Loyens & Loeff
Date
22-03-2018

Akkoord inzake hervorming Vlaamse erfbelasting – vervolg

In onze nieuwsbrief van 1 maart 2018 werd melding gemaakt van de hoofdlijnen van het akkoord van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 inzake de hervorming van de Vlaamse erfbelasting.

Met de hervorming beoogt de Vlaamse Regering om de erfbelasting in lijn te brengen met het nieuwe erfrecht dat per 1 september 2018 in werking zal treden.

Inmiddels zijn er uitgewerkte ontwerpteksten beschikbaar. Hieronder lichten wij de voornaamste punten (die nog niet aan bod kwamen in de vorige nieuwsbrief) kort toe. Ook verduidelijken wij op grond van de beschikbare teksten bepaalde onderdelen uit de vorige nieuwsbrief.

  1. Het nieuwe erfrecht voorziet dat de langstlevende het vruchtgebruik voortzet dat door de eerststervende bij een schenking werd voorbehouden. Deze voortzetting zal niet leiden tot een vrijstelling van Vlaamse erfbelasting over het vruchtgebruik.
  2. De hervormde Vlaamse erfbelasting voorziet in een nieuwe standaardvrijstelling tussen echtgenoten en partners voor de eerste schijf van 50.000 EUR roerend goed.
  3. Het nieuwe erfrecht maakt het mogelijk de verdeling van een toekomstige nalatenschap reeds bij leven te regelen en daarover met de toekomstige erfgenamen een overeenkomst te sluiten. Dergelijke erfovereenkomst wordt aan strikte voorwaarden onderworpen en moet worden afgesloten voor notaris. In veel gevallen zullen eerder gedane schenkingen in de overeenkomst worden opgenomen. Dergelijke opname zal niet leiden tot heffing van schenkbelasting volgens het nieuwe ontwerpdecreet.
  4. Het nieuwe erfrecht promoot de erfenissprong. Het ontwerpdecreet inzake erfbelasting maakt een gedeeltelijke erfenissprong mogelijk. In feite gaat het om een schenking door de erfgenaam aan de volgende generatie. Deze schenking wordt vrijgesteld van schenkbelasting.

 

1.  Het voortgezet vruchtgebruik

 

Bij overlijden van een van de echtgenoten, zal de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik dat de eerststervende zich bij een schenking had voorbehouden, in principe voortzetten. Voorwaarde is dat de langstlevende echtgenoot op het ogenblik van de schenking met voorbehoud van vruchtgebruik reeds met de schenker was gehuwd.

Dit voortgezet vruchtgebruik komt eveneens, zij het beperkt, toe aan de langstlevende wettelijk samenwonende partner. Indien een van de wettelijk samenwonenden is overgegaan tot een schenking waaronder de gezinswoning en de huisraad en zich hierbij het vruchtgebruik heeft voorbehouden, zal de langstlevende wettelijk samenwonende partner enkel het vruchtgebruik met betrekking tot de gezinswoning en de huisraad kunnen voortzetten.

Net zoals bij echtgenoten, bestaat deze mogelijkheid enkel wanneer de schenking door de eerststervende werd gedaan op het ogenblik dat beide personen reeds een verklaring van wettelijke samenwoning hadden afgelegd.

In de Vlaamse Codex Fiscaliteit wordt bepaald dat de langstlevende echtgenoot en de langstlevende wettelijk samenwonende partner op het ogenblik van de verkrijging van het vruchtgebruik erfbelasting verschuldigd zijn. De langstlevende echtgenoot en partner kunnen uiteraard aan het vruchtgebruik verzaken, er kan dan geen erfbelasting worden geheven.

 

2.  De nieuwe vrijstellingen

 

De hervorming voorziet in een nieuwe standaardvrijstelling tussen echtgenoten en partners. De ontwerpteksten maken duidelijk dat het gaat om 50.000 EUR op de eerste schijf van de roerende goederen. Dit is een besparing van 1.500 EUR.

Een nieuwe vrijstelling wordt ook ingevoerd voor zij die volle wees worden en jonger zijn dan 21 jaar. Deze vrijstelling bedraagt 75.000 EUR op de laagste schijven van de roerende goederen, wat neerkomt op een besparing van 3.750 EUR.

