Auteur
 
Publicatiedatum
13-2-2011 



Auto van de zaak 

Hoofdstuk 2.3.3 uit: 'Werkgever Alert 2012'

2.3.3 Auto van de zaak

Als aan de werknemer een auto van de zaak ter beschikking is gesteld
moet het hiermee gemoeide loonvoordeel worden gesteld op ten minste
25% (2011, 2010, 2009 en 2008: 25%) van de catalogusprijs van de auto,
inclusief BTW en BPM. Dit wordt ook wel de autokostenfictie genoemd.
Onder een auto wordt in dit verband verstaan: een personenauto of een
bestelauto in de zin van de Wet BPM.

Voor bepaalde milieuvriendelijke (bestel)auto’s geldt een korting op de
bijtelling van 25%. Deze korting bedraagt:
• 25% voor auto’s zonder CO2-uitstoot (bijvoorbeeld elektrische auto’s);
• 11% voor zeer zuinige auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal:
- 95 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt (vanaf 1 juli
2012 is dit 91 gram per kilometer); en
- 110 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt (vanaf
1 juli 2012 is dit 102 gram per kilometer;
• 5% voor zuinige auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan:
- 95 en maximaal 116 gram per kilometer bij een auto die op diesel
rijdt (vanaf 1 juli 2012 is dit 91 gram en maximaal 114 gram per
kilometer; en
- 110 en maximaal 140 gram per kilometer bij een auto die niet op
diesel rijdt (vanaf 1 juli 2012 is dit 102 gram en maximaal 132
gram per kilometer.

Aan de bijtelling kan worden ontkomen als blijkt dat de auto op
kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden
wordt gebruikt. Hierbij wordt woon-werkverkeer geacht niet voor
privédoeleinden plaats te vinden.

Een werkgever kan doorgaans niet weten of een werknemer de 500
kilometergrens inderdaad niet heeft overschreden. Hij mag daarom de
bijtelling voor de auto van de zaak ook achterwege laten als de werknemer
vooraf een “Verklaring geen privégebruik auto” aan hem overlegt. Een
dergelijke verklaring kan de werknemer bij de Belastingdienst aanvragen.

De eigen bijdrage die de werknemer betaalt aan de werkgever mag in
mindering worden gebracht op de bijtelling, voor zover de eigen bijdrage
betrekking heeft op privégebruik van de auto. Als de eigen bijdrage voor privégebruik hoger zou zijn dan de bijtelling, dan leidt dat overigens in de
regel niet tot een negatieve bijtelling (een aftrekpost), maar tot een bijtelling
van nihil.

De autokostenfictie geldt niet voor bepaalde bestelauto’s:
a. bestelauto’s die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend geschikt blijken te zijn voor vervoer van goederen;
b. bestelauto’s die buiten de werktijd niet gebruikt kunnen worden; en
c. bestelauto’s waarvoor een verbod op privégebruik geldt; hiervan is
sprake als:
• het verbod schriftelijk is vastgelegd;
• de werkgever de vastlegging van het verbod bij de loonadministratie
bewaart;
• de werkgever voldoende toezicht houdt op de naleving van het
verbod, en
• de werkgever een passende sanctie oplegt als het verbod wordt
overtreden.

Onder voorwaarden wordt het privégebruik van een ter beschikking
gestelde bestelauto als eindheffingsloon aangemerkt. Hierbij geldt als
eis dat in verband met de aard van het werk die bestelauto doorlopend
afwisselend gebruikt wordt door twee of meer werknemers. Als gevolg
daarvan moet het zeer lastig zijn vast te stellen of en aan wie die bestelauto
voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld.

In dat geval geldt als verschuldigde belasting € 300 per bestelauto per kalenderjaar.
Voor de bestelauto is er per 1 januari 2012 een zogeheten “Verklaring
uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto” ingevoerd. De werknemer
kan door tussenkomst van de werkgever verklaren dat de bestelauto
uitsluitend zakelijk wordt gebruikt. Met deze gezamenlijke verklaring wordt
aangegeven dat met de bestelauto geen enkele kilometer privé wordt
gereden. De werkgever mag daarom de bijtelling voor het gebruik van de
bestelauto door de werknemer achterwege laten.

De Belastingdienst heeft voor de “Verklaring uitsluitend zakelijke gebruik
bestelauto” een digitaal formulier beschikbaar gesteld. De werkgever kan
op verzoek van de werknemer de verklaring in dienen. De ondertekende
verklaring moet in de loonadministratie worden bewaard.

De werknemer is gehouden de “Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik
bestelauto” in te trekken voordat met de bestelauto privé wordt gereden. Dit
moet de werknemer doen door tussenkomst van de werkgever. Voor deze
mededeling kan gebruik worden gemaakt van een digitaal formulier dat
beschikbaar is op de website van de Belastingdienst (formulier Wijziging of intrekking verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto).

Indien de werkgever weet of vermoedt dat de werknemer met de bestelauto
waarvoor een verklaring zakelijk gebruik is afgegeven, privé heeft gereden,
is de werkgever verplicht schriftelijk mededeling te doen van het ten
onrechte niet intrekken van de verklaring door de werknemer.

Voornoemde schriftelijke mededeling moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

1. de naam, het adres en het burgerservicenummer of, bij het ontbreken
daarvan, het sociaal fiscaalnummer van de werknemer; en
2. het kenteken van de bestelauto.

 

Praktijkgebieden
Kantoren
Landendesks