Auteur
 
Publicatiedatum
8-2-2010 
 
 

Hoge Raad: solidariteitsheffing is negatief loon 

8 februari 2010 – Als werknemers in het kader van een sociaal plan een deel van hun loon moeten afdragen, is die afdracht aftrekbaar als negatief loon. Over deze ‘solidariteitsheffing’ zijn dus geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Dat heeft de Hoge Raad  beslist. Het arrest is relevant voor werkgevers die in financieel zwaar weer verkeren en een loonoffer van de werknemers overwegen. De werkgever is in deze procedure bijgestaan door Hans van Ruiten, belastingadviseur en vennoot bij Loyens & Loeff.

Arrest Hoge Raad
Als een werkgever in het kader van een herstructurering een sociaal plan opstelt en uitvoert, en werknemers op grond van hun dienstbetrekking een deel van hun loon aan de werkgever moeten afdragen als bijdrage in de kosten van de uitvoering van dat plan (een ‘solidariteitsheffing’), dan is die afdracht aftrekbaar als negatief loon. Dit is ook zo als de uitvoering van het plan is uitbesteed aan een derde, bijvoorbeeld een daartoe opgerichte stichting, en de werkgever de ingehouden bedragen aan deze derde afdraagt. Dat besliste de Hoge Raad vrijdag 5 februari jl. in een door Loyens & Loeff gevoerde procedure.

Goed doel of sociaal plan?
De werkgever is in deze procedure bijgestaan door Hans van Ruiten, belastingadviseur bij Loyens & Loeff: “De moeilijkheid zat hier in de afdracht ten gunste van een derde, de stichting. De Hoge Raad ziet in dit geval geen verschil met een afdracht aan de werkgever zelf, omdat de inhouding voortvloeit uit de dienstbetrekking en niet vrijwillig wordt gedaan. Als een werknemer er zelf voor kiest om zijn loon af te staan ten gunste van een derde – bijvoorbeeld voor een goed doel – dan blijft zijn volledige loon, inclusief het deel waarvan afstand is gedaan, onderworpen aan belasting- en premieheffing. Maar vindt de afdracht ten gunste van de derde plaats in het kader van een sociaal plan, dan vindt wél een verlaging van de belasting- en premieheffing plaats. Dan is er namelijk sprake van een versobering van de arbeidsvoorwaarden en kan niet worden gezegd dat de werknemer over zijn loon beschikt. Gevolg van dit arrest is dat werkgevers voortaan een sociaal plan kunnen laten uitvoeren door een aparte stichting, zodat het veiligstellen van de werknemersbijdragen kan worden gecombineerd met behoud van fiscale aftrekbaarheid.”

De zaak
In deze zaak ging het om een werkgever die wegens een slechte bedrijfseconomische situatie een ingrijpende herstructurering moest doorvoeren. In het kader van het sociaal plan werd een stichting opgericht die onder meer tot doel had aanvullingen te verstrekken op de uitkeringen van de werknemers die in het kader van de herstructurering hun baan kwijtraakten. Op het loon van de blijvende werknemers werd vijf jaar lang een solidariteitsheffing in aftrek gebracht, die werd afgedragen aan de stichting. De afspraak hiertoe was vastgelegd in een CAO. Het loon vóór aftrek van de solidariteitsheffing bleef gelden als basis voor het bepalen van de hoogte van het vakantiegeld, het pensioen en overige emolumenten. Bij controle stelde het UWV zich op het standpunt dat over de solidariteitsheffing premies werknemersverzekeringen verschuldigd waren. Een naheffing was het gevolg. In beroep werd de werkgever door de Rechtbank Rotterdam en de Centrale Raad van Beroep in het ongelijk gesteld. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft nu echter beslist in het voordeel van de werkgever. (LJN: BH9189, Hoge Raad , 07/13543)

 

Praktijkgebieden
Kantoren
Landendesks