Auteur
 
Publicatiedatum
12-9-2011 
 

 

Vermogensbeheer voor pensioenfondsen vrijgesteld van btw of niet? 

Het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeen gebrachte vermogens (“gemeenschappelijke beleggingsfondsen”) is vrijgesteld van btw. De Nederlandse belastingdienst is van mening dat een pensioenfonds niet kan worden gezien als een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Dit betekent dat de uitbesteding van vermogensbeheer door pensioenfondsen belast is met btw. In Engeland speelt een vergelijkbare discussie. De Engelse rechter heeft op 8 augustus 2011 prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie (“HvJ”). In het bijzonder gaat het om de vraag of een pensioenfonds in dit kader moet worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds in de zin van de btw.

De Engelse zaak
De casus betreft een Engelse vermogensbeheerder, Capital International Limited (“CIL”), die in de periode 2004 tot en met 2007 vermogensbeheerdiensten aan verschillende Engelse pensioenfondsen verrichtte. In lijn met de op dat moment geldende Engelse regelgeving bracht CIL btw in rekening aan de pensioenfondsen. CIL was echter van mening dat vermogensbeheerdiensten verleend aan pensioenfondsen vrijgesteld zijn van btw en heeft derhalve de Engelse belastingdienst om teruggaaf van de afgedragen btw verzocht. Op grond van lokale regelgeving was enkel het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen vrijgesteld van btw. Het beheer van individueel vermogen was belast. Tussen partijen is in geschil of pensioenfondsen voor de btw kwalificeren als een gemeenschappelijk beleggingsfonds of dat een pensioenfonds moet worden beschouwd als individueel vermogen.

Nederlandse situatie
In Nederland worden pensioenfondsen voor de btw evenmin aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Uitbesteding van het vermogensbeheer door pensioenfondsen is dan ook belast met btw. In principe hebben pensioenfondsen geen of slechts beperkt recht op aftrek van btw op kosten. Een groot deel van de btw op uitbesteed vermogensbeheer vormt dan ook een kostenpost voor Nederlandse pensioenfondsen. Tot nu toe hebben verschillende Nederlandse rechters negatief beslist en geoordeeld dat pensioenfondsen niet kwalificeren als een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Er loopt momenteel nog één proefprocedure in Nederland over deze rechtsvraag. In deze zaak is beroep ingesteld tegen de negatieve beslissing van Rechtbank Den Haag van 8 juli jl.

Een beantwoording door het HvJ van de Engelse prejudiciële vragen wordt niet op korte termijn verwacht. Desalniettemin kan de uitkomst van de procedure van invloed zijn op de Nederlandse situatie.

Ons advies
De lopende procedures kunnen belangrijke gevolgen hebben voor Nederlandse pensioenfondsen en vermogensbeheerders die vermogensbeheerdiensten verlenen aan pensioenfondsen. Ondanks het gegeven dat Nederlandse pensioenfondsen doorgaans een klein deel van de btw op de vermogensbeheerdiensten in aftrek kunnen brengen, vormt de niet-aftrekbare btw een belangrijke kostenpost. De omvang van het recht op aftrek van btw voor pensioenfondsen hangt, onder andere, af van de samenstelling van de beleggingsportefeuille. Indien de Nederlandse rechter en/of het HvJ oordelen dat pensioenfondsen moeten worden aangemerkt als gemeenschappelijke beleggingsfondsen, is er geen btw verschuldigd over het beheer van het vermogen van pensioenfondsen.

Nederlandse pensioenfondsen die een buitenlandse vermogensbeheerder inschakelen worden gefactureerd zonder btw, maar dienen zelf btw op aangifte te voldoen over de vermogensbeheerdiensten (verleggingsregeling). Tegen deze afdracht op eigen aangifte kunnen pensioenfondsen, onder verwijzing naar bovenstaande procedures, bezwaar (blijven) instellen.

Een bezwaarschrift moet binnen 6 weken na afdracht op eigen aangifte worden ingediend. Indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt een beroep op een eventueel recht op teruggaaf van btw mochten voornoemde procedures daartoe aanleiding geven niet-ontvankelijk verklaard. Een eventueel gunstige beslissing van de Nederlandse rechter en/of het HvJ leidt dan niet tot teruggaaf van btw die al is afgedragen. Als een dergelijk bezwaar wordt ingediend, verdient het aanbeveling om met de belastingdienst praktische afspraken te maken, zodat slecht eenmalig een formeel bezwaarschrift hoeft te worden ingediend en dat het bezwaarschrift wordt aangehouden tot een onherroepelijke rechterlijke beslissing is genomen.

Voor Nederlandse vermogensbeheerders bieden de lopende procedures slechts onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid om gebruik te maken van een gunstige uitkomst van de lopende procedures. Afhankelijk van de specifieke situatie kan het zinvol zijn bezwaar in te stellen tegen de eigen afdracht op aangifte. Bent u een vermogensbeheerder en wilt u optimaal gebruik maken van de lopende procedure, neem dan contact op met uw adviseur bij Loyens & Loeff.

 

Praktijkgebieden
Kantoren
Landendesks