You are here:
19 juli 2021 / nieuws

Hof van Justitie zegt dat hoofddoekenverbod niet discriminerend is

Na het vonnis van de Arbeidsrechtbank van Brussel van 3 mei 2021, waarin de MIVB/STIB werd veroordeeld tot het beëindigen van haar neutraliteitsbeleid wegens discriminatie op grond van geloofsovertuiging en geslacht, heeft ook het Hof van Justitie van de Europese Unie zich over een gelijkaardige zaak uitgesproken.

EU Court of Justice says headscarf ban is not discriminatory

Dit artikel is eveneens beschikbaar in het Engels en Frans.

Een Duitse vereniging die kinderdagverblijven exploiteert, verbiedt haar werknemers om op de werkplek zichtbare tekens van politieke, filosofische of religieuze overtuiging te dragen bij contacten met ouders of kinderen.

Een onderneming die een drogisterijketen exploiteert in Duitsland, verbiedt haar werknemers om op de werkplek grote, opvallende politieke, filosofische of religieuze tekens te dragen.

Twee werkneemsters uit bovengenoemde ondernemingen, de ene werkzaam als orthopedagogisch verzorgster en de andere als verkoopadviseur en kassière, werden verboden een hoofddoek te dragen op de werkplek op grond van het genoemde neutraliteitsbeleid.

Zij besloten beide zaken aanhangig te maken bij het Hof van Justitie.

Uitspraak van het Europees Hof van Justitie

Het Hof van Justitie van de EU heeft geoordeeld dat een dergelijk neutraliteitsbeleid geen directe of indirecte discriminatie vormt indien:

  • Het beleid op een algemene en niet-gedifferentieerde wijze wordt toegepast.
  • Dit verschil in behandeling kan worden gerechtvaardigd door de wens van de werkgever om een beleid van politieke, filosofische en religieuze neutraliteit ten aanzien van klanten of gebruikers te voeren, op voorwaarde dat
    • ten eerste, het beleid beantwoordt aan een werkelijke behoefte van de werkgever, hetgeen hij dient aan te tonen aan de hand van onder meer de legitieme verwachtingen van zijn klanten of gebruikers en de nadelige gevolgen die hij, gezien de aard of de context van zijn activiteiten, zonder dat beleid zou ondervinden;
    • ten tweede, het verschil in behandeling geschikt is om een goede toepassing van het neutraliteitsbeleid te verzekeren, wat veronderstelt dat het beleid coherent en systematisch wordt nagestreefd; en
    • ten derde, het verbod niet verder gaat dan strikt noodzakelijk is gezien de ware omvang en ernst van de nadelige gevolgen die de werkgever met het verbod tracht te vermijden.
  • Het verbod geldt voor elke zichtbare uitingsvorm van politieke, levensbeschouwelijke of religieuze overtuiging.

Ten slotte kunnen nationale bepalingen die de godsdienstvrijheid beschermen, als gunstiger bepalingen worden meegewogen bij de beoordeling of een indirect op godsdienst of overtuiging gebaseerd verschil in behandeling passend is.



How to manage legal risks in a time of crisis?

Hoe beheert u best juridische risico's in tijden van crisis?

Deze Q&A omvat een serie vragen die ziet op de onderwerpen die aan bod zijn gekomen tijdens ons webinar in samenwerking met Legal500. Tijdens dit webinar hebben... lees meer
Coronavirus - Belgian measures for businesses

Coronavirus | Belgische maatregelen voor ondernemingen

Sinds 3 maart 2020 heeft de Belgische regering verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het COVID-19 virus te beperken. Deze maatregelen hebben... lees meer
Contribution of the employer for teleworking: a new circular letter

Tussenkomsten van de werkgever voor thuiswerk: nieuwe circulaire

In het kader van thuiswerk heeft de belastingadministratie in een circulaire de terugbetaling door de werkgever van kantoorkosten van de werknemer en de terbeschikkingstelling... lees meer