Auteur
 
Date de publication
24/03/2010 
 

 

Besluit MER voldoet niet aan Europese richtlijn 

Is in Nederland de Richtlijn 85/337/EG (‘Richtlijn’) betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten op een juiste wijze geïmplementeerd door middel van het Besluit milieueffectrapportage (‘Besluit MER’)? Het Europese Hof[1] oordeelde van niet. En dat kan voor u mogelijk grote gevolgen hebben.

Volgens het Europese Hof dient aan de Richtlijn een uitvoering te worden gegeven die volledig strookt met de eisen die daarin worden gesteld. Dit betekent onder meer dat de projecten die een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben, met name gezien hun aard, omvang of ligging, vóór de vergunningverlening moeten worden onderworpen aan een beoordeling van dat milieueffect.
Het Europese Hof vindt ook dat zelfs een project van beperkte omvang een aanzienlijk milieueffect kan hebben. Ook bij dergelijke (kleine) projecten moet dus rekening worden gehouden met het effect van het project op mens, dier en plant, bodem, water, lucht of het culturele erfgoed.

De Nederlandse wetgever heeft hiermee volgens het Europese Hof onvoldoende rekening gehouden bij de implementatie van de Richtlijn in het Besluit MER, doordat het Besluit MER ten onrechte nagenoeg alleen de omvang van een ontwikkeling beschouwt en niet ook de aard en de ligging daarvan in relatie tot de milieueffecten daarvan op de omgeving. Het Europese Hof oordeelt verder dat niet alleen de aard, omvang en ligging van de ontwikkeling in kwestie van belang is, maar dat ook de cumulatie met andere projecten in de omgeving in overweging moet worden genomen.

Conclusie
Gelet hierop kunnen wij niet uitsluiten dat het Besluit MER een onjuiste implementatie behelst van de Richtlijn, als gevolg waarvan het Besluit MER onverbindend moet worden geacht, althans in een concreet geval buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met het Europese recht.

Wat betekent dit mogelijk voor u?
In de praktijk betekent dit – voor zover de wetgever niet op korte termijn zou ingrijpen – dat een project voor wat betreft de vraag of een MER moet worden opgesteld waarschijnlijk rechtstreeks moet worden getoetst aan de Richtlijn. Hoewel het zich op dit moment lastig laat voorspellen of een dergelijke rechtstreekse toetsing leidt tot ‘inhoudelijke’ wijzigingen van de MER-procedure (bijvoorbeeld ten aanzien van de categorieën van gevallen waarin een MER moet worden uitgevoerd), zijn wij van mening dat het van belang is dat u zich hierop in een vroeg stadium oriënteert teneinde toekomstige procedurele risico’s te voorkomen.

Meer informatie
Vanzelfsprekend denken wij graag met u mee over mogelijke oplossingen, wanneer u op enig moment met het voorgaande te maken krijgt. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Henk J. Breeman, henk.breeman@loyensloeff.com, T 010 224 6102.


1 Arrest Europese Hof van Justitie, 15 oktober 2009, C-255/08.

Compétence
Bureaux
Desks internationaux