Op het gebied van pensioenen en pensioenfondsen hebben zich onlangs een aantal belangrijke ontwikkelingen voorgedaan:
Korten op pensioenen
Van de 340 pensioenfondsen die een herstelplan bij De Nederlandsche Bank (DNB) hebben moeten indienen, omdat zij onder de wettelijk vereiste dekkingsgraad van 105% zakten, dreigt nu voor 14 pensioenfondsen daadwerkelijk een kortingsmaatregel. In mei 2009 had Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de wettelijke maximumtermijn voor kortetermijnherstelplannen tijdelijk verlengd van 3 naar 5 jaar. In het herstelplan van 18 pensioenfondsen is toen al een korting van pensioenen aangekondigd, omdat deze fondsen zonder deze maatregel geen mogelijkheden zagen om binnen 5 jaar hun dekkingsgraad voldoende te herstellen. Op basis van het advies van DNB is Donner nu tot de conclusie gekomen dat voor deze fondsen uitstel niet langer verantwoord is.
Inmiddels is de Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling op dit punt aangepast en op 21 augustus 2010 in werking getreden. De 18 fondsen dienen per 1 januari 2011 aanvullende maatregelen te treffen. Voor 14 pensioenfondsen zal dat betekenen dat zij per 1 januari 2011 moeten gaan korten op de pensioenen. Alle overige pensioenfondsen met een lopend herstelplan moeten uiterlijk 1 januari 2012 zo nodig aanvullende maatregelen treffen. Het korten op de pensioenen houdt voor de betrokken pensioengerechtigden in een verlaging van de pensioenuitkering. Voor de betrokken werknemers worden de opgebouwde pensioenaanspraken verlaagd. Omdat er veel commotie in de media is ontstaan, hebben de toezichthouders AFM en DNB in een brief van 20 augustus 2010 de pensioenfondsen die mogelijk moeten korten gevraagd om dit zo spoedig mogelijk aan alle belanghebbenden te laten weten. Inmiddels zijn alle 14 pensioenfondsen bekend waarbij de kortingsproblematiek speelt. De pensioenkoepels VB, UvB en OPF hebben op 24 augustus 2010 een brief gestuurd naar de Tweede Kamer. Deze brief was bedoeld als input voor het Kameroverleg dat op die datum is gehouden over de mogelijke korting van pensioenen bij enkele fondsen. Het Kameroverleg van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid met minister Donner zal nog in de plenaire zaal worden voorgezet, waarna in de week van 6 september 2010 het debat over dit onderwerp plaats zal vinden.
Plan van Aanpak cultuurverandering toezicht DNB
De Tweede kamer ontving op 16 augustus 2010 een brief van minister De Jager van Financiën over het versterken van de governance en de noodzakelijke cultuurverandering bij de toezichthouder, DNB. Aanleiding om het functioneren van DNB tegen het licht te houden, vormde het rapport van de commissie Scheltema over de gang van zaken rondom het faillissement van de DSB Bank. Voor de noodzakelijke cultuurverandering binnen DNB heeft DNB zelf een plan van aanpak opgesteld, bestaande uit een toetsingskader en een lijst van acties. DNB concludeert op basis van het toetsingskader dat zij goed scoort op het punt van de inhoud, maar dat het toezicht indringender, kritischer en vooral vasthoudender moet worden.
De minister stelt voor om de interne governance te versterken door een taakverbreding van de Raad van Commissarissen (RvC) van DNB. Met het oog op een slagvaardige en deskundige inzet is hij ook van mening dat de omvang van de RvC beperkt moet worden en deskundigheids- en betrouwbaarheidseisen aan de samenstelling van de leden noodzakelijk zijn, De minister wil in overleg met de RvC een wetswijziging voorstellen met betrekking tot de zittingsduur van de president en de overige directieleden van DNB. Herbenoeming vindt nu onbeperkt en steeds voor termijnen van 7 jaar plaats. Straks kan men maar één keer herbenoemd worden voor 7 jaar waarbij de directieleden tevens moeten wisselen van portefeuille. De minister kondigt in zijn brief de benodigde wetswijzigingen aan en tevens verwacht hij medio september 2010 de Kamer de visie “Toezicht op toezicht” te kunnen sturen, waar deze onderwerpen behandeld zullen worden.
