Loyens & Loeff

Terugblik op het Havenseminar 2018 “Fraude en Risicomanagement in de haven

Location

Loyens & Loeff Rotterdam

Blaak 31, 3011 GA Amsterdam

Date
Starts : 15-11-2018

Het Havenseminar 2018, dat in het teken stond van fraude en risicomanagement werd geopend door Jurriaan van der Stok (partner bij Loyens & Loeff). Vervolgens heette Bas Janssen (directeur van Deltalinqs) alle aanwezigen welkom. Hij wees daarbij kort op de collectieve en individuele verantwoordelijkheid die compliance met zich meebrengt voor ondernemingen in de havensector. Bij voorkeur wordt in de haven op een Rotterdamse manier met deze verantwoordelijkheid omgegaan: geen woorden maar daden. Vervolgens was het woord aan de verschillende keynote speakers.

Hans van der Vlist – Algemeen Directeur van de FIOD

Van der Vlist onderstreepte in zijn presentatie dat 23% van de internationale geldstromen via Nederland verloopt. Dit heeft Nederland onder meer te danken aan zijn infrastructuur en verdragennetwerk. De keerzijde is dat Nederland hiermee ook malafide geldstromen aantrekt. De FIOD heeft in de afgelopen jaren haar strategie voor de bestrijding van financiële fraude en belastingfraude veranderd. Waar voorheen onderzoek werd gedaan naar specifieke incidenten, wordt nu gefocust op het leveren van een bijdrage aan compliance (zogenaamde “impact & effect”). De FIOD richt zich daarbij op hen die fraude faciliteren. Waar het alsnog fout gaat, zet de FIOD in op financieel rechtsherstel.

Van der Vlist constateerde dat de balans tussen compliance en commercie een dilemma oplevert voor ondernemingen. Compliance brengt immers kosten met zich en kan zelfs ten koste gaan van handel. Ondernemingen dienen dus een afweging te maken in in hoeverre zij het risico willen nemen niet compliant te zijn. Van der Vlist gaf in dit kader aan dat dit niet betekent dat alle risico’s kunnen worden afgedekt. Het wordt echter problematisch als de flexibiliteit van het compliancebeleid uw onderneming aantrekkelijk maakt voor criminelen.

Van der Vlist nam de stelling in dat fraude ook bij havenbedrijven speelt en dat zij hier forse risico’s lopen. Internationalisering en digitalisering maken de havensector kwetsbaar. De bestrijding van fraude vraagt om een gezamenlijke inzet. Van der Vlist sloot af met de opmerking dat hij een voorstander is van het bevorderen van samenwerking tussen de private en de publieke sector in het kader van de bestrijding van fraude in de Rotterdamse haven.

Sietze Hepkema – Chief Governance and Compliance Officer SBM Offshore

Hepkema vertelde in een interview met Susanne van Breukelen (advocaat in de Litigation & Risk Management praktijkgroep van Loyens & Loeff) over zijn ervaringen met fraude en risicomanagement. In 2012 is bij SBM Offshore het vermoeden ontstaan dat enkele van hun agenten steekpenningen hadden betaald. Deze vermoedens zijn voor SBM Offshore aanleiding geweest om zich te melden bij de autoriteiten, wat heeft geleid tot verschillende onderzoeken en uiteindelijk een schikking met het OM.

Hepkema benadrukt het belang van een goed bedrijfscultuur. Een onderneming kan niet volstaan met het publiceren van een code of conduct op haar website. De gedragsregels zullen ook breed moeten worden gedragen binnen de onderneming. Daarnaast kan een onderneming ervoor kiezen om zaken te doen door commitment te tonen in het bronland, bijvoorbeeld in de vorm van het faciliteren van opleidingen en het leveren van een bijdrage aan de infrastructuur.  

Bart Schmitz – Corruptie-Officier van Justitie

Schmitz begon zijn betoog met een toelichting van wat corruptie precies omvat en wanneer dit strafbaar is. Corruptie wordt gedefinieerd als het (aanzetten tot) misbruik van toegekende bevoegdheden of macht voor persoonlijk gewin. Juridisch gezien maakt hij onderscheid in actieve corruptie (het omkopen van een ander) ten opzichte van passieve corruptie (het aannemen of vragen om steekpenningen) en ambtelijke corruptie (het omkopen van ambtenaren of rechters) ten opzichte van niet-ambtelijke corruptie (het omkopen van werknemers en bestuurders).

Bepaalde sectoren zijn extra gevoelig voor corruptie. In de haven gaat het dan bijvoorbeeld om de tradingsector, de offshoresector, de watermanagementsector en scheepsbouwsector. Zeker indien zaken wordt gedaan in of met landen die laag scoren op de corruptie perceptie index van Transparency International en er met tussenpersonen (agenten) gewerkt wordt, is sprake van een verhoogd risico op buitenlandse ambtelijke corruptie – het (indirect) betalen van steekpenningen aan buitenlandse ambtenaren in ruil voor het verkrijgen van opdrachten.

Nederland is op dit moment bezig met een inhaalslag voor wat betreft corruptiebestrijding. Zo is er een speciaal anti corruptiecentrum (ACC) bij de FIOD opgericht en zijn er gespecialiseerde corruptie-officieren van justitie. Met de focus op de corruptiebestrijding wil men een zogenaamd level playing field creëren waarbij sprake is van eerlijke concurrentie en de samenleving het beste product voor de beste prijs krijgt. Ook wordt zo de ondermijning van de integriteit van (buitenlandse) overheden bestreden. Extra nadruk legt Schmitz op het feit dat corruptiebestrijding prijsopdrijving tegen moet gaan, omdat corruptie tot gevolg heeft dat burgers daar uiteindelijk de rekening voor betalen.

Schmitz legt uit dat het opdracht geven tot of feitelijk leidinggeven aan verboden gedrag van rechtspersonen ook strafbaar is en dat dit kan leiden tot de vervolging van individuen, zoals bestuurders. Van feitelijk leidinggeven is bijvoorbeeld sprake wanneer een businessmodel wordt gecreëerd of in stand wordt gehouden dat het corruptierisico bevordert. Tot slot gaat Schmitz nog in op het belang van het doen van intern onderzoek indien binnen de onderneming signalen van onrechtmatig gedrag bestaan, en het vrijwillig melden daarvan aan de autoriteiten, waaronder het Openbaar Ministerie.

Offices
Expertise