You are here:
13 augustus 2019 / nieuws

Loyens & Loeff Energie Update nr. 6/7 2019 Rechtspraak – NL

(periode juni en juli 2019)

De Energie Update is een uitgave van het Energy Team van Loyens & Loeff. Deze digitale update bevat een korte signalering van de voor de energiesector relevante nationale en Europese rechtspraak, besluiten en wet- en regelgeving die in de hierboven aangegeven periode zijn gepubliceerd. De signaleringen bevatten tevens een hyperlink naar het brondocument.

Swiss derivatives regulation back on track for equivalence

Rechtspraak – NL

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 maart 2019, zaak 200.179.481, ECLI:NL:GHARL:2019:2621

Totstandkoming aansluit- en transportovereenkomst. Appellante, koper van een onroerende zaak met op het perceel een warmtekrachtcentrale (inclusief een transformator (150kV/10kV) betwist in hoger beroep dat er sprake is van een overname van de tussen TenneT en verkoper bestaande aansluit- en transportovereenkomst. Het hof oordeelt op basis van niet betwiste correspondentie etc., dat tussen TenneT en appellante de gestelde aansluitovereenkomst tot stand is gekomen, althans het vermoeden dat TenneT de verklaringen en gedragingen van appellante redelijkerwijs mocht opvatten als een door appellante tot haar gerichte verklaring dat tussen partijen een aansluitovereenkomst tot stand was gekomen zodat appellante geen beroep kan doen op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil (artikel 3:35 BW). Voorshandse bewijs van de totstandkoming van de aansluitovereenkomst wordt ook geleverd doordat appellante in het, door EDSN gemaakte, overzicht in het Centraal Aansluitingen Register, is vermeld als de contractant. Appellante heeft geen (tegen)bewijsaanbod gedaan. Dit betekent dat de op genoemde aansluitovereenkomst gebaseerde vorderingen van TenneT terecht zijn toegewezen.

 

Gerechtshof Den Haag 7 mei 2019, zaak 200.225.993; ECLI:NL:GHDHA:2019:1526

Exploitatieovereenkomst tankstations langs rijkswegen. Uitleg van het begrip “handelaarsprijs” in de exploitatieovereenkomst tussen oliemaatschappij en handelaar met betrekking tot inkoopprijzen motorbrandstoffen.

 

Rechtbank Gelderland 5 juni 2019, zaak 352787, ECLI:NL:RBGEL:2019:2582

Verzoek tweede (kleinverbruik)aansluiting zonnepark. De voorzieningenrechter is van oordeel dat (ook) eiseres (exploitant zonnepark) gebruik moet maken van de mogelijkheid het heersende geschil (met betrekking tot de weigering van de netbeheerder om eiseres een tweede kleinverbruikaansluiting te realiseren) met de netbeheerder aan de ACM voor te leggen. Daar moet de vraag worden beantwoord of in een geval als dit, waarin sprake is van een zonnepark dat zich uitstrekt over twee gemeenten en waarin de exploitant van het park van beide gemeenten ieder afzonderlijk een WOZ-beschikking ontvangt maar waarin de eigendom en de exploitatie van het park feitelijk in één hand zijn, aanspraak kan worden gemaakt op een tweede AC5-aansluiting op het elektriciteitsnet. Tegen de daarop volgende uitspraak staat dan vervolgens beroep open bij het CBb.

In het licht van wat de netbeheerder in dit kort geding heeft gesteld, is dat de juiste rechtsgang waarin uiteindelijk door het CBb als hoogste bestuursrechter in elektriciteitszaken moet worden bezien of (ook) in de gegeven omstandigheden uitsluitend de WOZ-beschikking(en) bepalend is/zijn voor het antwoord op de vraag of eiseres aanspraak heeft op meer dan één aansluiting. Geen sprake van zwaarwegend en spoedeisend belang. Vorderingen in kort geding afgewezen.

 

College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 juni 2019, zaken 17/1283 tot en met 17/1306, ECLI:NL:CBB:2019:241

Bestuursrecht. Margebesluiten meettarieven geen appellabel besluit in de zin van de Awb. Margebesluiten ACM inzake meettarieven strekken ertoe middels regulatorische kostenbepaling de marges van de verschillende netbeheerders inzichtelijk en vergelijkbaar te maken gedurende de looptijd van de Regeling meettarieven. De vaststelling door ACM van deze marges tussen de tariefinkomsten en de kosten voor meetactiviteiten is geen besluit in de zin van de Awb. Het brengt geen wijziging in de rechtspositie van appellanten. ACM had derhalve de bezwaren van de regionale netbeheerders ten onrechte ontvankelijk verklaard.  

Zie ook het bericht op de ACM-website van 19 juni 2019 over deze uitspraak.

 

Rechtbank Noord-Nederland 19 juni 2019, zaak C/19/122287 / HA ZA 18-66, ECLI:NL:RBNNE:2019:2612 en Rechtbank Noord-Nederland 19 juni 2019, zaak C/19/116693 / HA ZA 16-224, ECLI:NL:RBNNE:2019:2616 en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 juli 2019, zaak 200.213.095/01, ECLI:NL:GHARL:2019:5849

Gaswinning Groningen. Diverse procedures aansprakelijkheid en omvang (aardbevings)schade.

