Het wetsvoorstel in verband met de invoering van een recht voor de ondernemingsraad van naamloze vennootschappen om een standpunt kenbaar te maken ten aanzien van belangrijke bestuursbesluiten en besluiten tot benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders en commissarissen alsmede ten aanzien van het bezoldigingsbeleid is dinsdag 29 juni door de Eerste Kamer aanvaard. De wetswijzigingen ingevolge dit wetsvoorstel, treden 1 juli 2010 in werking.
Het wetsvoorstel voorziet in een recht voor de ondernemingsraad zijn zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van een aantal specifieke besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders van N.V.’s die krachtens wettelijke voorschriften een ondernemingsraad hebben ingesteld. Het recht komt ook toe aan de ondernemingsraad van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. De ondernemingsraad dient in de gelegenheid te komen zijn zienswijze op een zodanig tijdstip kenbaar te maken, dat deze nog een rol kan spelen bij de definitieve besluitvorming in de algemene vergadering. Het standpunt dient daarom gelijktijdig met de agenda beschikbaar te worden gesteld aan aandeelhouders, opdat die daar tijdig kennis van kunnen nemen. De ondernemingsraad heeft daarnaast het recht zijn standpunten in de algemene vergadering toe te lichten.
Het gaat om de volgende besluiten: (i) goedkeuring van belangrijke bestuursbesluiten in de zin van artikel 2:107a BW, (ii) vaststelling en aanpassing van het bezoldigingsbeleid en (iii) benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders en commissarissen. Tevens krijgt de ondernemingsraad het recht, een standpunt te bepalen ten aanzien van voordrachten tot benoeming van commissarissen onder het structuurregime (artikel 2:158 lid 4 BW).
Het wetsvoorstel geeft de ondernemingsraad een aanvullend recht, naast het huidige adviesrecht dat de ondernemings-raad heeft op grond van artikel 25 of 30 Wet op de ondernemingsraden (WOR).
Het doel van de toekenning van deze nieuwe rechten aan de ondernemingsraad, is onder andere, de werknemers nauwer te betrekken bij de gedachtevorming over inkomens en inkomensverhoudingen binnen de onderneming. De verwachting is dat de dialoog, het daardoor gecreëerde draagvlak en de noodzaak dat alle bij de besluitvorming betrokkenen over de juiste informatie beschikken zowel op zichzelf, als in samenhang bezien, voor de vennootschap aanleiding zullen vormen om de in het wetsvoorstel voorgestelde voorschriften na te leven.
Het wetsvoorstel bepaalt dat het ontbreken van een standpunt van de ondernemingsraad de besluitvorming over het voorgesteld besluit niet aantast. Het wetsvoorstel stelt verder geen sancties op niet-naleving van het spreekrecht.
Het wetsvoorstel voorziet in een overgangsregeling. Wanneer deze wet in werking treedt, zullen de aan de ondernemingsraad toegekende rechten niet kunnen worden uitgeoefend met betrekking tot algemene vergaderingen die gehouden worden binnen negentig dagen na inwerkingtreding van de wet.