Auteur
 
Publicatiedatum
8-2-2012 
 

 

Financial Markets E-Flash: Geschiktheidseis voor bestuurders en commissarissen van financiële ondernemingen 

De wet 'introductie van de geschiktheidseis' is aangenomen en in het Staatsblad gepubliceerd (2012, 7). Per 1 juli 2012 zal de wet in werking treden.

Met deze wet wordt het begrip deskundigheid zoals opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft) vervangen door het begrip geschiktheid. Daarnaast wordt de geschiktheidseis geïntroduceerd voor leden van toezichthoudende organen (waaronder commissarissen). Tevens komen er aanvullende regels voor de samenwerking tussen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) bij het toetsen van bestuurders en commissarissen. De wijzigingen worden hieronder kort uiteengezet.

De personen die het dagelijks beleid bepalen van bepaalde financiële ondernemingen, zoals de bestuurders, moeten deskundig te zijn in verband met het uitoefenen van het bedrijf van de financiële onderneming. Personen die het beleid bepalen of mede bepalen moeten voorts betrouwbaar zijn. Dit geldt eveneens voor leden van een toezichthoudend orgaan. De betrouwbaarheidstoets en de deskundigheidstoets moeten worden uitgevoerd bij de vergunningaanvraag, maar ook voorafgaand aan een benoeming.

1. Deskundigheid wordt geschiktheid
Het begrip deskundigheid wordt vervangen door het begrip geschiktheid. Het begrip geschiktheid geeft volgens de wetgever beter aan dat er bij de beoordeling op dit criterium breder wordt getoetst dan alleen op kennis en ervaring. Er wordt bijvoorbeeld ook getoetst op (management-) vaardigheden en professionaliteit. Ook het hebben van voldoende tijd voor het uitoefenen van de functie (eventueel in combinatie met nevenwerkzaamheden) valt onder de geschiktheidstoets. Voorts zou het begrip geschiktheid (beter) tot uitdrukking brengen dat de samenstelling van het orgaan waarvan de getoetste persoon onderdeel uitmaakt (of zal uitmaken) wordt meegenomen in de toetsing.

Inhoudelijk is geen wijziging beoogd. Er zal, zoals voorheen ook het geval was, bij de beoordeling aangesloten worden bij de beleidsregel deskundigheid van DNB en de AFM (Beleidsregel deskundigheid 2011).

Voor personen die op het moment van inwerkingtreding van de gewijzigde regeling deskundig zijn, geldt als overgangsregeling dat zij, na inwerkingtreding van deze wet, geacht worden geschikt te zijn. Dit geldt zolang er geen redelijke aanleiding is voor een herbeoordeling.

2. Geschiktheidseis ook voor commissarissen
Een tweede wijziging betreft de invoering van de geschiktheidseis voor leden van het toezichthoudend orgaan van een financiële onderneming, zoals commissarissen. In beginsel moeten dus ook commissarissen per de datum van inwerkingtreding van deze wet “geschikt” zijn in de zin van de Wft. Voor de toetsing van commissarissen zal, net als nu voor dagelijks beleidsbepalers het geval is, worden aangesloten bij de Beleidsregel deskundigheid 2011.

Commissarissen die worden benoemd of herbenoemd op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet, zullen tevoren op geschiktheid getoetst dienen te worden. Voor zittende commissarissen op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet geldt een overgangsregeling. Zij worden geacht geschikt te zijn tot het einde van hun lopende benoemingstermijn (en wel uiterlijk tot 1 januari 2016). Zittende commissarissen hoeven dus pas getoetst te worden door de toezichthouder op geschiktheid bij (i) herbenoeming of (ii) wanneer een wijziging in de feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling van de geschiktheid, danwel (iii) uiterlijk per 1 januari 2016. Voor commissarissen die werkzaam zijn bij een van de grootste vier banken of een van de grootste vier verzekeraars in Nederland geldt echter een andere overgangsregeling. Bij een dergelijke bank of verzekeraar zittende commissarissen worden geacht geschikt te zijn tot uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van de wet. Zij zullen dus voor het einde van deze zes maanden getoetst dienen te zijn hun geschiktheid.

3. Samenwerking toezichthouders
Een derde wijziging beoogt een verdergaande samenwerking van de toezichthouders bij de toetsingen op betrouwbaarheid en geschiktheid. De toezichthouder die de geschiktheid van een bepaalde persoon, werkzaam bij een bank of verzekeraar, beoordeelt, dient advies te vragen aan de andere toezichthouder. Indien de toezichthouder voornemens is te oordelen dat de betrouwbaarheid of de geschiktheid buiten twijfel staat, moet de andere toezichthouder daarover worden geïnformeerd. Laatstgenoemde toezichthouder kan vervolgens een bindende aanbeveling doen over het oordeel omtrent betrouwbaarheid of geschiktheid.

Voor het door de toezichthouder uitvoeren van een geschiktheid- en/of betrouwbaarheidstoets moet rekening worden gehouden met een termijn van zes weken.

Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen:

Kitty Lieverse
E: kitty.lieverse@loyensloeff.com

Jonneke van Poelgeest
E: jonneke.van.poelgeest@loyensloeff.com

Annicka van de Laar
E: annicka.van.de.laar@loyensloeff.com

Hoewel deze publicatie met zorg is opgesteld, kunnen Loyens & Loeff N.V. en andere entiteiten, samenwerkingsverbanden, personen of praktijkgroepen handelend onder de naam “Loyens & Loeff“ geen enkele aansprakelijkheid accepteren voor de gevolgen van de gebruikmaking van deze publicatie zonder dat hieraan hun medewerking is verleend. De verstrekte informatie is bedoeld als algemene informatie en kan niet worden beschouwd als advies.


 

Praktijkgebieden
Kantoren
Landendesks