Op 3 november 2009 is het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten’ aangenomen door de Tweede Kamer. De behandeling van dit voorstel door de Tweede Kamer heeft geleid tot een aantal aanpassingen ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel. De belangrijkste wijzigingen die, na aanvaarding van het voorstel door de Eerste Kamer, ingaan per 1 januari 2010 bespreken wij hierna.
Partnerbegrip
In het oorspronkelijke wetsvoorstel was opgenomen dat voor kwalificatie als partner voor de Successiewet vereist is dat de partners een wederzijdse zorgverplichting zijn aangegaan, vastgelegd in een notarieel samenlevingscontract. Het vereiste van een notarieel samenlevingscontract is onder voorwaarden komen te vervallen.
Partners voor de Successiewet zijn vanaf 1 januari 2010:
1. echtgenoten en geregistreerde partners die niet van tafel en bed
gescheiden zijn;
2. meerderjarige samenwoners die gedurende 6 maanden (in het kader van
schenkingen 2 jaar) een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd,
blijkend uit een inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens, en
een wederzijdse zorgverplichting zijn aangegaan vastgelegd in een
notarieel samenlevingscontract;
3. meerderjarige samenwoners zonder een notarieel samenlevingscontract,
die gedurende een onafgebroken periode van vijf jaar een gezamenlijke
huishouding hebben gevoerd, blijkend uit een inschrijving in de
basisadministratie persoonsgegevens.
De partner van een erflater voor de Successiewet heeft recht op een vrijstelling van maximaal € 600.000. Tevens is de verkrijging door deze partner na aftrek van de vrijstelling belast in tariefgroep 1.
Vrijstellingen en tarieven
Vrijstellingen
De vrijstelling die onder de huidige wet geldt voor verkrijgingen door ouders bij het overlijden van een kind blijft behouden. Deze vrijstelling bedraagt € 45.000.
Onder de huidige wet geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen door ouders aan kinderen tussen 18 en 35 jaar (€ 22.760 in 2009). In het wetsvoorstel is deze vrijstelling verhoogd tot € 24.000. Bij amendement is hieraan toegevoegd dat de vrijstelling eenmalig kan worden verhoogd met
€ 26.000 (tot € 50.000), indien deze € 50.000 door het kind wordt aangewend voor de verwerving van een eigen woning (dit moet worden vastgelegd in de leveringsakte) dan wel voor de betaling van studiekosten van minimaal € 20.000 per jaar. Indien in het verleden de eenmalig verhoogde vrijstelling is genoten, kan het kind tot het bereiken van de leeftijd van 35 jaar in aanmerking komen voor een aanvullende eenmalige vrijstelling van € 26.000, mits het bedrag gebruikt wordt voor de verwerving van een eigen woning.
Om budgettaire redenen zijn de tariefschijven aangepast ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel. De tarieven en vrijstellingen worden met ingang van
1 januari 2010 als volgt:

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit
In het oorspronkelijk wetsvoorstel was de vrijstelling voor kwalificerend bedrijfsvermogen (o.a. ondernemingsvermogen en aandelen die een aanmerkelijk belang vormen in een vennootschap die een onderneming drijft) verhoogd van 75% naar 90%. Bij amendement is dit gewijzigd in een 100%-vrijstelling voor bedrijfsvermogen met een waarde van € 1.000.000 of minder. Deze vrijstelling geldt per bedrijf en niet per verkrijger. Het meerdere is voor 83% vrijgesteld.
Alhoewel deze informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, aanvaardt Loyens & Loeff N.V. geen enkele aansprakelijkheid voor gevolgen van het gebruik van deze informatie zonder haar medewerking.
Download PDF versie