You are here:
13 augustus 2019 / nieuws

Energie Update nr. 6/7 2019 Hof van Justitie EU | Gerecht

(periode juni en juli 2019)

De Energie Update is een uitgave van het Energy Team van Loyens & Loeff. Deze digitale update bevat een korte signalering van de voor de energiesector relevante nationale en Europese rechtspraak- en besluiten die in de hierboven aangegeven periode zijn gepubliceerd. De signaleringen bevatten tevens een hyperlink naar het brondocument.

NTB Energy article 4

Hof van Justitie EU | Gerecht

Arresten

Zaak C-682/17 – ExxonMobil Production Deutschland GmbH tegen Bundesrepublik Deutschland, 20 juni 2019
Kosteloze toewijzing broeikasgasemissierechten. Prejudiciële vragen naar aanleiding van een geschil tussen ExxonMobil Production Deutschland GmbH (hierna: “ExxonMobil”) en de Bundesrepublik Deutschland (Bondsrepubliek Duitsland) over een verzoek tot kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten (hierna: “emissierechten”) aan een aardgasbehandelingsinstallatie die onder meer wordt gebruikt voor zwavelterugwinning, in het kader waarvan de installatie, door verbranding van brandstof, elektriciteit en warmte opwekt en daarbij kooldioxide (CO2) in de atmosfeer uitstoot.

Zaken C-180/18, C‑286/18 en C‑287/18, Agrenergy Srl en Fusignano Due Srl / Ministero dello Sviluppo Economico (in tegenwoordigheid van Gestore dei servizi energetici (GSE) SpA), 11 juli 2019
Bedragen stimuleringsmaatregelen Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG. Prejudiciële vraag van de Consiglio di Stato (hoogste bestuursrechter, Italië) of artikel 3, lid 3, onder a), van richtlijn 2009/28, gelezen tegen de achtergrond van het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van de bescherming van het gewettigd vertrouwen, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale wetgeving als in de hoofdgedingen, op grond waarvan een lidstaat de eerder vastgestelde stimuleringstarieven voor met installaties voor fotovoltaïsche zonne-energie opgewekte energie mag verlagen of zelfs tot nul terugbrengen.

Zaak C-411/17, Inter-Environnement Wallonie asble, Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen vzw / Ministerraad (interveniënte: Electrabel SA), 29 juli 2019
De Belgische wet tot verlenging van de levensduur van de kerncentrales Doel 1 en Doel 2 is vastgesteld zonder dat de vereiste voorafgaande milieubeoordelingen zijn verricht.
Zie ook het persbericht van het Hof van Justitie EU (nr. 100/19) van 29 juli 2019

 

Conclusies

Conclusie A-G Hof van Justitie EU in de gevoegde zaken C-708/17 en C-725/17, ‘EVN Bulgaria Toplofikatsia’ EAD v Nikolina Stefanova Dimitrova en ‘Toplofikatsia Sofia’ EAD v Mitko Simeonov Dimitrov in bijzijn van ‘Termokomplekt’ OOD, 30 april 2019 ((nog) niet beschikbaar in de Nederlandse taal)
Kostenallocatie warmte in gebouwen en gebouwonderdelen (zoals een inpandig leidingnet), als ook gemeenschappelijke ruimtes die in mede-eigendom zijn van particuliere appartementseigenaren. Prejudiciële vragen over de verenigbaarheid Europees consumentenrecht en nationale (Bulgaarse) wetgeving betreffende de levering van thermische energie in gebouwen die in mede-eigendom zijn. In het bijzonder ziet de conclusie met name op de vraag of i) Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (hierna: ‘Richtlijn 2011/83’) nationale wetgeving uitsluit dat in gebouwen die in mede-eigendom zijn en voorzien worden van warmte via een warmtenetwerk, de (particuliere) mede-eigenaren verplicht zijn bij te dragen aan de kosten van verwarming van het gebouw, ook al hebben ze elk individueel niet ingestemd met de levering van warmte via een (stads)warmtenetwerk en als ze de warmte ook niet gebruiken in hun respectievelijke eigen appartementen; of ii) kosten die gebaseerd zijn op verwarmbaar volume van een appartement dat in eigendom is van de betreffende eigenaar in strijd zijn met bepalingen over het in rekening brengen van daadwerkelijk verbruik zoals opgenomen in de Richtlijn 2011/83 ongeacht de hoeveelheid warmte dat uiteindelijk afgegeven wordt in elk afzonderlijk appartement.

