Inleiding
Het Ministerie van Financiën heeft op 15 juni een consultatiedocument gepubliceerd waarin aanpassingen van de vennootschapsbelasting worden voorgesteld op het gebied van de behandeling van betaalde en ontvangen groepsrente en de deelnemingsvrijstelling (het “Consultatiedocument”). Het Ministerie van Financiën nodigt belangstellenden uit om vóór 1 augustus 2009 commentaar op het Consultatiedocument te leveren. Wij nodigen u derhalve vriendelijk uit om uw opmerkingen en vragen met ons te delen.
Het Consultatiedocument en de reacties daarop zullen de basis vormen voor een wetsvoorstel. Het kabinet heeft het voornemen dit wetsvoorstel kort na het zomerreces 2009 naar de Tweede Kamer te zenden. De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel wordt naar verwachting voor het einde van het jaar afgerond. De verwachte datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2010.
Inhoud van het Consultatiedocument
In het Consultatiedocument worden de volgende aanpassingen van de vennootschapsbelasting voorgesteld:
a. een laag effectief vennootschapsbelastingtarief voor inkomende en
uitgaande groepsrente en inkomsten uit het aanhouden van een
overnamekas;
b. een beperking van de aftrek van groeps- en derdenrente. In het
Consultatiedocument worden twee varianten voorgesteld; en
c. een vereenvoudiging van de voorwaarden voor de deelnemingsvrijstelling.
Opvallend is dat het Consultatiedocument geen wijzigingsvoorstellen bevat met betrekking tot de huidige renteaftrekbepaling die zich (specifiek) richt tegen grondslaguitholling.
Ad a. Gedeeltelijke vrijstelling betaalde en ontvangen groepsrente
In het Consultatiedocument wordt voorgesteld om het optionele karakter van de huidige, nog niet in werking getreden groepsrentebox af te schaffen en de groepsrentebox verplicht te maken voor belastingplichtigen die kwalificerende inkomsten tot hun winst rekenen of kwalificerende betalingen ten laste van hun winst brengen. Dit verplichte karakter zou ervoor moeten zorgen dat de groepsrentebox geen vorm van verboden staatssteun behelst. De groepsrentebox houdt in dat ongeveer 80% van het saldo van ontvangen en betaalde groepsrente niet in de belastbare grondslag wordt begrepen. Dit betekent dat kwalificerende inkomsten per saldo tegen een effectief tarief van 5% worden belast. De groepsrentebox heeft betrekking op ontvangen en betaalde groepsrente, de daarmee samenhangende kosten, waardemutaties van de onderliggende financiële instrumenten, kosten en voordelen ter zake van rechtshandelingen die strekken tot het afdekken van waardemutaties van die instrumenten, en inkomsten uit kortlopende beleggingen welke worden aangehouden als overnamekas. Voorts wordt voorgesteld om inkomen uit hybride leningen die naar Nederlandse maatstaven kwalificeren als eigen vermogen te belasten in de groepsrentebox, terwijl daarop nu onder voorwaarden de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.
Of voor toepassing van de groepsrentebox sprake is van een groep moet worden beoordeeld aan de hand van de zeggenschap. Zeggenschap moet worden geïnterpreteerd in overeenstemming met de commerciële criteria op grond waarvan een groep van lichamen verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen (IAS 27). Een groepslening wordt aangemerkt als een derdenlening, indien de groepscrediteur daarvoor extern heeft ingeleend.
Ad b. Beperking aftrek groeps- en derdenrente
Onder de huidige belastingwetgeving is rente ter zake van de verwerving van een deelneming in beginsel aftrekbaar van de winst. De met een deelneming samenhangende financieringskosten kunnen door een belastingplichtige derhalve (al dan niet via toepassing van het fiscale eenheidsregime) effectief afgezet worden tegen belastbare winst uit andere investeringen en activiteiten. In het Consultatiedocument wordt verzocht commentaar te leveren op twee varianten, die beide een aftrekbeperking ter zake van (interne en groeps)rente inhouden:
i. specifieke renteaftrekbeperkingen onder bepaalde voorwaarden, en
ii. een algemeen werkende ‘earnings stripping’ bepaling.
