Loyens & Loeff
Date
12-06-2019

EnergyBit: Klimaat Update

 

Renewables

 

In deze EnergyBit schetsen we kort wat er in de afgelopen drie maanden aan wetsvoorstellen en wetgeving is gepubliceerd op het gebied van klimaatbeleid.

 

Wetsvoorstel minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking ingediend bij de Tweede Kamer

Op 4 juni 2019 hebben de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van EZK het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet belastingen milieugrondslag (Wbm) en de Wet milieubeheer voor de invoering van een minimum CO2-prijs bij elektriciteitsopwekking (hierna: “het wetsvoorstel”). De regering had al de wens uitgesproken om uitstoot van CO2 voor kolencentrales te gaan beprijzen (zie ook het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van oktober 2017). Vorig jaar zomer is het concept wetsvoorstel geconsulteerd.

Het wetsvoorstel introduceert in het kort een CO2-belasting voor elektriciteitsproducenten (door middel van fossiele brandstoffen) naast het bestaande EU Emissiehandelssysteem (hierna: ‘EU ETS’). Dit wetsvoorstel is naast de overige in deze update opgenomen wetsvoorstellen en het wetsvoorstel ‘Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie’ (Kamerdossier 35 167)) een nieuwe loot om CO2-uitstoot te verminderen.

Hieronder worden belangrijkste punten uitgelicht.

Wie is de belastingplichtige?
Zoals hiervoor al is aangegeven, worden in het wetsvoorstel de elektriciteit producerende bedrijven (dit betreffen niet per sé alleen de energiecentrales, maar ook andere industrie waar elektriciteit wordt geproduceerd) bedoeld die tevens meedoen aan de EU ETS. Daarbij gaat het om producenten/industrie die gebruik maken van brandstof- en/of grondstofverbruik dat leidt tot CO2-uitstoot. Bedrijven die elektriciteit produceren via wind- en/of zonne- en/of andere vormen van duurzame energie vallen hier, vanzelfsprekend, buiten.

Hoe wordt de CO2-belasting berekend?
De minimum CO2-prijs is onderdeel van deze nieuwe belastingmaatregel (ingevoegd als een nieuw hoofdstuk in de Wbm) en is een extra bedrag per ton CO2-equivalent uitstoot indien de gestelde minimumprijs hoger ligt dan de EU ETS-prijs. Dit verschil is de te heffen CO2-belasting.  

Zoals ook in de Memorie van Toelichting is opgenomen:

In de memorie van toelichting wordt de minimum CO2-prijs per 1 januari 2020 (dit is de gewenste inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel) op EUR 12,30 gesteld tegen een verwachte EU ETS-prijs van EUR 20,50. Deze bedragen lopen jaarlijks op tot EUR 31,90 in 2030 voor de minimum CO2-prijs en EUR 46,30 voor de verwachte EU ETS-prijs per uitstoot CO2-equivalent. Bij deze ETS-prijzen zou derhalve geen CO2-heffing geheven worden.

De ‘termijnkoers van het broeikasgasemissierecht’ of zoals in de Memorie van Toelichting staat: de verwachte EU ETS-prijs, wordt berekend op basis van de december future (gekeken wordt naar een periode van twee maanden: september en oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar van aangifte).

Verplichtingen voor belastingplichtige bedrijven
Het wetsvoorstel creëert een verplichting voor elektriciteitproducenten de CO2-uitstoot te monitoren en dit door middel van een jaarlijks ‘elektriciteitsmonitoringsplan’ ter goedkeuring door te geven aan de Nederlandse Emissieautoriteit (hierna: NEa). Door middel van dit plan wordt ook de ‘elektriciteitsjaarvracht’ bepaald (een nieuwe definitie in de Wbm dat inhoudt: de totale uitstoot van broeikasgas in een kalenderjaar als gevolg van de opwekking van elektriciteit).

Een monitoringsverplichting bestaat al onder de EU ETS en belastingplichtige bedrijven mogen de EU ETS rapportage als basis nemen, alleen moet er nog wel een specificatie worden opgenomen ten aanzien van de uitstoot van CO2 bij de opwekking van elektriciteit.

Naast het aanleveren van een elektriciteitsmonitoringsplan is de belastingplichtige ook verplicht om een elektriciteitsemissieverslag te overleggen waarin verslag wordt gedaan van de monitoring en waarin moet worden aangegeven hoe groot i) de CO2-emissies zijn die zijn ontstaan als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen en ii) de emissies ontstaan bij processen die samenhangen met de elektriciteitsopwekking waarbij rookgasreiniging als voorbeeld in de Memorie van Toelichting wordt genoemd. De vereisten aan een elektriciteitsemissieverslag worden in een algemene maatregel van bestuur (‘AMvB’) nader geregeld.

Het elektriciteitsmonitoringsplan en elektriciteitsemissieverslag hoeven niet te worden opgesteld als het tarief nihil is (i.e., als de EU ETS prijs hoger is dan de minimum CO2-prijs).

Bevoegdheden NEa
De NEa kan het elektriciteitsmonitoringsplan afkeuren als het plan niet voldoet aan de door het bestuur van de NEa gestelde eisen. Ook kan de NEa ambtshalve de elektriciteitsvracht vast stellen. Hiertegen kan in bezwaar en beroep worden gegaan.

Opmerkelijk is dat niet de Rijksbelastingdienst over de heffing en invordering van de belasting zal gaan (op advies van de Raad van State), maar de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit. De Staatssecretaris van Financiën gaf op dit punt in zijn nader rapport bij dit wetsvoorstel onder meer aan dat het in dit geval een voordeel is als de uitvoering van deze belastingmaatregel bij één uitvoeringsorganisatie ligt, waar reeds ervaring aanwezig is met betrekking tot de processen.

