Het Europese Hof van Justitie heeft vandaag beslist dat het Nederlandse Besluit Uitsluiting Aftrek (“BUA”) niet in strijd is met Europese wetgeving. Dit betekent dat Nederlandse ondernemers de btw op een groot aantal personeelsverstrekkingen niet in aftrek kunnen brengen. Met de uitspraak van het Europese Hof komt een einde aan een langlopende discussie over de houdbaarheid van het BUA. In afwachting van de uitspraak van het Europese Hof hebben veel ondernemers bezwaar gemaakt tegen BUA-correcties of in het geheel geen BUA-correctie aangegeven. Ondernemers die de BUA-correctie nog niet hebben betaald zullen dat alsnog moeten doen.
Arrest Europese Hof d.d. 15 april 2010
Het BUA voorziet in een aftrekuitsluiting voor de btw op uitgaven voor relatiegeschenken en personeelsverstrekkingen, die gratis of beneden kostprijs ter beschikking worden gesteld en in feite een consumptief privékarakter dragen. In afwijking van de algemene btw-regels, vindt het BUA zijn oorsprong niet in de EU-wetgeving, maar betreft het een puur Nederlandse regeling. Op verwijzing van de Nederlandse rechter is bij het Europese Hof de vraag aan de orde geweest of deze Nederlandse regeling verenigbaar is met de EU-wetgeving. Het Europese Hof concludeert dat dit wel het geval is en keurt hiermee in feite het Nederlandse BUA goed.
Aan het Europese Hof zijn behalve relatiegeschenken, de volgende specifieke categorieën personeelsverstrekkingen ter beoordeling voorgelegd:
- privévervoer;
- verstrekking van spijzen en dranken;
- verlenen van huisvesting;
- geven van gelegenheid tot sport en ontspanning.
Het Europese Hof oordeelt dat de EU-wetgeving voorziet in continuering van bestaande, lokale aftrekuitsluitingen van lidstaten voor uitgaven waarvan verwacht kan worden dat zij uitsluitend of gedeeltelijk worden gebruikt voor de privébehoeften van een ondernemer, diens personeel of relaties. Voorwaarde is verder dat de aard of het doel van de uitgaven waarvoor het recht op aftrek van btw is uitgesloten, voldoende bepaald is. De genoemde categorieën doorstaan volgens het Europese Hof deze toets. Het Europese Hof wijkt hiermee af van de conclusie van de Advocaat-Generaal van 28 januari 2010, die ten aanzien van de laatstgenoemde categorie (gelegenheid geven tot sport en ontspanning) en ten aanzien van relatiegeschenken nog adviseerde dat deze uitsluiting niet voldoende bepaald en dus te ruim was.
Gevolgen
Met het arrest van het Europese Hof komt, zoals aangegeven, voorlopig een einde aan de discussie over de rechtsgeldigheid van de Nederlandse aftrekuitsluiting van het BUA. De hiervoor genoemde aftrekuitsluitingen, waaronder de btw op uitgaven voor auto’s die ter beschikking worden gesteld aan werknemers die de auto ook voor privédoeleinden mogen gebruiken, zijn rechtsgeldig en kunnen worden gecontinueerd door Nederland totdat de EU voorziet in nadere wetgeving op dit punt.
De Nederlandse Hoge Raad zal op basis van het arrest van het Europese Hof nog uitspraak moeten doen in de desbetreffende zaken, maar het huidige arrest laat weinig tot geen ruimte voor een andersluidende interpretatie.
Voor lopende bezwaarprocedures die veelal zijn aangehouden in afwachting van de onderhavige jurisprudentie, is dan ook de verwachting dat de belastingdienst deze op grond van het arrest van het Europese Hof op korte termijn zal afwikkelen. Normaal gesproken gaat dit via een standaard vragenformulier, waarin ondernemers gevraagd wordt om intrekking van het bezwaar of, indien intrekking niet gewenst is, nadere motivering van het bezwaar.
Naar aanleiding van dit arrest van het Europese Hof, lijkt aanhouding van lopende bezwaarprocedures alleen zinvol als er andere redenen zijn voor het bezwaar dan de door het Europese Hof verworpen algemene stelling dat het BUA onverbindend zou zijn. Dit kunnen bijvoorbeeld specifieke omstandigheden van een ondernemer betreffen. Ingeval van de aftrekuitsluiting voor privégebruik van auto’s van de zaak, kan dit een beroep op een alternatieve berekening van het privégebruik betreffen, bijvoorbeeld op basis van CBS-gegevens in plaats van het gebruikelijke forfait van 12% x loonbelastingcorrectie. Met name omdat het Ministerie van Financiën thans op verzoek van de praktijk onderzoekt of er een andere, voor ondernemers gunstigere berekening voor de auto’s van de zaak mogelijk is, kan het aanhouden van het bezwaar in dit verband wel raadzaam zijn.
Wij kunnen u desgewenst nader adviseren over de mogelijkheden met betrekking tot lopende bezwaarprocedures. U kunt hiervoor, en voor overige informatie omtrent deze problematiek, contact opnemen met uw gebruikelijke contactpersoon bij Loyens & Loeff of een medewerker van de praktijkgroep Btw, Douane en Internationale Handel.
Contactpersonen praktijkgroep Btw, Douane en Internationale Handel:
Kantoor Amsterdam:
mw. Trudy Perié
T +31 20 578 54 99
F +31 20 578 58 42
E trudy.perie@loyensloeff.com
Kantoor Arnhem:
dhr. Gerton Rademaker
T +31 26 334 72 12
F +31 26 334 72 92
E gerton.rademaker@loyensloeff.com
Kantoor Eindhoven:
dhr. Patrick Vettenburg
T +31 40 239 44 44
F +31 40 239 44 43
E patrick.vettenburg@loyensloeff.com
Kantoor Rotterdam:
mw. Ilse Verouden
T +31 10 224 62 25
F +31 10 411 71 77
E ilse.verouden@loyensloeff.com