 

ABRvS 3 juli 2019, zaak 201810054/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:2217

Gaswinning Groningen. Minister van EZK heeft voor de periode ná het gasjaar 2018-2019 niet goed gemotiveerd waarom de gaswinning niet sneller kan worden afgebouwd. Vernietiging instemmingsbesluit met in stand laten rechtsgevolgen. Zie ook het persbericht van de Afdeling van 3 juli 2019.

 

Rechtbank Amsterdam 4 juli 2019, zaak C/13/666929 / KG ZA 19-552, ECLI:NL:RBAMS:2019:4746

Wel of geen meestook biomassa door betreffende energiecentrales. Nog geen overeenstemming over het nog op te stellen toetsingskader en de nog niet ingestelde commissie die met de beoordeling van de kwaliteit van de mee of bij te stoken biomassa zal worden belast. Impasse dient eerst te worden doorbroken op de contractueel geregelde wijze.

Afgezien daarvan staat tussen partijen vast dat de door Greenpeace verlangde voorziening, bij toewijzing daarvan, ertoe zal leiden dat de energiecentrales, in plaats van biomassa mee of bij te stoken, zullen teruggrijpen naar het verstoken van extra steenkool, als gevolg waarvan het doel dat partijen bij het opstellen van het Convenant voor ogen stond, namelijk CO2 reductie, niet wordt bevorderd. Eerder valt zelfs aan te nemen dat het bereiken van dit doel daardoor juist zou worden geschaad. Deze voorziening, vooruitlopend op een invulling van de genoemde leemte of wijziging van het Convenant door de bodemrechter, strookt daarom niet met hetgeen in de gegeven omstandigheden uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit. Ook om deze reden komt zij niet voor toewijzing in aanmerking.

 

Rechtbank Den Haag 4 juli 2019, zaak 7272737 / 18-22967, ECLI:NL:RBDHA:2019:6243

Energiebelasting studentenwooncomplex. Het gaat hier om een belasting geheven over de levering van elektriciteit die de woonstichting (tot het huisvesten van studenten, hierna: gedaagde) samen met de kosten van elektriciteit verdeelt over de verschillende huurders achter de op haar naam staande elektriciteitsaansluiting. Deze wijze van elektriciteitsvoorziening van meerdere zelfstandige onroerende achter één aansluiting, heeft tot gevolg dat het verzoeken om vermindering en teruggave van energiebelasting tot de taak van gedaagde moet worden gerekend. Gedaagde is immers als houder van de elektriciteitsaansluiting de enige die een dergelijk verzoek kan doen en de teruggave wordt door de Belastingdienst aan haar betaald. Vervolgens dient gedaagde, volgens de door haar gehanteerde verdeelsleutel, de belastingvermindering te verdelen over de huurders die zich bevinden achter haar elektriciteitsaansluiting en die als verbruiker gerechtigd zijn tot (een deel van) die teruggave. Dit behoort dan ook tot haar taak als verhuurder.

Kantonrechter: het terugvragen van energiebelasting valt onder de (administratieve) handelingen om tot een servicekostenafrekening te komen en dat de door de gedaagde – in verband met het gedane verzoek van eiser tot teruggave van energiebelasting – gemaakte kosten in de vergoeding voor administratiekosten zijn begrepen en als zodanig tot de servicekosten behoren.

 

Conclusie A-G Hoge Raad 5 juli 2019, zaak 18/02999, ECLI:NL:PHR:2019:739)

A-G concludeert op basis van Europese rechtspraak dat er geen sprake van ongevraagde levering drinkwaterbedrijf in geschil tussen drinkwaterbedrijf en verweerder in cassatie (hierna: verweerder). Verweerder stelt zich op het standpunt dat tussen hem en het drinkwaterbedrijf geen leveringsovereenkomst is overeengekomen.  

 

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juli 2019, zaak 200.193.382/01, ECLI:NL:GHARL:2019:5624

Warmtekosten en huurprijs. Op welke wijze mag verhuurder die in een complex warmte/koude aan de huurder met een individuele aansluiting levert, de kapitaals- en onderhoudslasten van de warmte-koudeopslag (hierna: WKO-installatie) aan huurder in rekening brengen? Beslissing aangehouden.

 

Hoge Raad 19 juli 2019, zaak 18/04298, ECLI:NL:HR:2019:1278) Zie ook conclusie van de A-G Hoge Raad: Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, zaak 18/04298, ECLI:NL:PHR:2019:496 en bijlage (ECLI:NL:PHR:2019:497)

Aardbevingsschade door gaswinning in Groningen. Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen zoals gesteld door de Rechtbank Noord-Nederland bij vonnis van 10 oktober 2018 over onder meer de aard en omvang van de aansprakelijkheid, de vergoeding van (im)materiële schade en het bewijsvermoeden.