De PPI
Nog voordat het wetsvoorstel dat de premiepensioeninstelling (de PPI) mogelijk maakt in werking is getreden, heeft zich de eerste partij in de markt gemeld die als uitvoerder wil optreden van de PPI (namelijk Be Frank, een joint venture van Delta Lloyd en BinckBank). Naar verwachting zullen zich snel meerdere partijen aandienen. Op 1 juli 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsontwerp voor de premiepensioeninstelling (de PPI) ontvangen, na goedkeuring wordt verwacht dat de wet in de loop van het vierde kwartaal van kracht wordt. Een PPI is een instelling die in heel Europa beschikbare premieregelingen kan uitvoeren en pensioenvermogen kan beheren. Vooral voor multinationals kan het aantrekkelijk zijn om voor al hun werknemers in verschillende Europese landen de pensioenregeling bij één pensioenuitvoerder onder te brengen. Een PPI kan echter geen risico’s verzekeren. Dat houdt in dat geen enkele garantie voor het rendement mag worden gegeven en dat het overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico elders moet worden ondergebracht.
De multi-OPF
De eerste multi-OPF is naar verwachting ook binnenkort gerealiseerd. Twee ondernemingspensioenfondsen van SCA, Stichting Pensioenfonds SCA Hygiene Products Nederland en Stichting Pensioenfonds ’t Anker hebben de intentie om per 1 januari 2011 samen te gaan. De wet die dat mogelijk maakt is op 11 juni 2010 in werking getreden. De Stichting voor ondernemingspensioenfondsen (OPF) biedt voor aangesloten ondernemingspensioenfondsen de mogelijkheid om op zoek te gaan naar andere fondsen die interesse hebben in de mogelijkheden van een multi-OPF. Het OPF heeft een ook Handleiding multi-OPF gepubliceerd. Deze handleiding geeft een beeld hoe een multi-OPF eruit zal zien en hoe een multi-OPF tot stand komt.
Het Groenboek Pensioenen van de Europese Commissie
De Europese Commissie heeft op 7 juli 2010 het Groenboek Pensioenen gepubliceerd. Daarmee geeft de Commissie het startsein gegeven voor een openbaar debat in Europa over de wijze waarop adequate, houdbare en zekere pensioenen kunnen worden gegarandeerd en op welke wijze de EU de lidstaten daarbij kan helpen. Het Groenboek Pensioenen is daarbij bedoeld als discussiestuk. In het Groenboek wordt aandacht besteed aan:
1. zorg voor adequate pensioeninkomsten en langdurig houdbare pensioenstelsels;
2. balans tussen arbeidsperiode en pensioenperiode;
3. wegnemen van belemmeringen voor mobiliteit in de EU;
4. zekerheid en transparantie van pensioenen.
De Commissie heeft alle geïnteresseerde partijen opgeroepen om vóór 15 november 2010 te reageren.
Wetsvoorstel medezeggenschap pensioengerechtigden in pensioenfondsbesturen
Het wetsvoorstel van Koser Kaya/Blok over de medezeggenschap van pensioengerechtigden in pensioenfondsbesturen is op 1 juli 2010 aangenomen door de Tweede Kamer. OPF en VB zijn tegenstander van dit wetsvoorstel omdat dit schadelijke effecten zou hebben op het goed functioneren van pensioenfondsen door onnodige verzwaring van de bestuurlijke en administratieve lasten. Ook de sociale partners hebben bezwaren tegen het wetsvoorstel. Vlak voordat het wetsvoorstel is aangenomen, heeft de STAR er bij de Tweede Kamer nog op aangedrongen om niet één onderdeel uit de bredere agenda voor de toekomst van de pensioenen naar voren te halen. Deze oproep mocht niet baten, het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel is inmiddels toegezonden aan de Eerste Kamer. Het voorbereidend onderzoek door Eerste Kamercommissie voor SZW vindt plaats op 28 september 2010.
