998 respectievelijk art. 24 E-wet 1998) geldt een expliciet discriminatieverbod. Contractuele congestie vormt geen weigeringsgrond (ten aanzien van uitzondering transportplicht netbeheerder (art. 24 lid 2 E-wet 1998)) (bevestiging uitspraak voorzieningenrechter rechtbank Gelderland). Alvorens te kunnen komen tot weigering van transport op grond van fysieke congestie dient de netbeheerder congestiemanagement toe te passen. De voorzieningenrechter wijst in kort geding de vordering van eiseres (ontwikkelaar van een windpark op land en twee zonne-akkers (van respectievelijk 8,02 MW en 32,987 MW) in de gemeente Emmen) om aan eiseres een aanbod te doen voor een aansluiting van 60 MVA op het dichtstbijzijnde punt in het door gedaagde (hierna: netbeheerder) beheerde net toe.

Met betrekking tot de vordering om aan eiseres een aanbod te doen voor 60 MW transportcapaciteit oordeelt de voorzieningenrechter dat netbeheerder aan eiseres verplicht is het door haar gewenste aanbod te doen, maar dat eiseres – ook als producent van groene energie – niet zonder meer aanspraak heeft op het transport van het volledige door haar te contracteren transportvermogen. Immers, in het geval van transportschaarste dient de netbeheerder met inachtneming van hetgeen in de Netcode elektriciteit is bepaald omtrent congestiemanagement het risico van de schaarste te verdelen over alle aangeslotenen.  

Voor zowel de aansluitplicht van de netbeheerder op grond van art. 23 E-wet 1998 als de plicht tot het doen van een aanbod voor transportcapaciteit geldt een expliciet discriminatieverbod. De voorzieningenrechter overweegt dat het principe ‘first come, first served’ (waarbij bij de verdeling van de transportcapaciteit voorrang wordt gegeven aan aangeslotenen die reeds hebben gecontracteerd) in strijd is met het discriminatieverbod (de voorzieningenrechter verwijst hierbij naar de uitspraak van de voorzieningenrechter rechtbank Gelderland van 16 april 2019 (ECLI:NL:RBGEL:2019:1681)).

Weigering van transport door de netbeheerder mag pas als alle  maatregelen die hij kan nemen om toch aan de transportvraag te voldoen, zijn uitgeput. Pas als ook dan onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is, mag de netbeheerder zich op het standpunt stellen dat hij redelijkerwijs geen capaciteit beschikbaar heeft en het gevraagde transport (gedeeltelijk) weigeren (ACM publicatie “Vragen en antwoorden transportschaarste” (ACM/INT/386454), 28 juni 2019, p. 3).

Ook in deze uitspraak oordeelt de voorzieningenrechter dat de zogenaamde ‘contractuele congestie’ geen weigeringsgrond oplevert als bedoeld in art. 24 lid 2 E-wet 1998 voor de netbeheerder (zoals reeds geoordeeld door de voorzieningenrechter rechtbank Gelderland in de voornoemde uitspraak van 16 april 2019 (zie hiervoor)).

Voordat de netbeheerder transport kan weigeren op grond van fysieke congestie dient de netbeheerder congestiemanagement toe te passen (de voorzieningenrechter verwijst hierbij naar de uitspraak van het College van 17 mei 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:CA1172)), zoals beschreven in paragraaf 9.2 van de Netcode elektriciteit.

 

Conclusie A-G Hoge Raad 13 september 2019, zaak 19/00135, ECLI:NL:PHR:2019:887
Klimaatzaak (Urgenda). Cassatie ingesteld door de Staat. A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep. Zie ook het nieuwsbericht van de Hoge Raad van 13 september 2019. 

 

CBb 17 september 2019, zaak 18/303, ECLI:NL:CBB:2019:440
College (bevestigt besluit ACM): de in art. 23 van de E-wet 1998 neergelegde bevoegdheid tot het in bepaalde gevallen verbinden van voorwaarden aan het realiseren van een aansluiting ziet niet op een voorwaarde tot het starten van een geschilbeslechtingsprocedure (als bedoeld in art. 51, eerste lid, E-wet 1998) ten aanzien van de kwalificatie stelsel van elektriciteitsverbindingen in het bedrijfsverzamelgebouw. College: met het stellen van de voorwaarde dat een klacht bij ACM moet worden ingediend alvorens de netbeheerder overgaat tot het uitvoeren van zijn wettelijke taak zoals die is neergelegd in art. 23 van de E-wet beoogt de netbeheerder in wezen toegang te verkrijgen tot de geschilprocedure terwijl art. 51, eerste lid, van de E-wet 1998 deze toegang voorbehoudt aan haar wederpartij.

Voorts geldt dat omdat de aansluiting bij [naam 1] overeenkomstig haar wens is gerealiseerd, een beslissing is gevraagd van ACM in een niet (meer) bestaand geschil tussen [naam 1] en de netbeheerder. Naar het oordeel van het College is de procedure van art. 51 E-wet niet bedoeld voor het oplossen van hypothetische geschillen. Beroep ongegrond. Zie ook het bericht van ACM van 18 september 2019.

Contact

Voor meer informatie over de inhoud van deze update of andere energiegerelateerde vragen, kunt u terecht bij onderstaande contactpersonen.



Wet- en regelgeving energie in Nederland, België en de EU

Op de hoogte blijven? In dit overzicht zijn de voor de Nederlandse en Belgische energiesector relevante nationale (en eventueel ook Europese) wet- en regelgeving... lees meer

Loyens & Loeff adviseert Liander

Op 2 juni 2020 heeft het CBb een belangwekkende uitspraak gedaan over de wijze waarop elektriciteitsaansluitingen moeten worden gemaakt. lees meer

Weerlegbaar bewijsvermoeden WOZ-beschikking

Is de netbeheerder gebonden is aan de objectafbakening zoals die blijkt uit de door het college van B&W afgegeven WOZ-beschikking? lees meer