Conclusie A-G Hof van Justitie EU in de gevoegde zaken C‑80/18 tot en met C‑83/18, Asociación Española de la Industria Eléctrica (UNESA) (zaak C-80/18), Endesa Generación, SA (zaak C-82/18) / Administración General del Estado, Iberdrola Generación Nuclear SAU (zaken C-80/18 en C-82/18) en Endesa Generación, SA (zaak C-81/18), Iberdrola Generación Nuclear SAU (zaak C-83/18) / Administración General del Estado (zaken C-81/18 en C-83/18), 8 mei 2019
Prejudiciële vragen over heffingsbevoegdheid lidstaat van belastingen op de productie van verbruikte splijtstoffen, radioactieve afvalstoffen, ontstaan bij opwekking van kernenergie en de opslag daarvan.

Conclusie A-G Hof van Justitie EU in de zaak C‑68/18, SC Petrotel-Lukoil SA / Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală de Administrare a Marilor Contribuabili en Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală de Soluţionare a Contestaţiilor, 16 mei 2019
Prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van heffing accijns over energieproducten en elektriciteit door lidstaat Roemenië met de bepalingen van Richtlijn 2003/96 (betreffende energiebelastingen). Alexander Bosman heeft over deze conclusie een noot geschreven in het tijdschrift NLFiscaal (NLF 20919/1615).

Conclusie A-G Hof van Justitie EU in de zaak C-236/18, GDRF SA / Eni Gas & Power France SA, Direct énergie, Commission de régulation de l’énergie, Procureur général près la cour d’appel de Paris, 22 mei 2019 ((nog) niet beschikbaar in de Nederlandse taal)
Temporele werkingssfeer van door Franse geschilbeslechtingsautoriteit op te leggen voorzieningen onder Richtlijn 2009/73/EG. Onderhavige geschil tussen een distributienetbeheerder (hierna: ‘GDRF’) en twee energieleveranciers (hierna respectievelijk: ‘Eni’ en ‘Direct énergie’) over toepasselijke tarieven voor diensten die zijn geleverd door de energieleveranciers als een agent van de distributienetbeheerder.

De prejudiciële vraag opgeworpen door de Franse verwijzende rechter (‘Cour de cassation’) is of een voorziening zoals opgelegd bij besluit van de geschilbeslechtingsautoriteit in Frankrijk (‘Committee for the Settlement of Disputes and for Penalties’ (‘Cordis’)), dient te gelden vanaf het moment van inwerkingtreding van Richtlijn 2009/73/EG (per 3 maart 2011) of (eerder) vanaf het moment waarop de overeenkomsten tussen de distributienetbeheerder en de energieleveranciers gesloten zijn (respectievelijk 21 juni 2005 en 21 november 2008).

Conclusie A-G Hof van Justitie EU in de zaak C‑270/18, UPM France / Ministre de l’Action et des Comptes publics, 23 mei 2019
Belasting van energieproducten en elektriciteit. Overgangsrecht. UPM France voert met name aan dat zij op grond van artikel 14, lid 1, onder a), van richtlijn 2003/96/EG tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (hierna: ‘Richtlijn 2003/96’) recht heeft op teruggave van de belasting die zij heeft betaald over haar verbruik van aardgas in een warmte-krachtkoppelingsinstallatie, waarbij de in dat proces opgewekte elektriciteit voor eigen gebruik werd ingezet in een ander productieproces. Verzoek om uitleg van artikel 14, lid 1, onder a), en artikel 21, lid 5, derde alinea, van richtlijn 2003/96.

