Inleiding
Op prinsjesdag 2009 is het Belastingplan 2010 gepresenteerd en bij de Tweede Kamer ingediend. De belastingplannen voor 2010 bevatten een aantal belangrijke wijzigingen op het gebied van het formele belastingrecht. De voor ondernemers belangrijkste wijzigingen zijn:
- uitbreiding van de situaties waarin een verzuimboete kan worden opgelegd;
- aanpassing van de aanvangsdatum waarop heffingsrente is verschuldigd voor de vennootschapsbelasting;
- uitbreiding van de mogelijkheid voor de belastingdienst om na te vorderen en invoering van de mogelijkheid om na te heffen indien de naheffingsaanslag op verzoek van de belastingplichtige is verminderd;
- introductie van een beslistermijn (conform de Awb) op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting;
- melding betalingsonmacht ter voorkoming bestuurdersaansprakelijkheid is niet langer vormvrij, maar moet schriftelijk geschieden.
Hieronder zullen wij de wijzigingen toelichten.
Uitbreiding stelsel van verzuimboeten
De maximale verzuimboete wordt verhoogd tot maximaal € 4.920. Voorts wordt het aantal feiten waarvoor verzuimboeten kunnen worden opgelegd aanzienlijk uitgebreid. Het niet voldoen aan in de Awr en heffingswetten opgenomen bijkomende fiscale verplichtingen om een effectieve belastingheffing en controle te waarborgen is nu nog een strafbaar feit waarvoor strafvervolging kan worden ingesteld. Voorgesteld wordt om deze strafbare feiten over te hevelen van het strafrecht naar het fiscale boeterecht. Deze feiten worden aangemerkt als beboetbare feiten en niet langer als strafbare feiten. Een verzuimboete kan worden opgelegd indien door de belastingplichtige niet aan bijvoorbeeld de volgende verplichtingen is voldaan:
1. de verplichting te verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet;
2. de factuurvereisten voor de heffing van omzetbelasting;
3. de verplichting tot medewerking aan een fiscaal onderzoek door de
inspecteur;
4. de verplichting tot uitreiken van een dividendnota aan de rechthebbende tot
dividend;
5. de verplichting tot uitreiking van een gedetailleerde nota aan de prijswinnaar
van een kansspel;
6. bepaalde wettelijke renseigneringsverplichtingen;
7. administratieve en informatieverplichtingen die voor de heffing van
loonbelasting op inhoudingsplichtigen en werknemers rusten.
Ook verzuimen die zijn begaan vóór 1 januari 2010 kunnen worden beboet, mits op 1 januari 2010 ter zake geen strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting niet is aangevangen.
Daarnaast kan een verzuimboete worden opgelegd indien een aanslagbelasting, zoals vennootschapsbelasting, niet of niet tijdig wordt betaald. Het boeteregime voor aanslag- en aangiftebelastingen wordt hierdoor gelijkgetrokken. Deze wetswijziging geldt alleen voor verzuimen die zijn begaan op of na 1 januari 2011.
Wijziging ingangsdatum berekening van heffingsrente voor heffing van Vpb
Voor de berekening van heffingsrente met betrekking tot de vennootschapsbelasting wordt teruggekeerd naar het vóór 1 januari 2005 geldende systeem: heffingsrente zal niet langer vanaf het midden van het tijdvak worden berekend, maar vanaf de eerste dag na het einde van het belastingjaar. De wijziging geldt voor tijdvakken die zijn aangevangen op of na 1 januari 2010.
Uitbreiding mogelijkheden tot navordering- en naheffing
Het wetsvoorstel verruimt de mogelijkheden om belasting na te vorderen indien een belastingaanslag door een kenbare fout van de inspecteur tot een te laag bedrag is vastgesteld (waarbij niet meer van belang is of sprake is van “schrijf- en tikfouten” of andere fouten). Ook de mogelijkheden tot naheffing worden verruimd. Indien een aanslag ten onrechte op verzoek is verminderd, kan onder de huidige regelgeving alleen belasting worden nageheven indien het verzoek is gedaan “ingevolge de belastingwet”. Deze voorwaarde vervalt.
De achtergrond van deze wetswijziging wordt gevormd door de rechtspraak die uitwijst dat een verzoek tot ambtshalve vermindering van een aanslag niet kan worden aangemerkt als een verzoek “ingevolge de belastingwet”, waardoor naheffing na een vermindering op een dergelijk verzoek niet mogelijk is. Dit effect is volgens de medewetgever ongewenst omdat ambtshalve verzoeken vaak automatisch worden afgedaan. Door de wetswijziging is in alle gevallen, waarin op verzoek van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige ten onrechte vrijstelling of vermindering van inhouding van belasting, dan wel teruggaaf van belasting is verleend, naheffing mogelijk.
Beslistermijn op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting Awb-conform
De wetgeving voorziet thans niet in een termijn waarbinnen op verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting moet zijn beslist. Voorgesteld wordt om de termijnen van de Awb van toepassing te verklaren, zodat een teruggaafbeschikking in beginsel binnen acht weken moet worden vastgesteld.
Melding van betalingsonmacht verplicht schriftelijk
De Invorderingswet 1990 bevat een regeling voor aansprakelijkheid van bestuurders van rechtspersoonlijkheid bezittende ondernemingen voor onbetaalde belastingschulden (o.m. loon- en omzetbelasting) en premies, indien sprake is van onbehoorlijk bestuur. Indien de onderneming niet in staat is om de belastingschulden te betalen, dient een melding van betalingsonmacht te worden gedaan. Indien de melding niet (rechtsgeldig) wordt gedaan, wordt aangenomen dat sprake is van onbehoorlijk bestuur, zonder dat de bestuurder zich daartegen kan verweren. De melding van betalingsonmacht was vormvrij, maar in het voorstel is bepaald dat de melding schriftelijk moet worden gedaan. Onder schriftelijk wordt verstaan op papier of digitaal. Dit voorstel treedt op een later moment in werking.
Alhoewel deze informatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, aanvaardt Loyens & Loeff N.V. geen enkele aansprakelijkheid voor gevolgen van het gebruik van deze informatie zonder haar medewerking.