Onderzoek medezeggenschap pensioengerechtigden bij rechtstreeks verzekerde regelingen
Op 19 augustus 2010 ontving de Tweede Kamer van minister Donner een onderzoek naar de werking van medezeggenschap van pensioengerechtigden bij rechtstreeks verzekerde regelingen. Deze vorm van medezeggenschap is in de Pensioenwet opgenomen met als doel om verenigingen van pensioengerechtigden de kans te geven invloed uit te oefenen op de beslissingen van de werkgever over de verzekerde pensioenregeling. Reden voor het onderzoek waren signalen vanuit de ouderenorganisaties dat dit zogenoemde hoorrecht onvoldoende functioneerde.
Resultaten onderzoek
Uit het onderzoek blijkt dat op een heel beperkt deel van de rechtstreeks verzekerde regelingen het hoorrecht toepasbaar is. Dat komt door de criteria die daarbij gelden, namelijk het aantal werknemers en pensioengerechtigden bij de werkgever moet minimaal 250 zijn en ten minste 10% van de pensioengerechtigden moet lid zijn van de vereniging. Verder moet het hoorrecht ook zin hebben. Bij een uitkeringsovereenkomst met een voorwaardelijke toeslagverlening kan invloed worden uitgeoefend op de werkgever, bij een beschikbare premieregeling waarbij toeslagverlening niet aan de orde is en het pensioenkapitaal op de pensioendatum vaststaat, valt er weinig te beïnvloeden. In het onderzoek is een voorzichtige schatting gemaakt dat maar in 3% tot 10% van de in totaal 46.000 rechtstreeks verzekerden regelingen het hoorrecht zinvol kan worden toegepast. Er blijkt in de praktijk ook weinig interesse te zijn voor een dergelijke vereniging. Bij verzekerde regelingen waarbij hoorrecht kan worden toegepast, heeft slechts 0,5% tot 1% een vereniging van pensioengerechtigden opgericht.
Governance en medezeggenschap
De pensioengerechtigden zijn ontevreden over de wijze waarop de medezeggenschap bij rechtstreeks verzekerde regelingen is vorm gegeven. Een aantal verenigingen stelt voor om tot een geheel andere vorm van medezeggenschap te komen, zoals het instellen van een verantwoordings¬plicht voor werkgever en verzekeraar of het instellen van een medezeggenschapsorgaan, bijvoorbeeld een pensioencommissie. De resultaten van het onderzoek worden nu besproken met het Verbond van Verzekeraars, VNO-NCW en de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisatie (CSO). In het bredere traject van de herziening van de governance en medezeggenschap worden de mogelijkheden tot verbetering meegenomen.
Besluit tot (Tijdelijke) wijziging Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
Circa 80 pensioenfondsen hebben hun verzekeringstechnische verplichtingen voor een belangrijk deel herverzekerd bij een verzekeraar. Door de financiële crisis is de kredietwaardigheid van verzekeraars gedaald. Deze lagere kredietwaardigheid van de verzekeraar heeft tot gevolg dat de kapitaalseisen voor de herverzekerde fondsen zijn toegenomen omdat de marktwaarde van de vordering van het fonds op de verzekeraar afneemt. Bij veel herverzekerde pensioenfondsen is daardoor een tekort ontstaan. Op grond van het wijzigingsbesluit mogen fondsen die een herverzekeringscontract hebben gesloten met een verzekeraar en die een tekort hebben door de lagere kredietkwaliteit van de verzekeraar, herstelplannen voor dit deel (tijdelijk) achterwege laten en het tekort (tijdelijk) buiten beschouwing laten. Het besluit van 7 juli 2010 treedt met terugwerkende kracht tot en met 1 april 2010 in werking tot een nader te bepalen tijdstip. De beoogde einddatum is 31 december 2010, maar minister Donner sluit niet uit dat een kleine overschrijding van die termijn noodzakelijk zal zijn.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marianne Meijer-Zaalberg.