 

3. De vermelding van de niet-geregistreerde schenkingen in een erfovereenkomst

 

Het nieuwe erfrecht maakt het mogelijk om bij leven erfovereenkomsten te sluiten. Een toekomstig erflater/ ouder kan reeds bij leven de verdeling van zijn nalatenschap met zijn toekomstige erfgenamen/ kinderen regelen. De voorwaarden zijn strikt. De overeenkomst moet in een notariële akte worden opgenomen. Uiteraard kunnen reeds gedane schenkingen in de regeling worden meegenomen. De schenkingen kunnen zijn gedaan zonder schenkbelasting meer dan drie jaar voor de overeenkomst.

De vrees was dat de opname van de schenkingen in de notariële erfovereenkomst alsnog tot heffing van schenkbelasting zou leiden. Het ontwerpdecreet bepaalt dat er in principe geen schenkbelasting zal worden geheven over de schenkingen die in de erfovereenkomst worden vermeld, tenzij partijen uitdrukkelijk anders bepalen.

Partijen kunnen een reden hebben om toch voor de heffing van schenkbelasting te opteren als de niet-geregistreerde schenkingen nog geen drie jaar oud zijn en de toekomstige erflater niet in goede gezondheid verkeert.

 

4.   De uitwerking van de gedeeltelijke vrijwillige erfenissprong

 

Het nieuwe erfrecht promoot ook de erfenissprong. Het is de beslissing van het kind van de erflater om zijn erfenis door te geven aan de volgende generatie en niet de beslissing van de erflater.

Reeds eind 2017 werd de Vlaamse erfbelasting aangepast in die zin dat de Vlaamse fiscus de beslissing volgt en de erfbelasting berekent in hoofde van de volgende generatie. Wij hernemen het voorbeeld uit onze vorige nieuwsbrief. Wanneer een enige zoon de nalatenschap van 1.000.000 EUR roerende goederen van zijn vader aanvaardt, moet hij 222.000 EUR erfbelasting betalen. Wanneer de zoon afstand doet van de nalatenschap van zijn vader en zijn vier kinderen laat erven van hun grootvader, betalen de vier kinderen elk 19.500 EUR of samen 78.000 EUR. Door de verwerping wordt 144.000 EUR bespaard.

De erfenissprong of generatiesprong is tot nu toe een ‘alles of niets-verhaal’. Het kind aanvaardt volledig of verwerpt volledig.

Het nieuwe ontwerpdecreet lanceert de gedeeltelijke erfenissprong.

De gedeeltelijke erfenissprong gaat uit van een aanvaarding door de erfgenaam die vervolgens één jaar de tijd heeft om wat hij geërfd heeft belastingvrij door te schenken. Vooreerst moet de aanvaardende erfgenaam zelf de verschuldigde erfbelasting betalen. In het voorbeeld hierboven bedraagt de erfbelasting over een erfenis van 1.000.000 EUR, 222.000 EUR. Vervolgens kan de erfgenaam een doorschenking doen (voor notaris) voor de gehele erfenis of voor een deel. In het voorbeeld beslist de enige zoon een deel van zijn erfenis (1/5de of 200.000 EUR) te behouden en een deel (4/5de of 800.000 EUR) over te dragen aan zijn vier kinderen. Over de opvolgende overdracht binnen het jaar van 800.000 EUR aan zijn vier kinderen (aan ieder kind 200.000 EUR) is geen schenkbelasting verschuldigd. Er is een besparing van 24.000 EUR schenkbelasting.

De maximale besparing aan schenkbelasting is gelijk aan de betaalde erfbelasting.

Deze gedeeltelijke erfenissprong is vooral interessant voor wie erft en reeds eigen vermogen heeft opgebouwd. Ook biedt de gedeeltelijke erfenissprong uitgelezen kansen voor de onbelaste overdracht van geërfd onroerend goed naar de volgende generatie, mits binnen de termijn van één jaar en voor zover het onroerend goed deel uitmaakte van de nalatenschap van de erflater.

Tenslotte kan ook de langstlevende echtgenoot van de gedeeltelijke erfenissprong gebruik maken en zo een deel van zijn aandeel in de nalatenschap van de eerststervende onbelast aan de kinderen doorgeven.

De gedeeltelijke erfenissprong zal van toepassing zijn op overlijdens vanaf 1 september 2018.