You are here:
18 maart 2020 / nieuws

Coronavirus | Fiscale noodmaatregelen bedrijfsleven

De Nederlandse noodmaatregelen ter ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven in het kader van het Coronavirus zijn de afgelopen periode vormgegeven.

Belangrijke maatregelen zijn:

  • Bijzonder uitstel van betaling voor de vennootschapsbelasting, de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de omzetbelasting, accijnzen en verbruiksbelastingen;
  • Herziening van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2020;
  • Tijdelijke verlaging van de invorderingsrente en de belastingrente van respectievelijk 4% en 8% naar 0,01%;
  • Tijdelijk uitstel van de heffing van energiebelasting voor bepaalde bedrijven;
  • Maatregelen ter versoepeling van de premiedifferentiatie; en
  • In te voeren nieuwe regeling voor werktijdverkorting, waaronder compensatie voor salariskosten tot maximaal 90% kan worden toegekend.

De aangekondigde maatregelen zijn voornamelijk in eerste instantie drie maanden van kracht. Deze periode wordt mogelijk verlengd.

Bijzonder uitstel van betaling en herziening voorlopige aanslag

Bijzonder uitstel van belasting en de herziening van voorlopige aanslagen zijn reeds bestaande regelingen, maar de voorwaarden voor de toepassing ervan worden tijdelijk versoepeld. Door de gelijktijdig aangekondigde verlaging van zowel de invorderingsrente als de belastingrente van respectievelijk 4% en 8% naar 0,01% op jaarbasis zijn deze regelingen aantrekkelijk voor bedrijven die in liquiditeitsproblemen terecht zijn gekomen.

Bijzonder uitstel van betaling

Bedrijven die in liquiditeitsproblemen komen door de gevolgen van het Coronavirus kunnen onder coulante voorwaarden bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor de vennootschapsbelasting, de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de omzetbelasting. Nadat de belastingplichtige aangifte heeft gedaan en de Belastingdienst een aanslag heeft opgelegd, kan het verzoek tot bijzonder uitstel van betaling bij de Belastingdienst worden ingediend. Volgens de Belastingdienst dient een verzoek om uitstel voor de loonbelasting en omzetbelasting te worden ingediend nadat de naheffingsaanslag is ontvangen.

De vereisten voor het uitstel zijn:

  • Het is voor de motivering van het verzoek voldoende als gemeld wordt dat het Coronavirus de oorzaak is voor de betalingsproblemen;
  • Uitstel van betaling wordt automatisch verleend voor een periode van drie maanden;
  • Er is geen verklaring van een derde-deskundige nodig voor dit uitstel van deze drie maanden; en
  • Een verzoek tot langer uitstel dan drie maanden is tevens mogelijk, maar de Belastingdienst zal in dat geval aanvullende informatie verzoeken, waaronder mogelijk een verklaring van een derde-deskundige.

Uitstel van betaling is ook mogelijk voor accijnzen en verbruiksbelasting. Voor dit uitstel gelden echter andere voorwaarden.

Hoewel het verzoek tot uitstel op grond van beleid door de Belastingdienst in een aantal gevallen ook wordt aangemerkt als een melding van betalingsonmacht, kan het vanwege de omkering van de bewijslast voor wat betreft bestuurdersaansprakelijkheid raadzaam zijn om de melding betalingsonmacht toch separaat aan de Belastingdienst te doen. Dit geldt voor de loonbelasting, de omzetbelasting, accijnzen en enkele andere indirecte belastingen.

We houden jullie op de hoogte indien deze maatregelen verder wijzigen.

Verlaging percentage invorderingsrente naar 0,01%

De invorderingsrente wordt verlaagd van 4% naar 0,01% op jaarbasis. Deze maatregel gaat op 23 maart in en zal gelden voor alle belastingschulden.

Geen betaalverzuimboete

De Belastingdienst zal daarnaast de komende tijd geen verzuimboete opleggen wegens het niet (tijdig) betalen van loonbelasting of omzetbelasting. Indien reeds een betaalverzuimboete is opgelegd, dan wordt deze teruggedraaid.

Herziening voorlopig aanslag 2020

Bedrijven die een lagere of hogere winst verwachten in 2020 door de economische gevolgen van het Coronavirus kunnen een verzoek indienen voor de aanpassing van de voorlopige aanslag vennootschaps- of inkomstenbelasting 2020. Indien het belastingbedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de afgelopen maanden reeds is betaald, dan zal het verschil worden terugbetaald.

Verlaging percentage belastingrente naar 0,01%

Voorts wordt, net als de invorderingsrente, ook de belastingrente tijdelijk verlaagd naar 0,01% op jaarbasis (momenteel 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor de overige belastingen). Het risico van belastingrente als gevolg van bijvoorbeeld een verkeerde inschatting van de belastbare winst is daardoor naar verwachting beperkt. De tijdelijke verlaging zal in gaan per 1 juni 2020 voor alle belastingen, behalve voor de inkomstenbelasting waarvoor deze zal gaan gelden per 1 juli 2020.