Conclusie A-G Hof van Justitie EU in de gevoegde zaken C-364/18 en C-365/18 – Eni SpA tegen Ministero dello Sviluppo Economico e.a. en Shell Italia E&P SpA tegen Ministero dello Sviluppo Economico e.a., 13 juni 2019
Berekening royalty’s exploratievergunningen. Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de produktie van koolwaterstoffen (hierna: Richtlijn 94/22). Eni SpA (hierna: “Eni”) en Shell Italia E&P SpA (hierna: “Shell”) zijn beide houder van concessies voor de winning van aardgas in Italië, die ook actief zijn op de groot- en kleinhandelsmarkt voor de distributie en verkoop van gas in deze lidstaat.

Beide ondernemingen zijn opgekomen tegen de Italiaanse autoriteiten in verband met het bedrag van de royalty’s die zij voor het jaar 2015 aan de Staat moeten betalen als tegenprestatie voor hun concessies. Specifiek verzoeken zij om nietigverklaring van het besluit van de Direzione generale per la sicurezza dell’approvvigionamento e le infrastrutture energetiche (directoraat-generaal energievoorzieningszekerheid en energie-infrastructuur) van 24 maart 2016 betreffende “decreto legislativo n. 625/96 alsook om nietigverklaring van de aan dat besluit ten grondslag liggende regelingen en besluiten.

Volgens verzoeksters is de handhaving van de QE-index als parameter voor de berekening van de royalty’s voor 2015 in strijd met de wet. In hun zienswijze moeten deze royalty’s worden berekend aan de hand van de Pfor-index (die is gekoppeld aan de gasprijs op de kortetermijnmarkt) en niet aan de hand van de QE-index (die gebaseerd is op de prijs van aardolie en andere brandstoffen op langere termijn).

Verzoeksters betogen dat de QE-index definitief is verlaten, wat de regeling van de tarieven op de beschermde markt betreft, en daarom ook niet meer mag worden gebruikt voor de berekening van de royalty’s. Zij pleiten voor toepassing van de nieuwe Pfor-index, die de toezichthoudende autoriteit juist heeft ingevoerd om ervoor te zorgen dat de marktprijs van aardgas wordt weerspiegeld.

De Tribunale amministrativo regionale per la Lombardia (bestuursrechter in eerste aanleg van de regio Lombardije, Italië) het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:
“Staan artikel 6, lid 1, en de zesde overweging van Richtlijn 94/22 in de weg aan een nationale regeling, in het bijzonder artikel 19, lid 5 bis, van wetsbesluit nr. 625 van 1996, die op grond van de uitlegging van de Consiglio di Stato in arrest nr. 290/2018 toestaat dat met het oog op de betaling van royalty’s de QE-parameter, die is gebaseerd op de prijs van aardolie en andere brandstoffen, wordt toegepast in plaats van de Pfor-index, die gekoppeld is aan de gasprijs op de kortetermijnmarkt?”.

Contact

Voor meer informatie over de inhoud van deze update of andere energiegerelateerde vragen, kunt u terecht bij onderstaande contactpersonen.



Wijziging btw-behandeling Garanties van Oorsprong

Vanaf 1 januari 2020 mag er over de levering van Garanties van Oorsprong aan ondernemers géén btw meer worden berekend. lees meer
A closer look at the commissions proposal for a recast renewable energy directive

Wet- en regelgeving energie in Nederland, België en de EU

Op de hoogte blijven? In dit overzicht zijn de voor de Nederlandse en Belgische energiesector relevante nationale (en eventueel ook Europese) wet- en regelgeving... lees meer

Loyens & Loeff Energie Update nr. 10 2019

De Energie Update is een uitgave van het Energy Team van Loyens & Loeff. lees meer