 

College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 juli 2019, zaak 18/1366, ECLI:NL:CBB:2019:292

Energie-investeringsaftrek (EIA) vier individuele PV-systemen. De door appellant gemelde investering heeft betrekking op vier individuele PV-systemen. Deze PV-systemen zijn niet onderling met elkaar verbonden voor de productie van elektriciteit. Van samenstel van nieuwe voorzieningen zoals bedoeld in de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 (hierna: ‘Regeling’) is derhalve geen sprake. Dat de zonnepanelen op het dak van één gebouw zijn geplaatst, maakt dit niet anders. Aangezien vaststaat dat elk van de vier aansluitingen wordt gevoed door panelen met een gezamenlijk piekvermogen van minder dan 25 kW, is niet voldaan aan de piekvermogenseis van meer dan 25 kW. Verweerder heeft de aanvraag van appellant voor een EIA-verklaring dan ook terecht afgewezen.

Ten aanzien van het aanbod van appellant in de bezwaarfase om de vier aansluitingen op het elektriciteitsnet terug te brengen naar twee aansluitingen om aldus aan de piekvermogenseis te voldoen, heeft verweerder zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat dit niet tot een andere uitkomst zou leiden omdat het dan niet meer gaat om niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen. Dit is een voorwaarde voor het in aanmerking komen voor EIA. Aangezien de aanpassing in dit geval zodanig ingrijpend is dat na deze wijziging niet meer van dezelfde aanvraag of hetzelfde bedrijfsmiddel kan worden gesproken betekent dit dat hiervoor een nieuwe aanvraag voor een EIA-verklaring zou moeten worden ingediend. Het College ziet in de omstandigheden van dit geval geen grond voor het oordeel dat deze opvatting van verweerder onjuist is. Het College ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder in het aanbod van appellant aanleiding had moeten zien hem in de gelegenheid te stellen de aansluitingen te wijzigen.

 

College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juli 2019, zaak 18/1694, ECLI:NL:CBB:2019:323

Minister van EZK beëindigt subsidieverlening Besluit SDE+ nu appellante niet over de voor de verleende subsidie vereiste grootverbruikersaansluiting beschikt. Bij het primaire besluit heeft de Minister van EZK (hierna: verweerder) de bevoorschotting beëindigd omdat hij heeft geconstateerd dat appellante niet over de voor de verleende subsidie vereiste grootverbruikersaansluiting beschikt. Verweerder stopt met het betalen van de voorschotten om te voorkomen dat in geval van subsidiebeëindiging in verband met het niet voldoen aan de subsidieverplichtingen een verrekening moet plaatsvinden. Op grond van de in het verleningsbesluit opgenomen verplichtingen dient appellante de productie-installatie zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 3 jaar na de datum van die beschikking in gebruik te nemen. Om subsidieverlening te behouden dient zij voor 14 november 2019 alsnog een grootverbruikersaansluiting te laten plaatsen.

Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij in het verleden in een beperkt aantal gevallen de subsidie heeft verleend zonder dat was voldaan aan de voorwaarde van de grootverbruikersaansluiting. Anders dan in dit geval, was er toen voorafgaand overleg geweest tussen de subsidie-aanvrager en verweerder en had verweerder toegezegd dat hij ook zonder grootverbruikersaansluiting subsidie zou verlenen. Verweerder heeft intern gecommuniceerd dat dergelijke toezeggingen niet meer mogen worden gedaan en verleent de subsidie ook niet meer aan aanvragers zonder grootverbruikersaansluiting.

Aan het feit dat appellante van haar adviseur had begrepen dat zij met twee kleinverbruikersaansluitingen ook voor de subsidie in aanmerking zou komen, kan appellante niet het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen dat verweerder ook in haar geval de subsidie zou verlenen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Anders dan in de hiervoor genoemde gevallen is appellante niet voorafgaand aan de subsidie-aanvraag een toezegging door verweerder gedaan. Beroep ongegrond.

 

ABRvS 31 juli 2019, zaak 201805854/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:2645

Hoger beroep vergunningverlening op basis van Wet beheer rijkswaterstaatwerken ten behoeve van aanpassing tankstation en bijbehorend terrein inclusief het plaatsen van een energielaadpunt.

Contact

Voor meer informatie over de inhoud van deze update of andere energiegerelateerde vragen, kunt u terecht bij onderstaande contactpersonen.



Loyens & Loeff Energie Update nr. 10 2019

De Energie Update is een uitgave van het Energy Team van Loyens & Loeff. lees meer

Wet- en regelgeving energie in Nederland, België en de EU – oktober 2019

Op de hoogte blijven? In dit overzicht zijn de voor de Nederlandse en Belgische energiesector relevante nationale (en eventueel ook Europese) wet- en regelgeving... lees meer
renewable energy solar power plant

Wet- en regelgeving energie in Nederland, België en de EU – augustus en september 2019

Op de hoogte blijven? In dit overzicht zijn de voor de Nederlandse en Belgische energiesector relevante nationale (en eventueel ook Europese) wet- en regelgeving... lees meer