Uitstel heffing energiebelasting en Opslag Duurzame Energie- en klimaattransitie

De heffing van energiebelasting en Opslag Duurzame Energie- en klimaattransitie (ODE) wordt tijdelijk uitgesteld voor bedrijven met een verbruik van meer dan 10.000 kWh elektriciteit of 5.000 m3 gas op jaarbasis. Dit moet zorgen voor meer liquiditeit bij bedrijven die veel elektriciteit of gas afnemen, zoals de sierteelt. Aangezien de energiebelasting en ODE in beginsel worden geheven bij de energieleveranciers (en vervolgens doorbelast aan de afnemers), zal het kabinet in overleg treden met de energieleveranciers om te kijken hoe deze maatregel ook daadwerkelijk tot meer liquiditeit bij de afnemers kan leiden.

Maatregelen premiedifferentiatie

Per 1 januari 2020 betalen werkgevers een lage WW-premie voor vaste arbeidscontracten voor onbepaalde tijd en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. De lage WW-premie is alleen van toepassing indien de onbepaalde tijd schriftelijk is vastgelegd en ondertekend door werkgever en werknemer. Voor werknemers die reeds op 31 december 2019 voor onbepaalde tijd bij de werkgever in dienst waren, diende een en ander uiterlijk per 1 april 2020 schriftelijk te worden vastgelegd. Het kabinet verlengt deze termijn thans tot 1 juli 2020.

Daarnaast komt het kabinet met een tegemoetkoming voor gevallen waarin vaste werknemers in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt als gevolg van het Coronavirus. Zonder tegemoetkoming zou voor deze werknemers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie zijn verschuldigd. Het kabinet keurt nu goed dat voor deze werknemers de lage premie van toepassing blijft.

Nieuwe regeling werktijdverkorting

Per direct zal een nieuwe regeling (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud) de huidige regeling werktijdverkorting vervangen.

Een ondernemer die zich sinds 1 maart 2020 geconfronteerd ziet met een omzetverlies van minimaal 20% kan bij het UWV een loonkostensubsidie aanvragen (hierna: de Loonkostensubsidie). De Loonkostensubsidie compenseert de loonkosten tot maximaal 90%, afhankelijk van de omvang van het omzetverlies, voor een periode van 3 maanden, welke periode met nog eens maximaal 3 maanden verlengd kan worden (hierna: de Subsidieperiode). 

De Loonkostensubsidie is gerelateerd aan het verwachte omzetverlies. Het volgende voorbeeld is verstrekt ter illustratie:

  • 100% omzetverlies:       Loonkostensubsidie van 90% van de loonkosten
  • 50% omzetverlies:         Loonkostensubsidie van 45% van de loonkosten
  • 25% omzetverlies:         Loonkostensubsidie van 22,5% van de loonkosten.

Het is op dit moment nog niet duidelijk of de Loonkostensubsidie gemaximeerd zal zijn tot het maximum dagloon voor de socialezekerheidspremies zoals het UWV dat normaal gesproken doet bij het toekennen van een uitkering wegens langdurige ziekte of een uitkering op basis van de Werkloosheidswet. Momenteel is het maximum dagloon EUR 219,28 per dag of EUR 4.769,34 per maand.

Als een bedrijf al een aanvraag heeft gedaan voor de werktijdverkorting, dan zal deze aanvraag worden beschouwd als een aanvraag voor de Loonkostensubsidie. Wel zal bij deze bedrijven aanvullende informatie worden opgevraagd.

Het UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel blijven doorbetalen onder de voorwaarde dat tijdens de Subsidieperiode geen werknemers worden ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen. Dit moet de werkgever verklaren bij de aanvraag van de Loonkostensubsidie.

De Loonkostensubsidie kan ook aangevraagd worden met betrekking tot tijdelijke krachten mits deze in dienst blijven gedurende de Subsidieperiode. Ook uitzendbureaus komen in aanmerking voor de Loonkostensubsidie. Voor grote aanvragen zal een accountantsverklaring vereist zijn.

Download hier de pdf-versie



Derde wijziging van de NOW en verlenging van de NOW

Op 20 mei 2020 heeft de minister bij Kamerbrief de derde wijziging van de huidige NOW (NOW 1.0) bekend gemaakt. Ook heeft de minister bij Kamerbrief bekend gemaakt... lees meer

Btw-tegenvaller voor projectontwikkelaars

De Hoge Raad heeft op 15 mei 2020 een voor de vastgoedpraktijk belangrijk arrest gewezen. lees meer

Pensioenfonds met CDC-pensioenregeling

Geen btw-vrijstelling als vermogensbeheerdiensten worden verricht aan een ondernemingspensioenfonds dat een CDC-pensioenregeling uitvoert. lees meer