Wat gebeurt er als de EU ETS-prijs hoger ligt dan de wettelijke minimum CO2-prijs?
In de Memorie van Toelichting wordt expliciet en herhaaldelijk aangegeven dat belastingplichtige bedrijven in dat geval geen belastingvoordeel krijgen. Daarnaast vervallen de verplichtingen voor het opstellen van een elektriciteitsmonitoringsplan en het elektriciteitsemissieverslag.

Bijzondere gevallen
In het wetsvoorstel worden ook nog een drietal specifieke situaties beschreven, waar ofwel een nadere toelichting ofwel een uitzondering op de CO2-belasting gaat gelden:

  1. Bij warmtekrachtkoppeling (‘WKK’) is sprake van een elektriciteitsopwekkingselement en een warmteopwekkingselement. Het wetsvoorstel sluit in dit geval aan bij (lagere) regelgeving onder de Wet milieubeheer (Wm) om het elektriciteitsdeel.
  2. Ook bij restgassen wordt aansluiting gezocht bij (lagere) regelgeving onder de Wm om de belastbare emissie vast te stellen.
  3. CO2-uitstoot bij noodstroomaggregaten zijn uitgezonderd van CO2-belasting als het inrichtingen betreffen waarin uitsluitend elektriciteit wordt opgewekt door middel van noodstroomaggregaten en die jaarlijks minder dan 50 uren worden gebruikt.

Wijzigingen met betrekking tot de Wm
Tot slot, worden voor de monitoring van CO2-uitstoot, de rapportageverplichtingen, nadere definities en nieuwe bevoegdheden van de NEa in dit wetsvoorstel ook nog nadere wijzigingen en aanvullingen voorgesteld met betrekking tot de Wm.

Afwachten is nu hoe dit wetsvoorstel door de Tweede respectievelijk Eerste Kamer zal worden behandeld.

Klik hier voor alle Kamerstukken in het Kamerdossier 35 216.

 

Wetsvoorstel implementatie Wijzigingsrichtlijn EU ETS

Het hiervoor gesignaleerde wetsvoorstel minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking heeft ook betrekking op een ander wetsvoorstel tot wijziging van de Wm. Het betreft het op 11 april 2019 ingediende voorstel tot Wijziging van de Wet milieubeheer ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/410 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen en van Besluit (EU) 2015/1814 (PbEU L 76). De EU richtlijn 2018/410 (die geldt voor de EU ETS periode 2021-2030) moet ervoor zorgen dat de sectoren, die onder het EU ETS vallen, in 2030 hun CO2-uitstoot met 43% hebben verminderd (vergeleken met de niveaus in 2005). Het overschot aan emissierechten wordt daarbij gestaag verminderd met 2,2% per jaar vanaf 2021 (vergeleken met de 1,74% vermindering op dit moment). De herziening draagt bij aan een versterking van het huidige handelssysteem (o.a. via een verbetering ‘cap and trade’-systeem; en een “houdbaarheidsdatum" van per 1 januari 2021 uitgegeven emissierechten).

In Nederland is de handel in broeikasgasemissierechten geregeld in hoofdstuk 16 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm). Dit hoofdstuk (evenals het onderliggende Besluit (en Regeling) handel in emissierechten) zal naar aanleiding van het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn overeenkomstig worden aangepast. Ook wordt in het wetsvoorstel verwerkt hoe zal worden omgegaan met het risico op koolstoflekkage naar derde landen (door middel van kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten). Ook wordt rekening gehouden met het op termijn overgaan van dit hoofdstuk uit de Wm naar de Omgevingswet (inwerkingtreding per 1 januari 2021).

Een voorbeeld van een dergelijke aanpassing is dat in het wetsvoorstel wordt uitgegaan van het begrip “broeikasgasinstallatie” in plaats van het huidige begrip “inrichting” (zie art. 1.1, lid 1, Wm) overeenkomstig het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet (ligt op dit moment ter behandeling bij de Eerste Kamer).

Klik hier voor alle Kamerstukken in het Kamerdossier 35 190.

 

Overig Klimaatnieuws: Eerste Kamer keurt wetsvoorstel Klimaatwet goed

De Klimaatwet is een kaderwet dat vooral is bedoeld voor de overheid om bestendig klimaatbeleid te maken en daar verantwoordelijk voor te kunnen worden gehouden (anders dan via een gerechtelijke procedure zoals de wel bekende ‘Urgenda’-zaak), met als doel het onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van broeikasgasemissies in Nederland. Gestreefd dient te worden naar:

  • het behalen van 49% uitstootreductie in 2030;
  • en 95% reductie van broeikasgasemissies in 2050 (beide percentages ten opzichte van 1990);
  • en naar een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

De reductiedoelstelling is een aanscherping op de verplichtingen op internationaal en EU-niveau (uitgangspunt is 40% emissie reductie in 2030 en 80% in 2050 (Overeenkomst van Parijs), zie ook onze signalering hiervoor over het wetsvoorstel ter implementatie van de EU richtlijn bevordering kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen).

Dit wetsvoorstel is op 28 mei 2019 door de Eerste Kamer aangenomen. Het Koninklijk Besluit waarin de inwerkingtredingsdatum van de wet wordt geregeld, is op het moment van schrijven nog niet gepubliceerd.  

Klik hier voor alle Kamerstukken in het Kamerdossier 34 534.

 

 

Volg onze Showcase Page op LinkedIn om ook daar op de hoogte gehouden te worden van nieuwe EnergyBits.

Spécialité