Variant (i) – specifieke renteaftrekbeperkingen
De eerste voorgestelde variant houdt in dat financieringskosten voor deelnemingen waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is en groepsvorderingen waarop de groepsrentebox van toepassing is, voor zover deze kosten € 250.000 te boven gaan, niet aftrekbaar zijn. Deze aftrekbeperking is van toepassing voor zover het gemiddeld bedrag van alle kwalificerende deelnemingen en groepsvorderingen op jaarbasis groter is dan het gemiddeld eigen vermogen op jaarbasis. Groepsvorderingen worden bij deze toets voor ongeveer 80% in aanmerking genomen. Voorts wordt het eigen vermogen verhoogd met (i) ongeveer 80% van de groepsschulden en (ii) het bedrag van de bij het begin van het jaar nog te verrekenen verliezen van de belastingplichtige (met uitsluiting van liquidatieverliezen).
Aanvullende maatregelen worden voorgesteld ingeval de belastingplichtige en de deelneming zijn gevoegd in een fiscale eenheid of ingeval van een juridische fusie of splitsing. In de voorgestelde maatregelen kunnen de desbetreffende rentelasten, voor zover deze kosten € 250.000 te boven gaan, slechts in aftrek komen op de “eigen winst” van de overnemende vennootschap, tenzij de belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij voldoet aan een verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen van 1:3. (Bij deze toets blijft het eigen vermogen buiten aanmerking tot de gemiddelde boekwaarde van de deelnemingen waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.) In deze variant wordt de huidige thin-capitalisationregeling afgeschaft.
Variant (ii) – ‘earnings stripping’
De tweede voorgestelde variant behelst een algemeen werkende ‘earnings stripping’ regeling. Deze regeling zou op bepaalde punten een aanpassing van de huidige thin-capitalisationregeling inhouden. In het algemeen zou de earnings stripping regeling van toepassing zijn ingeval de belastingplichtige behoort tot een groep in de zin van artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen van de belastingplichtige ongunstiger is dan de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen van de hele (wereldwijde) groep op geconsolideerde basis. (Bij deze toets blijft het eigen vermogen buiten aanmerking tot de gemiddelde boekwaarde van de deelnemingen waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.) In het voorstel is rente niet aftrekbaar voor zover het saldo aan verschuldigde en ontvangen rente meer bedraagt dan 30% van de winst van de belastingplichtige en voor zover dit saldo tevens meer bedraagt dan € 250.000. Deze maatregel zou betrekking hebben op zowel groepsrente als derdenrente. Een teveel aan verschuldigde rente kan naar de negen volgende jaren worden doorgeschoven. In het algemeen moet de 30%-toets toegepast worden op de EBITDA van de belastingplichtige bepaald op basis van Nederlandse fiscale grondslagen.
Ad c. Wijzigingen deelnemingsvrijstelling
Met ingang van 1 januari 2007 is de deelnemingsvrijstelling van toepassing op een deelneming van tenminste 5% in een (binnenlands of buitenlands) lichaam indien ófwel (i) de door de deelneming onmiddellijk of middellijk (door middel van kleindochtervennootschappen) gehouden bezittingen voor minder dan 50% bestaan uit vrije beleggingen (“activatoets”) ófwel (ii) de deelneming is onderworpen aan een winstbelasting die naar Nederlandse maatstaven resulteert in een belastingdruk van 10% of meer (“belastingdruktoets”).
Tot 1 januari 2007 was het oogmerk waarmee de belastingplichtige aandelen in een (buitenlandse) deelneming hield van belang voor de vraag of de deelnemingsvrijstelling van toepassing was. In het Consultatiedocument wordt voorgesteld dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing zal zijn op een deelneming van tenminste 5% in een (binnenlands of buitenlands) lichaam, indien deze niet als belegging wordt gehouden (beleggingsdeelneming), waarmee in feite wordt teruggekeerd naar de toets zoals deze tot 2007 gold. Indien sprake is van een beleggingsdeelneming (en de deelnemingsvrijstelling derhalve op grond van de nieuwe hoofdregel toepassing zou missen), zal de deelnemingsvrijstelling volgens het Consultatiedocument toch van toepassing zijn indien voldaan wordt aan de activatoets of de belastingdruktoets. In dit verband worden zowel de activatoets als de belastingdruktoets vereenvoudigd en versoepeld.
Alhoewel deze informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, aanvaardt Loyens & Loeff N.V. geen enkele aansprakelijkheid voor gevolgen van het gebruik van deze informatie zonder haar medewerking.