Loyens & Loeff
Datum
30-11-2018

BenefitsBit: Invoering nieuwe Wet DBA uitgesteld naar 2021

 

Employment law & payroll taxes

 

 

Minister Koolmees heeft op 26 november jl. aan de Kamer een brief geschreven over de stand van zaken met betrekking tot de Wet DBA. De beoogde inwerkingtreding van de opvolger van de Wet DBA schuift met één jaar op naar 1 januari 2021. In het regeerakkoord van eind 2017 waren de plannen om de Wet DBA te vervangen aangekondigd. De regering vindt nieuwe maatregelen nodig om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en de huidige regelgeving te verduidelijken voor opdrachtgevers. In de Kamerbrief van 26 november j.l. bespreekt de minister de voortgang die geboekt is. Het gaat om de volgende vier maatregelen, in volgorde van verwachte inwerkingtreding:

 

Verduidelijking gezagscriterium (1 januari 2019)

Het kabinet wil opdrachtgevers meer inzicht geven in wat er verstaan wordt onder ‘gezag’. Dit is een van de grote knelpunten bij de beoordeling of een persoon wel of geen dienstbetrekking heeft. De regering heeft een uitleg van acht pagina’s gepubliceerd die op uiterlijk 1 januari 2019 toegevoegd wordt als bijlage bij de Handleiding Loonheffingen van de Belastingdienst. De uitleg geeft de inzichten weer die gelden op grond van het huidige recht en de stand van de jurisprudentie. In die zin is de toevoeging aan de Handleiding niets nieuws. De uitleg kan voor opdrachtgevers wel meer duidelijkheid geven. Het is belangrijk voor opdrachtgevers om ondanks de opschorting van de handhaving van de huidige Wet DBA hun zaken goed op orde te hebben. De Belastingdienst handhaaft immers sinds 1 juli 2018 op alle gevallen van kwaadwillendheid gedurende de tijd dat handhaving van de huidige Wet DBA is opgeschort (zie onze eerdere nieuwsbrief voor meer informatie over de handhaving). In de Kamerbrief d.d. 26 november j.l. geeft de regering aan dat de Belastingdienst al gestart is met de bedrijfsbezoeken aan opdrachtgevers. Naast deze bedrijfsbezoeken door de Belastingdienst, kan dit onderwerp ook meegenomen worden tijdens reguliere controles loonheffingen of tijdens risicogericht toezicht op naleving van arbeidswetgeving door de Inspectie SZW.

 

Opdrachtgeversverklaring (eind 2019)

De regering werkt aan een webmodule die het voor opdrachtgevers mogelijk gaat maken een opdrachtgeversverklaring te verkrijgen als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Door de opdrachtgeversverklaring krijgt de opdrachtgever vooraf zekerheid van vrijwaring van loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet. Dat geldt niet als blijkt dat er in de praktijk anders wordt gewerkt dan vooraf is aangegeven in de webmodule. Er kan dan toch sprake kan zijn van een dienstbetrekking, met de fiscaal- en arbeidsrechtelijke gevolgen van dien. Verder geeft de regering aan dat de webmodule geen opdrachtgeversverklaring zou afgeven voor gevallen waarin op basis van de vragenlijst geen conclusie getrokken kan worden, en dat vooroverleg met de Belastingdienst mogelijk zou blijven. De regering is van plan om de webmodule eind 2019 gereed te hebben. In de zomer van 2019 volgt een update.

 

Opt-out voor zzp’ers met hoog uurtarief (1 januari 2021)

Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er voor zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een opt-out van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Dit biedt opdrachtgevers de zekerheid dat ze niet achteraf worden geconfronteerd met naheffingen. De opt-out regeling wordt momenteel verder uitgewerkt, zie daarvoor de bijlage bij de Kamerbrief en het SEO-onderzoek dat ook is toegevoegd. Het lijkt erop dat de opt-out mogelijkheid zal gelden voor zzp’ers met een uurtarief van €75,- of hoger. De bedoeling is dat deze wetgeving op 1 januari 2021 van kracht wordt.

 

Maatregelen ter bescherming van zzp’ers onderkant (1 januari 2021)

Een van de maatregelen waar nog het minste duidelijkheid over is, betreft de maatregelen die als doel hebben om de onderkant van de zzp-markt, de kwetsbare laagbetaalde zelfstandigen, te beschermen. De regering wil het onmogelijk maken om langdurig (langer dan 3 maanden) zelfstandigen in te huren tegen een laag tarief. Als dat toch gebeurt, wordt voorgesteld dat de overeenkomst van opdracht vanzelf wordt omgezet naar een arbeidsovereenkomst. Dit is echter volgens de Europese Commissie in strijd met het EU-recht. Het kabinet gaat daarom nu kijken naar alternatieven, zoals een minimumtarief voor zzp’ers.

 

Meer informatie? Neem gerust contact op met Edith Franssen, Ralph Ferouge of uw vaste Loyens & Loeff adviseur.

 

 edith.franssen@loyensloeff.com+31 10 224 64 53

 ralph.ferouge@loyensloeff.com+31 20 578 56 01

 

 

Volg onze Showcase Page op LinkedIn voor updates en meer BenefitsBits.